Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 12 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22538Zaaknummer NL25.59862
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL25.59862
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
voorlopige voorziening afgewezen, want uitspraak gedaan op beroep. Wel pkv gelet op uitkomst beroep.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59862
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
geboren op [geboortedatum],
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. D. Post).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een reguliere verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 12 mei 2022 afgewezen. De minister heeft het bezwaarschrift van verzoeker met het besluit van 5 februari 2025 ongegrond verklaard en is bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. De rechtbank heeft op 27 augustus 2025 het hiertegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De minister heeft een nieuw besluit op bezwaar moeten nemen met inachtneming van de uitspraak. De minister heeft daarom op 25 november 2025 het bestreden besluit genomen. De minister is wederom bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.59860, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. De voorzieningenrechter ziet, gelet op de gegrondverklaring van het beroep, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoeker in dit verband heeft gemaakt met het indienen van zijn verzoekschrift. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten vast op € 934,-.[_106ceb68-865c-4f50-991d-85bab231487d]
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.