Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22693Zaaknummer C/09/702849 / FA RK 26-3413

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
28 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/702849 / FA RK 26-3413
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wijziging zorgregeling.

De rechtbank:

*

bepaalt dat voor de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats], tot de kerstvakantie van 2026 de volgende zorgregeling zal gelden: in de ene week verblijft [minderjarige] drie dagen bij de ene ouder en vier dagen bij de andere ouder, en in de daaropvolgende week wordt deze verdeling omgewisseld;

*

bepaalt dat de vakanties en feestdagen als volgt worden verdeeld:

  • Meivakantie: in de oneven jaren verblijft [minderjarige] gedurende de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Zomervakantie: in de even jaren de eerste twee weken bij de moeder, de derde week bij de vader, de vierde week bij de moeder en de vijfde en zesde week bij de vader. In de oneven jaren de eerste twee weken bij de vader, de derde week bij de moeder, de vierde week bij de vader en de vijfde en zesde week bij de moeder;
  • Herfstvakantie: conform de reguliere regeling;
  • Kerstvakantie: in de oneven jaren verblijft [minderjarige] gedurende de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Voorjaarsvakantie: conform de reguliere regeling;
  • Kerstavond: conform de reguliere regeling;
  • Eerste kerstdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede kerstdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Oudjaarsdag: in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader;
  • Nieuwjaarsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Eerste paasdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede paasdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Eerste pinksterdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede pinksterdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Pakjesavond (5 december): in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Hemelvaartsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Koningsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • Vaderdag: bij de vader.

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 14 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Zorgregeling
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-3413

Zaaknummer: C/09/702849

Datum beschikking: 14 juli 2026

Zorgregeling

Beschikking op het op 7 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. Z.A. Hoetjes in Breda.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.C.M. van Lieshout in Capelle aan den IJssel.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 13 april 2026, van de vader;
  • het F9-formulier van 15 april 2026, van de vader;
  • het verweerschrift met een zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 9 juni 2026, met bijlagen, van de vader.

Op 16 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Het zelfstandige verzoek van 4 juni 2026 van de moeder om vaststelling van kinderalimentatie voor de minderjarige [minderjarige] is afgesplitst en geregistreerd onder het kenmerk C/09/706917 en FA RK 26-5860. In die zaak heeft de vader een termijn gekregen om schriftelijk verweer te voeren. Dit verzoek ten aanzien van kinderalimentatie zal worden behandeld op een nader te bepalen zitting.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats].
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • Ingevolge een aantekening in het gezagsregister van 8 december 2021 zijn beide ouders met het gezag over [minderjarige] belast.
  • Bij beschikking van 6 november 2024 van de rechtbank Amsterdam is bepaald dat de regeling zoals partijen in het ouderschapsplan van 20 augustus 2024 zijn overeengekomen, als herhaald en ingelast wordt beschouwd en deel uitmaakt van de beschikking. Hierin is vastgesteld dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder en is een zorgverdeling vastgesteld.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens, te bepalen dat de zorgregeling uit het ouderschapsplan wordt gewijzigd en dat ten aanzien van [minderjarige] de volgende zorgregeling zal gelden, te weten dat:

  • [minderjarige] afwisselend één week bij de vader en één week bij de moeder verblijft, waarbij het wisselmoment plaatsvindt op de maandag na schooltijd,
  • de volgende regeling voor vakanties, feestdagen en bijzondere dagen zal gelden:
  • Meivakantie: in de oneven jaren verblijft [minderjarige] gedurende de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Zomervakantie: in de oneven jaren wordt de zomervakantie verdeeld in twee aaneengesloten perioden van drie weken, waarbij [minderjarige] de eerste drie weken bij de vader verblijft en de daaropvolgende drie weken bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Herfstvakantie: in de oneven jaren verblijft [minderjarige] gedurende de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Kerstvakantie: in de oneven jaren verblijft [minderjarige] gedurende de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Krokusvakantie: in de oneven jaren verblijft [minderjarige] gedurende de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Kerstavond: conform de (verzochte) regeling;
  • Eerste kerstdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede kerstdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader.
  • Oudjaarsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de vader;
  • Nieuwjaarsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Eerste paasdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede paasdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Eerste pinksterdag: in oneven jaren bij de vader n in even jaren bij de moeder;
  • Tweede pinksterdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Pakjesavond (5 december): in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Hemelvaartsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Koningsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • Vaderdag: bij de vader.

De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – wordt besproken. Hierbij verzoekt zij zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • de volgende zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat [minderjarige] bij de vader verblijft: in de even weken van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19.00 uur en in de oneven weken van dinsdagmiddag uit school tot donderdag naar school, alsmede de woensdagmiddag uit school tot 19:30 uur, waarbij de vader en/of zijn ouders [minderjarige] brengen en halen;
  • de verdeling van de schoolvakanties en feestdagen als volgt vast te stellen:
  • tijdens de voorjaars- en de herfstvakantie: volgens de reguliere zorgregeling;
  • tijdens de meivakantie: in de oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. In de even jaren de tweede week bij de moeder en de eerste week bij de vader;
  • tijdens de zomervakantie: in de even jaren de eerste twee weken bij de moeder, de derde week bij de vader, de vierde week bij de moeder en de vijfde en zesde week bij de vader. In de oneven jaren de eerste twee weken bij de vader, de derde week bij de moeder, de vierde week bij de vader en de vijfde en zesde week bij de moeder;
  • tijdens de Kerstvakantie: in oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader;
  • Eerste Kerstdag: bij de moeder;
  • Tweede Kerstdag: bij de vader;
  • Oud en Nieuw (31 december): de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader;
  • Nieuwjaarsdag (1 januari): de oneven jaren bij de vader en de oneven jaren bij de moeder;
  • Eerste paasdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede paasdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Eerste pinksterdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede pinksterdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Pakjesavond (5 december): in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Hemelvaartsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Koningsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • Vaderdag: bij de vader.

