Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 17 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:23138Zaaknummer NL26.44030

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 augustus 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.44030
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Bewaring; volgberoep.

De rechtbank:

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.44030

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [v-nummer:],

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. De minister heeft op 13 juni 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw[_bec3b108-82b2-47ff-898e-4b8ed54de294] opgelegd.

1.1.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

1.2.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

1.3.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft[_a1e988dc-04bf-4556-b960-5b24853ce105] en heeft het onderzoek op 10 augustus 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 25 juni 2026[_c7fc025e-8ff2-4c6f-ab52-71d83e9d99a5] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is sinds het sluiten van dat onderzoek op 19 juni 2026.

3. Als de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

Standpunten eiser

4. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend te werk gaat en dat geen reëel zicht op uitzetting naar Algerije bestaat. Daartoe stelt hij dat de minister meerdere malen bij de Algerijnse autoriteiten heeft gerappelleerd om een lp[_5c65d68e-4f22-47d4-8890-81391407078c], maar dat deze tot op heden niet is verstrekt. Volgens eiser worden Algerijnse vreemdelingen bovendien slechts mondjesmaat uitgezet, zodat niet aannemelijk is dat zijn uitzetting binnen afzienbare termijn zal plaatsvinden. Eiser voert verder aan dat de omstandigheid dat de Algerijnse autoriteiten op 18 juli 2026 opnieuw zijn nationaliteit hebben bevestigd geen wezenlijke voortgang oplevert. Zijn nationaliteit was volgens eiser namelijk al op 19 maart 2026 door de Algerijnse autoriteiten bevestigd. Sindsdien heeft zich volgens eiser geen relevante ontwikkeling voorgedaan ten aanzien van zijn uitzetting. Gelet hierop stelt eiser dat geen zicht op uitzetting bestaat en dat de maatregel van bewaring haar doel niet langer dient. Hij verzoekt daarom de maatregel op te heffen.

Oordeel van de rechtbank

5. De rechtbank is van oordeel dat zicht op uitzetting naar Algerije niet ontbreekt. De rechtbank wijst op rechtspraak van Afdeling[_35d9fe29-79ae-4e0b-985b-239e4a63ac48], waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat zicht op uitzetting naar Algerije in het algemeen niet (meer) ontbreekt.[_e3d21734-dbe3-495e-907e-3603d479813f] De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. Niet is gebleken dat de Algerijnse autoriteiten hebben aangegeven geen lp voor eiser te zullen verstrekken. Dat nog geen reactie is ontvangen op de rappels en dat de nationaliteit van eiser al eerder zou zijn bevestigd, rechtvaardigt niet de conclusie dat geen zicht op uitzetting bestaat. De bewaring duurt op dit moment nog niet zodanig lang dat moet worden aangenomen dat hierop geen reactie van de Algerijnse autoriteiten meer kan worden verwacht. De rechtbank betrekt hierbij verder dat een aanvraag om afgifte van een lp bij de Algerijnse autoriteiten in het algemeen de nodige tijd in beslag neemt, zeker wanneer de vreemdeling, zoals in het geval van eiser, geen documenten ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit heeft overgelegd.

5.1.

De rechtbank is verder van oordeel dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige procedure op 26 juni 2026 en tweemaal op 16 juli 2026 op de lp-aanvraag bij de Algerijnse autoriteiten is gerappelleerd. Daarnaast heeft de minister op 14 juli 2026 en op 22 juli 2026 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Deze gang van zaken acht de rechtbank voldoende voortvarend.

5.2.

De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.[_8754e2c7-f55e-49fa-812e-ccb9e0dda7a2]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.