Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 7 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22039Zaaknummer C/09/702640 / FA RK 26-3273
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Publicatiedatum
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/702640 / FA RK 26-3273
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van beschikking van deze rechtbank van 4 april 2023 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2017 te [geboorteplaats],
bij de vader zullen zijn eenmaal per veertien dagen gedurende twee uur, waarbij de ouders in onderling overleg tot een uitbreiding van deze regeling kunnen komen;
*
bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen de vader en de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats], en het contact tussen hen plaatsvindt op initiatief van [minderjarige 1];
*
stelt vast dat de ouders, te weten;
[de vader],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
- Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 juli 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3273
Zaaknummer: C/09/702640
Datum beschikking: 7 juli 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 2 april 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Schiettekatte te Rotterdam.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 8 april 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van 4 juni 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen.
De minderjarigen [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben zich schriftelijk uitgelaten over het verzoek. De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.
Op 9 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen:
- het F9-formulier van 25 juni 2026 van de zijde van de vader;
- het F9-formulier van 26 juni 2026 van de zijde van de moeder.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2004 tot [datum 2] 2023.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2017 te [geboorteplaats].
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 4 april 2023 is – voor zover hier van belang – bepaald:
- dat de minderjarigen de hoofdverblijfplaats bij de moeder zullen hebben;
- dat de minderjarigen bij de vader zullen zijn, met ingang van 19 maart 2023, één zondag in de veertien dagen van 11.00 uur tot 19.00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt en weer thuisbrengt, alsmede gedurende het Suikerfeest en het Offerfeest van 12.00 uur tot 15.00 uur.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
- primair: een opbouwregeling vast te stellen als volgt:
- maand 1: er is contact tussen de vader en de kinderen één zondag in de veertien dagen van 11.00 uur tot 13.00 uur waarbij de man de kinderen ophaalt en in de buurt van de woning van de moeder iets met de kinderen gaat doen en ze weer terugbrengt;
- maand 2: er is contact tussen de vader en de kinderen één zondag in de veertien dagen van 11.00 uur tot 15.00 uur waarbij de vader de kinderen ophaalt en in de buurt van de woning van de moeder iets met de kinderen gaat doen en ze weer terugbrengt;
- maand 3: er is contact tussen de vader en de kinderen één zondag in de veertien dagen van 11.00 uur tot 17.00 uur waarbij de vader de kinderen ophaalt en weer terugbrengt;
- maand 4: er is contact tussen de vader en de kinderen één zondag in de veertien dagen van 11.00 uur tot 19.00 uur waarbij de vader de kinderen ophaalt en ze weer terugbrengt, ook zullen de kinderen vanaf dit moment met het Suikerfeest en Offerfeest weer bij de vader zijn;
- subsidiair: een raadsonderzoek te gelasten danwel een bijzondere curator te benoemen en de zaak voor een periode van drie maanden aan te houden;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarbij verzoekt zij zelfstandig:
- de beschikking van 4 april 2023 te wijzigen in die zin dat geen zorgregeling meer geldt tussen de vader en de minderjarigen en het contact tussen de vader en de minderjarigen plaatsvindt op initiatief van de minderjarigen;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De vader wil graag dat de omgang met zijn kinderen, die nu enkele jaren stil ligt, weer wordt opgestart. In de tijd dat partijen gingen scheiden is er in de echtscheidingsbeschikking een regeling vastgesteld ten aanzien van de jongste drie kinderen van partijen, die gedurende een jaar goed is verlopen. Daarna is het contact tussen de vader en de kinderen volledig stilgevallen. De vader heeft eerst een tijd de hoop gehad dat het vanzelf weer goed zou komen en vervolgens is hij met zichzelf aan de slag gegaan. Dit leidde ertoe dat hij zich realiseerde dat hij de omgang heel graag nog een keer een kans wil geven, waarna hij een verzoek bij de rechtbank heeft ingediend. De vader mist de kinderen enorm en staat open voor alle vormen van hulp om tot het contactherstel te komen. De vader verzoekt een opbouwregeling om zo weer te komen tot de zorgregeling uit de echtscheidingsbeschikking van 4 april 2023.
