Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 17 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:23114Zaaknummer NL26.44200

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 augustus 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.44200
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Kennisgeving artikel 59a, eerste lid, van de Vw. Alle bewaringsgronden worden door eiser betwist. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de gronden van de maatregel onvoldoende te achten. Daarnaast zijn de bewaringsgronden waarop de maatregel is gebaseerd tijdens het gehoor voldoende besproken teneinde eiser in staat te stellen zich hierover te kunnen uitlaten. Gelet hierop ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de minister de maatregel onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister ook terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring op te leggen. Beroep ongegrond.

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van B.S. Beens, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.44200

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. H.W. Omvlee),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (hierna: de minister)

(gemachtigde: mr. R.L.F. Zandbelt).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het niet eens met die maatregel. De rechtbank beoordeelt de rechtmatigheid van de maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.[_dfcce006-6853-45d3-8910-8c3772d2071a]

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 4 augustus 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.

2.1.

Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Cheiboukh als tolk (telefonisch verschenen) en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1984.

4. De minister kan de vreemdeling op wie de Asiel- en migratiebeheerverordening (AMbV)[_c1b89d13-859d-48ed-98ac-33bcb5be4ce4] van toepassing is, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in vreemdelingenbewaring stellen met inachtneming van artikel 44 van de Asiel- en migratiebeheerverordening.[_08e16c7e-6259-46b9-b1ab-13881f15bd7f] Op grond van het Vreemdelingenbesluit (Vb) kan een vreemdeling in vreemdelingenbewaring worden gesteld of een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat als bedoeld in de AMbV, indien er een onderduikrisico bestaat of dat noodzakelijk is met het oog op de bescherming van de nationale veiligheid of de openbare orde.[_df95b4f2-0d9c-4c06-ad1f-88848950c625] De maatregel kan alleen worden opgelegd wegens het bestaan van een onderduikrisico, indien ten minste twee van de gronden, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, van het Vb zich voordoen.[_0be542e2-b510-4576-9a33-15e7284b7dfe]

5. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. In deze maatregel staat dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de AMbV en er een onderduikrisico bestaat.

5.1.

In de maatregel heeft de minister als gronden vermeld dat eiser:

a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;o. niet langer beschikbaar is door te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied van verblijf;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5.2.

Eiser betwist alle bewaringsgronden die aan de maatregel van vreemdelingenbewaring ten grondslag zijn gelegd.

5.3.

De rechtbank ziet geen aanleiding om de gronden van de maatregel onvoldoende te achten. De minister heeft grond a aan de maatregel ten grondslag mogen leggen. Deze grond is feitelijk juist, omdat eiser niet in het bezit is van de vereiste reisdocumenten en Nederland daarmee niet op voorschreven wijze is binnengekomen. Bovendien heeft eiser zich gedurende enige tijd aan het toezicht onttrokken door op 5 augustus 2025 met onbekende bestemming (mob) te vertrekken en heeft zich daarmee enige tijd aan het toezicht onttrokken. Verder heeft de minister grond c aan eiser kunnen tegenwerpen, omdat deze grond feitelijk juist is. Eiser beschikt al enige tijd niet meer over een paspoort omdat hij deze is kwijtgeraakt. Echter heeft eiser geen enkele actie ondernomen om aan een identificerend document te komen en wil eiser ook geen contact met de autoriteiten van Marokko. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de gronden a en c de maatregel van vreemdelingenbewaring kunnen dragen en voldoende zijn om een onderduikrisico aan te nemen. De overige gronden behoeven daarom geen bespreking meer.

6. Verder voert eiser aan dat ten aanzien van de bewaringsgronden de maatregel van vreemdelingenbewaring onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Wat de minister ten aanzien van gronden j, o en p heeft opgenomen in de maatregel is gebaseerd op omstandigheden die niet tijdens het gehoor is besproken, aldus eiser.

6.1.

In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van vreemdelingenbewaring onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. De gronden waarop de maatregel is gebaseerd zijn tijdens het gehoor voldoende besproken teneinde eiser in staat te stellen zich hierover te kunnen uitlaten. Gelet hierop ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de minister de maatregel onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid. De beroepsgrond slaagt niet.

7. Tot slot voert eiser aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet kan worden volstaan met een lichter middel, zoals een meldplicht.

7.1.

De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring op te leggen. In dit kader acht de rechtbank van belang dat, zoals in r.o. 5.3 is overwogen, de bewaringsgronden de maatregel kunnen dragen en dat hiermee het onderduikrisico is gegeven. Bovendien is eiser eerder op 5 augustus 2025 met onbekende bestemming (mob) vertrokken. Ook heeft eiser tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling verklaard niet mee te werken aan overdracht naar Duitsland, waardoor het onderduikrisico actueel is. De rechtbank is verder niet gebleken dat sprake is van medische omstandigheden dan wel persoonlijke belangen van eiser die de bewaring voor hem onevenredig bewarend maken en waarin de minister aanleiding had moeten zien om een lichter middel dan bewaring op te leggen. De beroepsgrond slaagt niet.

8. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank ambtshalve geen reden om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.[_304f2d2d-c35d-417a-ae5a-5d66d43bec4e]

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van B.S. Beens, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.