Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 13 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:22339Zaaknummer NL26.4195

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13 juli 2026
Publicatiedatum
10 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.4195
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Trefwoorden: plakvovo.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Bootsma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 13 juli 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open..

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 13 juli 2026
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open..

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.4195

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. D.A.H. de Laat).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 juli 2026 op zitting behandeld.[_593a8bf2-0759-4397-a997-656943657b40] Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Verzoeker was niet aanwezig.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.4194, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Bootsma, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 13 juli 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open..

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.