De moeder verweert zich tegen het verzoek van de vader. Dat de omgang destijds stil is komen te liggen komt, anders dan de vader aangeeft, niet doordat zij boos zou zijn over de scheiding. De omgang is stil komen te liggen doordat de vader niet meer kwam opdagen. In de periode dat de omgang wel liep nam de vader de kinderen mee naar een soort kantoorruimte met overal camera’s. De kinderen gaven bij de moeder aan zich niet meer prettig te voelen. Volgens de moeder is er op dit moment bij de kinderen geen ruimte voor contact met de vader. Het verbaast de moeder ook dat de vader sinds de omgang stil is komen te liggen geen enkel initiatief heeft getoond, en zij begrijpt niet waarom de vader nu ineens wel weer contact met de kinderen wil. Het opstarten van contact, eventueel met een voorafgaand raadsonderzoek of de benoeming van een bijzondere curator, is op dit moment te belastend voor de kinderen. Het verzoek van de vader moet daarom afgewezen worden volgens de moeder.
De rechtbank oordeelt dat er geen reden is om niet een poging te wagen om het contact te herstellen, in ieder geval voor de jongste drie kinderen. Anders dan de Raad op de zitting naar voren bracht, is de rechtbank van oordeel dat uitsluitend afwachten in combinatie met het sturen van kaartjes en/of cadeautjes waarschijnlijk niet tot contactherstel zal leiden. Nu zijn de kinderen immers nog op een leeftijd dat zij zich kunnen openstellen, maar zij worden steeds ouder. Hoe langer het duurt voordat contact plaatsvindt, hoe kleiner de slagingskans.
De rechtbank zal daarom ten aanzien van [minderjarige 4], [minderjarige 3] en [minderjarige 2] een zorgregeling bepalen. Hierbij geldt dat het van belang is dat het contact weer rustig wordt opgestart en dat er dus een opbouw zal zijn. De rechtbank zal niet de door de vader verzochte regeling volgen, maar bepaalt dat [minderjarige 4], [minderjarige 3] en [minderjarige 2] eenmaal per twee weken gedurende twee uur omgang zullen hebben met de vader. In onderling overleg kunnen de ouders deze regeling vervolgens uitbreiden. De rechtbank kan zich daarbij voorstellen dat het voor de vader en de kinderen fijn zou zijn als de omgang – in ieder geval in het begin – begeleid zal plaatsvinden. De rechtbank verwijst de ouders daarom naar een traject van omgangsbegeleiding, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding. De vader heeft verzocht om het contactmoment op zondag te laten plaatsvinden. De rechtbank laat dit echter open, nu het omgangsmoment mede zal afhangen van de mogelijkheden van de begeleiders.
De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
De ouders kunnen zich daarnaast eventueel wenden tot het Centrum Jeugd en Gezin voor begeleiding in het contactherstel. Aan de vader geeft de rechtbank in overweging zich te laten adviseren over hoe hij het beste om kan gaan met de kinderen in deze situatie, en daar hulp bij te zoeken.
Ten aanzien van [minderjarige 1] zal de rechtbank geen zorgregeling bepalen. [minderjarige 1] is op een leeftijd dat hij niet meer gedwongen kan worden om contact te hebben met de vader. De rechtbank gunt het de vader en [minderjarige 1] wel dat er op enig moment contactherstel zal plaatsvinden, maar dat moet dan op initiatief van [minderjarige 1] zijn. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat de vader op de zitting heeft aangegeven dat hij er wel open voor staat om alle kinderen te zien gedurende de omgangsmomenten. Als [minderjarige 1], of [naam 2], toch mee wil naar de vader kan dat.
Tot slot merkt de rechtbank op dat zij zich realiseert dat er nu binnen het gezin voor de kinderen verschillende regelingen gelden. De rechtbank drukt de moeder op het hart op een positieve manier bij te dragen aan het contactherstel. Dit maakt de kans van slagen het grootst.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van beschikking van deze rechtbank van 4 april 2023 – :
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats],
- [minderjarige 4], geboren op [geboortedatum 4] 2017 te [geboorteplaats],
bij de vader zullen zijn eenmaal per veertien dagen gedurende twee uur, waarbij de ouders in onderling overleg tot een uitbreiding van deze regeling kunnen komen;
*
bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen de vader en de minderjarige [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats], en het contact tussen hen plaatsvindt op initiatief van [minderjarige 1];
*
stelt vast dat de ouders, te weten;
[de vader],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject omgangsbegeleiding, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
- Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Honée, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 juli 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.