Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 16 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22919Zaaknummer C/09/703838 / FA RK 26-4034

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
31 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/703838 / FA RK 26-4034
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorzieningen; voorlopige zorgregeling.

De rechtbank:

bepaalt dat de vader voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2020 te [geboorteplaats].

bij zich te hebben:

  • vanaf 18 juli 2026 vier zaterdagen van 10:00 uur tot 14:00 uur;
  • en daarna elke zaterdag van 10:00 uur tot 19:00 uur, inclusief het avondeten;

waarbij de moeder de kinderen afzet bij het gemeentehuis in [plaats 2], waar de vader de kinderen ophaalt en hen ook weer terugbrengt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-4034

Zaaknummer: C/09/703838

Datum beschikking: 16 juli 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 21 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans te Delft.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. C. Car te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift;
  • de F9-formulieren van 29 juni 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen.

Op 2 juli 2026 is de zaak op zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat en tolk M.N. Klembo;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en tolk G. Neng;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2011 te [plaats 1], [land].

-Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2020 te [geboorteplaats].

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

- De vader en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft de Nigeriaanse nationaliteit.

- De vader heeft een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend, dat onder zaak- en rekestnummer C/09/701291 / FA RK 26/2510 in behandeling is.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vader strekt ertoe dat:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, inhoudende dat de minderjarigen een weekend per veertien dagen van vrijdagavond tot zondagavond bij de vader zullen verblijven, dan wel een zodanige regeling als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert verweer welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe.

Inhoudelijke beoordeling

De vader stelt dat hij op 13 maart 2026 de echtscheidingsprocedure aanhangig heeft gemaakt en tijdelijk de echtelijke woning heeft verlaten. Op 20 maart 2026 is hij teruggekeerd en bleek dat de moeder – om voor hem onbekende redenen – met de kinderen vertrokken was. De vader heeft de kinderen sinds 9 maart 2026 niet meer gezien. Op de zitting heeft de vader naar voren gebracht dat hij niet weet hoe het nu met de kinderen gaat, waar ze wonen en op welke school ze zitten. Voor zover de vader bekend verblijft de moeder met de kinderen in een opvang op een geheime locatie.

De moeder voert verweer. Zij heeft naar voren gebracht dat zij met de kinderen op een geheim adres dan wel binnen een opvangsetting woont, nadat de thuissituatie ernstig onveilig is geworden. Primair acht zij onbegeleide omgang niet in het belang van de kinderen. Ook overnachtingen acht zij niet in hun belang. Er is, volgens de moeder, sprake van ernstige veiligheidsrisico’s, waaronder doodsbedreigingen, geweld in aanwezigheid van de kinderen, controleproblematiek en escalerend gedrag. Zij vreest voor haar eigen veiligheid en die van de kinderen. Zij acht het gelet op het voorgaande niet verantwoord dat de kinderen op dit moment zonder begeleiding bij de vader verblijven. Op de zitting heeft de moeder naar voren gebracht dat zij wel heeft geprobeerd de vader in contact te brengen met de kinderen, maar dat dit niet is gelukt. Zij heeft kenbaar gemaakt dat zij niet tegen omgang is tussen de vader en de kinderen, maar het verzoek van de vader een brug te ver acht. Volgens de moeder zijn overnachtingen of hele weekenden verblijven bij de vader in ieder geval niet in het belang van de kinderen.

De rechtbank acht het, net zoals de Raad, in het belang van de kinderen en de vader dat het contact tussen hen zo snel mogelijk weer op gang komt. Hier is op de zitting met de ouders over gesproken. Vervolgens zijn de ouders op de zitting overeengekomen dat de vader vanaf 18 juli 2026 weer contact zal hebben met de kinderen. Dat zal in eerste instantie zijn op zaterdag van 10:00 uur tot 14:00 uur. De moeder brengt de kinderen naar het gemeentehuis in [plaats 2]. De vader haalt de kinderen daar op en brengt hen daar om 14:00 uur ook weer terug. Deze afspraak zal de rechtbank vastleggen in haar beschikking. Over de verdere uitbreiding zal de rechtbank beslissen.

De door de moeder gestelde onveiligheid is de rechtbank niet gebleken nu daar geen stukken ter onderbouwing van zijn ingediend. Ook de genoemde risicoanalyse ontbreekt. Het is de rechtbank op de zitting gebleken dat de moeder openstaat voor contact tussen de vader en de kinderen en dat zij ook geprobeerd heeft dat tot stand te laten komen. De rechtbank acht het mede daarom in het belang van de kinderen en de vader dat het contact verder uitgebreid zal worden na het tussen de ouders afgesproken contact. Het zal immers enige tijd duren voordat het verzoek tot echtscheiding door de rechtbank zal worden behandeld. De rechtbank beslist dat de tussen de ouders overeengekomen regeling vier keer zal plaatsvinden. Daarna dient te worden uitgebreid naar elke zaterdag van 10:00 uur tot 19:00 uur, inclusief avondeten. De moeder zal de kinderen voorlopig brengen naar het gemeentehuis in [plaats 2], waar de vader de kinderen ophaalt en ook weer terugbrengt.

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de vader voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats];

- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2020 te [geboorteplaats].

bij zich te hebben:

  • vanaf 18 juli 2026 vier zaterdagen van 10:00 uur tot 14:00 uur;
  • en daarna elke zaterdag van 10:00 uur tot 19:00 uur, inclusief het avondeten;

waarbij de moeder de kinderen afzet bij het gemeentehuis in [plaats 2], waar de vader de kinderen ophaalt en hen ook weer terugbrengt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.