Uitspraak · Materieel strafrecht

Rechtbank Den Haag, 5 augustus 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22408Zaaknummer 09/809296-17 (ontneming)

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Publicatiedatum
27 augustus 2026
Zaaknummer
09/809296-17 (ontneming)
Rechtsgebied
Strafrecht, Materieel strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontnemingsschikking. Zaak is van rechtswege geëindigd

De rechtbank:

verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.J. Wijnnobel – van Erp, voorzitter,

mr. M.R. Aaron, rechter,

mr. J.E. van Essen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.E. Kramer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 augustus 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het onderzoek op de terechtzitting
  2. 2 De inhoud van de vordering
  3. 3 De grondslag voor ontneming
  4. 4 De beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/809296-17 (ontneming)

Datum uitspraak: 5 augustus 2026

Vonnis ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

De rechtbank Den Haag heeft op de vordering van het openbaar ministerie en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak ten aanzien van de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] (Polen),

op dit moment uit anderen hoofde gedetineerd in de P.I. [plaats].

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 22 juli 2026 (inhoudelijk).

2 De inhoud van de vordering

De inleidende schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt ertoe dat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 9.868,62 en aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van dat bedrag.

Voorafgaand aan deze zitting heeft de officier van justitie aan de rechtbank laten weten dat inmiddels een ontnemingsschikking (als bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering) met veroordeelde is getroffen en dat veroordeelde aan de voorwaarden van die schikking heeft voldaan.

Namens de verdachte is mr. S.W. Teuwen verschenen. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door mr. W. Noort.

3 De grondslag voor ontneming

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd tot vaststelling dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd. De veroordeelde heeft immers voldaan aan de voorwaarden van de hem aangeboden schikking door betaling van € 9.868,62.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de ontnemingsprocedure van rechtswege is geëindigd.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

Op grond van het bepaalde in artikel 6:4:18 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), juncto artikel 511c Sv, is door voldoening aan de voorwaarden van een schikking van de officier van justitie met de veroordeelde, indien de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel reeds is ingediend, de zaak van rechtswege geëindigd.

De rechtbank zal in haar beslissing de officier van justitie en de verdediging volgen in hun standpunt dat in deze situatie een declaratoire beslissing in de rede ligt.

4 De beslissing

De rechtbank:

verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.J. Wijnnobel – van Erp, voorzitter,

mr. M.R. Aaron, rechter,

mr. J.E. van Essen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.E. Kramer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 augustus 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.