Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22478Zaaknummer NL24.49117

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11 augustus 2026
Publicatiedatum
12 augustus 2026
Zaaknummer
NL24.49117
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VA Turkije, Aleviet, lhbti, ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr.B. Kingma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze

partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend

binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de

behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de

indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van

State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL24.49117

V-nummer: [V nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres],

geboren op [geboortedatum] 2007, van Turkse nationaliteit, eiseres

(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Witteman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de ongegrondverklaring van haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

1.1.

Eiseres heeft op 23 juli 2022 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 15 november 2024 ongegrond verklaard.

1.2.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.3.

De rechtbank heeft het beroep op 20 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres, E. Battaoglu als tolk in de Turkse taal en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Asielrelaas

4. Eiseres heeft het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiseres is op school buitengesloten door leerlingen vanwege haar geloofsovertuiging en vanwege haar politieke overtuigingen. Eiseres is in de metro verbaal geïntimideerd door een man vanwege het dragen van een korte broek. Hierdoor werd eiseres zo bang dat zij de metro is uitgestapt maar zij heeft er verder niks mee gedaan. Tot slot heeft de vader van de vriendin van eiseres haar verbaal mishandeld en haar verboden om met zijn dochter om te gaan. Dit was vanwege het dragen van een korte broek en het dragen van een oorbel met een kruis. Na dit incident hebben eiseres en haar ouders besloten om Turkije te verlaten.

Het bestreden besluit

5. Volgens verweerder bestaat het asielrelaas van eiseres uit de volgende relevante elementen:

  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • problemen ondervonden op school vanwege geloofsovertuiging;
  • problemen ondervonden op school vanwege politieke overtuiging;
  • problemen ondervonden vanwege het dragen van bepaalde kledij;
  • problemen ondervonden vanwege geaardheid.
5.1.

Verweerder heeft alle elementen geloofwaardig geacht. De problemen zijn echter niet zwaarwegend genoeg om over te gaan tot de verlening van een verblijfsvergunning.

Vrees bij terugkeer

6. Eiseres voert aan dat uit de overgelegde artikelen blijkt dat er sprake is van discriminatie jegens alevieten in Turkije. Daarnaast is de situatie voor lhbti’ers in Turkije zodanig slecht dat deze als onhoudbaar moet worden beschouwd. Zij kunnen geen bescherming krijgen van de autoriteiten. Dit volgt uit het landenbeleid van de minister en het Algemeen Ambtsbericht Turkije van 2025. Verder is er een wetsvoorstel gedaan waarin anti-lhbti maatregelen worden voorgesteld. Als gevolg hiervan staat eiseres in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten en loopt zij risico bij terugkeer naar Turkije.

6.1.

De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiseres als aleviet discriminatie ondervindt in Turkije. Discriminatie kan leiden tot het verlenen van asiel, maar de lat daarvoor ligt echter wel hoog. De discriminatie moet zo ernstig zijn dat het niet (meer) mogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke situatie zich in het geval van eiseres niet voordoet. Eiseres heeft geen eigen ervaringen en problemen aangedragen waaruit blijkt dat zij slechts op marginale wijze op maatschappelijk en sociaal gebied heeft kunnen functioneren. Daarnaast gaan de artikelen waar eiseres naar verwijst over de algemene situatie voor alevieten in Turkije, waarmee eiseres niet concreet en geïndividualiseerd heeft dat zij problemen hebben ondervonden vanwege het zijn van een aleviet. De verwijzing van eiseres naar het Ambtsbericht van augustus 2023 leidt ook niet tot een ander oordeel. Er wordt namelijk niets gezegd over de discriminatie van alevieten in Turkije. Uit het Algemeen Ambtsbericht Turkije van 2025 lijkt te volgen dat alevieten in toenemende mate erkenning en bescherming genieten.[_6f1c94b9-8eac-4705-95ad-41a4ca71eeeb] De situatie van alevieten in Turkije lijkt dus na het vertrek van eiseres niet te zijn verslechterd.

6.2.

Met betrekking tot de situatie voor lhbti’ers in Turkije stelt de rechtbank vast dat de situatie voor de lhbti-gemeenschap slecht is en dat lhbti-rechten onder druk staan.[_3d2d9285-2a5b-443d-917f-21f3e18618db] Uit het beleid van verweerder volgt dat verweerder aanneemt dat het voor lhbti’ers niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties, tenzij sprake is van concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming wel mogelijk is. Dat het sociale klimaat voor lhbti’ers slecht is blijkt onder andere uit negatieve uitspraken van de overheid, maatschappelijke afkeer, het verbod op films over de lhbti-gemeenschap en harde optredens tegen lhbti-rechten organisaties. Homoseksualiteit is in Turkije echter niet strafbaar en de lhbti-gemeenschap is weerbaar, zichtbaar en georganiseerd, vooral in steden als Istanbul en Ankara. Daarnaast zetten delen van het maatschappelijk middenveld (zoals belangenorganisaties, de advocatenorde en sommige oppositiepartijen) zich in voor de rechten van lhbti’ers. Met betrekking tot de vermeende wetsvoorstellen overweegt de rechtbank dat de positie van lhbti’ers in Turkije verder zouden kunnen verslechteren als deze daadwerkelijk worden ingevoerd. Het gaat hier echter om conceptwetsvoorstellen waarvan de precieze inhoud nog onbekend is, die nog niet door het Turkse parlement zijn aangenomen en waarvan onzeker is of deze zullen worden aangenomen. Deze wetsvoorstellen mogen daarom beschouwd worden als een onzekere toekomstige gebeurtenis die niet op dit moment als zodanig ernstige verslechtering van de algemene situatie voor lhbti’ers moet worden beschouwd dat sprake is van een gegronde vrees voor vervolging.

6.3.

Hoewel uit het voorgaande blijkt dat de situatie voor de lhbti-gemeenschap in Turkije erg zorgelijk is, betekent dit niet dat iemand afkomstig uit de lhbti-gemeenschap uit Turkije automatisch in aanmerking dient te komen voor bescherming. Verweerder moet daarom aan de hand van de individuele feiten en omstandigheden beoordelen of iemand vanwege zijn seksuele geaardheid een zodanig risico loopt. De rechtbank oordeelt dat dit in de situatie van eiseres niet het geval is; verweerder is op goede gronden tot de conclusie gekomen dat de individuele omstandigheden van eiseres niet laten zien dat eiseres vanwege haar seksuele geaardheid een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade en daarom bescherming nodig heeft. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer zal worden uitgesloten van de arbeidsmarkt, gezondheidszorg, huisvesting, of dat zij zal worden blootgesteld aan extreem geweld vanuit de samenleving. Evenmin heeft eiseres onderbouwd dat zij geen steun zou kunnen krijgen van het maatschappelijk middenveld.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De rechtbank ziet geen aanleiding om de proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr.B. Kingma, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze

partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend

binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de

behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de

indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van

State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.