Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 12 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22542Zaaknummer NL25.37790

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Publicatiedatum
12 augustus 2026
Zaaknummer
NL25.37790
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorziening afgewezen omdat op beroep is beslist. Gelet op uitkomst beroep wel pkv.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel ven gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.37790

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,geboren op [geboortedatum],

van Libische nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker tot het treffen van de voorlopige voorziening om gedurende behandeling van zijn beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag niet te worden uitgezet.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, eerst op 6 november 2025 op zitting behandeld. Op de zitting bleek dat er geen tolk was verschenen. Hierop heeft de rechtbank besloten de behandeling van het beroep te schorsen.

2.1.

De voorzieningenrechter heeft vervolgens het verzoek, samen met het beroep[_493f3d2a-b150-41f8-a00c-d86c238f5c97], op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

3.1.

Omdat het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel ven gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.