- te bepalen dat de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd.

Beoordeling

Wijziging zorgregeling

Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.

Ontvankelijkheid

De vader stelt dat er sinds het vastleggen van het ouderschapsplan sprake is van gewijzigde omstandigheden. Destijds woonde hij nog bij zijn ouders, terwijl hij nu over een eigen woning beschikt, waarin hij samenwoont met zijn nieuwe partner. Daarnaast is [minderjarige] ouder geworden en gaat zij inmiddels naar de basisschool.

De moeder voert verweer en stelt dat de vader niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Het feit dat de vader nu over een eigen woning beschikt is volgens haar geen relevante wijziging, omdat deze factor niet van invloed is geweest op de regeling die partijen hebben vastgesteld. Bovendien is [minderjarige] niet significant ouder dan ten tijde van de opstelling van het ouderschapsplan.

Gelet op de gewijzigde woonsituatie van de vader en de afspraken die partijen op de zitting hebben gemaakt, is de rechtbank is van oordeel dat sinds het ouderschapsplan van 2024 sprake is van relevante gewijzigde omstandigheden. De rechtbank zal de vader daarom ontvangen in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Op de zitting hebben de ouders gedeeltelijk overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling. Zij zijn overeengekomen dat [minderjarige] (in ieder geval) tot de kerstvakantie van het jaar 2026 in de ene week drie dagen bij de ene ouder en vier dagen bij de andere ouder verblijft, welke verdeling in de daaropvolgende week wordt omgewisseld. De rechtbank acht deze regeling in het belang van [minderjarige] en zal deze daarom vaststellen, waarbij de ouders, zoals zij ter zitting hebben afgesproken, in onderling overleg zullen bepalen hoe zij de verdeling precies vormgeven.

De vader wenst vanaf begin volgend jaar uitvoering te geven aan een week-op-week-af regeling. De moeder wil hiermee nog enkele jaren wachten en per jaar bezien welke regeling op dat moment het beste aansluit bij de behoefte van [minderjarige].

De rechtbank zal het verzoek van de vader, om nu al te bepalen dat vanaf 1 januari 2027 een week op week af regeling zal gelden, afwijzen. De rechtbank kan niet nu al vooruitlopen op de situatie begin 2027. Het is goed mogelijk dat er zich ontwikkelingen voordoen in het leven van [minderjarige] die nu nog niet te voorzien zijn. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de ouders, nu zij in onderling overleg een regeling hebben afgesproken voor de rest van het jaar 2026 en nu zij beide hetzelfde belang van [minderjarige] voor ogen hebben, in staat zullen zijn om (ook) voor de periode vanaf januari 2027 een zorgregeling af te spreken. Duidelijk is immers dat het de bedoeling is om toe te werken naar een week-op-week-af regeling, waarbij het belang en de behoeften van [minderjarige] leidend moeten zijn.

Wat betreft de verdeling van de vakanties en de feestdagen, overweegt de rechtbank als volgt. De moeder is akkoord met verzoek van de vader ten aanzien van de mei- en kerstvakantie, Pasen, Pinksteren en de overige feestdagen en bijzondere dagen. De rechtbank zal deze verdeling vaststellen. Nu partijen een drie om vier regeling hebben afgesproken, zijn partijen het er – naar de rechtbank begrijpt – over eens dat de reguliere regeling in de voorjaars- en herfstvakantie doorloopt. De rechtbank zal aldus bepalen.

Wat partijen nog verdeeld houdt, is de zomervakantie en de verdeling van kerst. De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige], niet in haar belang is om gedurende drie aaneengesloten weken geen contact te hebben met één van haar ouders. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de moeder ten aanzien van de zomervakantie toewijzen en dat van de vader afwijzen. Wat betreft eerste kerstdag en tweede kerstdag vindt de rechtbank het redelijk dat deze dagen tussen de ouders worden afgewisseld. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader toewijzen en dat van de moeder afwijzen.

Het meer of anders verzochte ten aanzien van de zorgregeling zal de rechtbank afwijzen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat voor de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats], tot de kerstvakantie van 2026 de volgende zorgregeling zal gelden: in de ene week verblijft [minderjarige] drie dagen bij de ene ouder en vier dagen bij de andere ouder, en in de daaropvolgende week wordt deze verdeling omgewisseld;

*

bepaalt dat de vakanties en feestdagen als volgt worden verdeeld:

  • Meivakantie: in de oneven jaren verblijft [minderjarige] gedurende de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Zomervakantie: in de even jaren de eerste twee weken bij de moeder, de derde week bij de vader, de vierde week bij de moeder en de vijfde en zesde week bij de vader. In de oneven jaren de eerste twee weken bij de vader, de derde week bij de moeder, de vierde week bij de vader en de vijfde en zesde week bij de moeder;
  • Herfstvakantie: conform de reguliere regeling;
  • Kerstvakantie: in de oneven jaren verblijft [minderjarige] gedurende de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In de even jaren geldt een omgekeerde verdeling;
  • Voorjaarsvakantie: conform de reguliere regeling;
  • Kerstavond: conform de reguliere regeling;
  • Eerste kerstdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede kerstdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Oudjaarsdag: in de oneven jaren bij de moeder en in de even jaren bij de vader;
  • Nieuwjaarsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Eerste paasdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede paasdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Eerste pinksterdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Tweede pinksterdag: in oneven jaren bij de moeder en in even jaren bij de vader;
  • Pakjesavond (5 december): in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Hemelvaartsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Koningsdag: in oneven jaren bij de vader en in even jaren bij de moeder;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • Vaderdag: bij de vader.

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 14 juli 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.