Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22692Zaaknummer C/09/690486 / FA RK 25-6352

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
28 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/690486 / FA RK 25-6352
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek zorgregeling afgewezen. Vrouw niet verschenen. Doorverwezen naar omgangsbegeleiding

De rechtbank:

*

stelt vast dat partijen, te weten:

[de vrouw] (de vrouw),

wonende op een voor de rechtbank onbekend adres,

en

[de man] (de man),

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis - Evers, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Zorgregeling, gezagsuitoefening, informatievoorziening en alimentatie
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-6352

Zaaknummer: C/09/690486

Datum beschikking: 14 juli 2026

Zorgregeling, gezagsuitoefening, informatievoorziening en alimentatie

Beschikking op het op 18 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een voor de rechtbank onbekend adres,

advocaat: mr. M.A. Spek in Rijswijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 15 oktober 2025, met bijlagen, van de vrouw;
  • het F9-formulier van 20 november 2025, met bijlagen, van de vrouw;
  • het F9-formulier van 15 mei 2026, met bijlagen, houdende een aanvullend verzoekschrift, van de vrouw.

De minderjarige [de minderjarige] heeft een gesprek gehad met de kinderrechter op 15 juni 2026.

Op 16 juni is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de advocaat van de vrouw en de begeleider van de vrouw, K. Mul;
  • de man;
  • M. Holtus, namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats], Duitsland.
  • De man heeft [de minderjarige] erkend.
  • Ingevolge een aantekening in het gezagsregister van 15 juni 2021 zijn de ouders gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] belast.
  • [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de man.
  • Blijkens uittreksels uit de Basisregistratie personen hebben de vrouw en [de minderjarige] de Britse nationaliteit en de man de Burundese nationaliteit.
  • [de minderjarige] heeft van 3 april 2025 tot 3 augustus 2025 onder toezicht gestaan van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Haaglanden.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt – na aanvulling –, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • een zorgregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] afwisselend een week bij de man en een week bij de vrouw verblijft, waarbij op maandag wordt gewisseld van verblijfplaats;
  • een vakantieregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige]:
  • in de zomervakantie: de eerste drie weken bij de vrouw en de laatste drie weken bij man verblijft;
  • in de vakanties van één week: van maandag tot en met woensdag 12.00 uur bij de ouder verblijft bij wie zij in het kader van de vaste zorgregeling is, en van woensdag 12.00 uur tot vrijdag 19.00 uur bij de andere ouder;

- te bepalen dat de man aan de vrouw binnen een week na de datum van de beschikking de volgende informatie dient te verstrekken:

  • afschrift aanvraag verblijfsvergunning;
  • alle van de IND over [de minderjarige] ontvangen stukken, waaronder ontvangstbevestiging aanvraag, beschikking en een eventueel bezwaarschrift;
  • de naam van bij [de minderjarige] betrokken hulpverleners, inclusief de naam van de instantie waar zij voor werken;
  • de naam van de huisarts waar [de minderjarige] staat ingeschreven;
  • de ziektekostenverzekering waar [de minderjarige] is ingeschreven en een kopie van het pasje, dan wel de polis,

dit op straffe van een dwangsom van € 100,- voor iedere dag dat de man met het verstrekken van de informatie in gebreke blijft;

  • te bepalen dat de man binnen een week na de datum van de beschikking het verlopen Britse paspoort van [de minderjarige] met nummer [nummer] aan de vrouw of aan de advocaat van de vrouw dient af te geven, zulks op straffe van een dwangsom van € 100,- voor iedere dag dat de man met de afgifte van het paspoort in gebreke blijft;
  • vervangende toestemming te verlenen aan de vrouw – welke toestemming die van de man vervangt – voor het aanvragen en verkrijgen van een Brits paspoort voor [de minderjarige];
  • te bepalen dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] aan de moeder een bedrag van € 150,-- per maand betaalt, bij vooruitbetaling te voldoen.

De man heeft mondeling verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Omdat de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de vrouw ten aanzien van de zorgregeling, de informatievoorziening en het paspoort.

Zorgregeling

De vrouw stelt dat nu haar gezondheidstoestand verbeterd is, zij weer in staat is om de zorg voor [de minderjarige] op zich te nemen. De vrouw woont in een woongroep in Den Haag, wat een geschikte woonomgeving is voor [de minderjarige].

De man heeft ter zitting verweer gevoerd. Hij stelt – verkort weergeven – dat de vrouw geen stabiliteit biedt aan [de minderjarige] en dat de mensen in haar omgeving van slechte invloed zijn. De man staat enkel open voor begeleid contact.

De rechtbank overweegt als volgt.

In de beschikking van 3 april 2025 van de kinderrechter in deze rechtbank is [de minderjarige] onder toezicht gesteld, omdat er grote zorgen waren over de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] bij de vrouw. Er bestonden ernstige vermoedens dat de vrouw overmatig alcohol gebruikte en dat er vanuit haar woning drugs werd gebruikt door gebruikers en werd verhandeld door haar partner. Vervolgens is bij beschikking van 30 april 2025 nogmaals overwogen dat er grote zorgen waren over de (opvoed)situatie van [de minderjarige] toen zij bij de vrouw verbleef, omdat [de minderjarige] vermagerd was door een gebrek aan eten en er sprake was van instabiliteit en van schoolverzuim. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is toen afgewezen, omdat het een stuk beter gaat met [de minderjarige] sinds zij weer bij de man woont, nu hij haar de verzorging en stabiliteit biedt die zij nodig heeft.

Bovengenoemde zorgen speelden ongeveer een jaar geleden. De man heeft ter zitting aangevoerd dat hij zich nog steeds zorgen maakt over de leefsituatie van de vrouw en de kringen waarin zij zich begeeft. De vrouw is niet op de zitting verschenen en heeft daardoor geen duidelijkheid gegeven over haar huidige situatie en de mate van stabiliteit in haar leven. De rechtbank kan daardoor niet beoordelen hoe het met de vrouw gaat en of er sprake is van voldoende stabiliteit in haar leven om goed voor [de minderjarige] te kunnen zorgen. De rechtbank kan ook niet vaststellen dat het in het belang is van [de minderjarige] om een zorgregeling vast te stellen. Nu en zolang er aanwijzingen zijn dat dit niet zo is en nu [de minderjarige] bij de man opgroeit in een stabiele opvoedsituatie, acht de rechtbank het niet in het belang van [de minderjarige] om die situatie te wijzigen en de door de vrouw verzochte co-ouderschapsregeling dan wel vakantieregeling vast te stellen. De rechtbank zal deze verzoeken dan ook afwijzen.

Ter zitting heeft de man aangegeven wel te willen meewerken aan het opstarten van begeleid contact tussen [de minderjarige] en de vrouw. De advocaat van de vrouw heeft namens de vrouw aangegeven dat de moeder dat ook wil. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of de vrouw hier ook daadwerkelijk toe bereid is. Gelet op de het feit dat het in beginsel in het belang van het kind is om contact te blijven hebben met beide ouders en de man daar ook achter staat, zal de rechtbank partijen doorverwijzen naar een traject Omgangsbegeleiding. De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan het traject Omgangsbegeleiding, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 16 juni 2026 al per e-mail verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking ook per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

De rechtbank benadrukt – evenals de Raad – dat het belangrijk is dat de vrouw zich betrouwbaar opstelt, in die zin dat zij moet komen opdagen bij de omgangsmomenten, als die gepland worden. Het afzeggen van afspraken zal bij [de minderjarige] tot grote telleurstelling kunnen leiden, wat schadelijk kan zijn voor de band tussen [de minderjarige] en haar moeder.

Informatievoorziening

Op de zitting heeft de man de door de vrouw verzochte informatie verstrekt en toegezegd de relevante daarbij horende stukken en documenten na de zitting aan de advocaat van de vrouw te zullen laten zien. Gelet hierop heeft de vrouw geen belang meer bij haar verzoeken ten aanzien van de informatievoorziening, zodat de rechtbank deze zal afwijzen.

Vervangende toestemming paspoort

Ter zitting heeft de man aangevoerd dat hij al een nieuw (Brits) paspoort voor [de minderjarige] heeft aangevraagd en dat deze aanvraagprocedure nog loopt. De vrouw heeft hierom ook geen belang meer bij het verzoek om vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een nieuw paspoort voor [de minderjarige]. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.

Afgifte (verlopen) paspoort

Ter zitting heeft de advocaat van de vrouw verklaard dat het verzoek ter afgifte van het oude paspoort van [de minderjarige] ertoe diende om een nieuw paspoort aan te kunnen vragen. Nu de man dit al heeft gedaan, ontbreekt het wederom aan een belang voor de vrouw bij dit verzoek, zodat de rechtbank dit verzoek ook zal afwijzen.

Kinderalimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu [de minderjarige] in Nederland woont, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige]. De rechtbank zal Nederlands recht toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

[de minderjarige] wordt volledig door de man verzorgd. De vrouw heeft daarom geen recht op een kinderalimentatie van de man. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

stelt vast dat partijen, te weten:

[de vrouw] (de vrouw),

wonende op een voor de rechtbank onbekend adres,

en

[de man] (de man),

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis - Evers, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.