Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 7 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22018Zaaknummer C/09/694042 / FA RK 25-8297
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Publicatiedatum
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/694042 / FA RK 25-8297
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Omgangsregeling. Raadsonderzoek gelast in verband met zorgen over veiligheid minderjarige.
De rechtbank:
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
indien de raad van mening is dat een omgangsregeling niet in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige terwijl er geen omgang is tussen de vader en de minderjarigen, verzoekt de rechtbank de raad een vervolgonderzoek te doen naar de wijze waarop omgang gerealiseerd kan worden, indien nodig met behulp van proefcontacten;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot 1 januari 2027 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht
aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter terechtzitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter terechtzitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
| Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8297
Zaaknummer: C/09/694042
Datum beschikking: 7 juli 2026
Omgang
Beschikking op het op 3 november 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.G.T. Meershoek te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T.Y. Tsang te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen;
- het F9-formulier van 1 december 2025, met bijlage, van de zijde van de man.
Op 9 juni 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: - de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot het treffen van een regeling inzake de omgang tussen de vader en de minderjarige, in die zin dat:
een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige [minderjarige] vast te stellen, in die
zin dat hij bij de man verblijft: eenmaal per twee weken van zaterdagochtend 10.00 uur tot zondagavond 19.00 uur;
te bepalen dat de minderjarige [minderjarige] bij de man verblijft gedurende de helft van
de vakanties en feestdagen, in onderling overleg te bepalen.
althans dusdanige beslissingen te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar bij voorraad verklaring.
Ter zitting heeft de man de rechtbank primair verzocht om een begeleide omgangsregeling vast te stellen en subsidiair om een raadsonderzoek te gelasten. Uiteindelijk wil de vader toewerken naar een regeling zoals verzocht in zijn verzoekschrift.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt de verzoeken van de vader af te wijzen.
Feiten
- De vader en de moeder hebben van 2016 tot 2024 een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats].
- De vader heeft [minderjarige] erkend.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
- [minderjarige] verblijft op het adres van de moeder.
Beoordeling
Juridisch kader
Het verzoek van de vader is gebaseerd op artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit artikel bepaalt dat een kind recht heeft op omgang met zijn ouders en dat de rechtbank een omgangsregeling kan vaststellen. Uitgangspunt daarbij is dat het in het belang van kinderen is om met hun beide ouders contact te hebben.
Standpunten
De vader heeft [minderjarige] al lange tijd niet gezien en wil het contact met hem graag herstellen en een vader voor hem zijn. De vader erkent dat er veel gebeurd is tussen de ouders, maar vindt dat geen reden om hem het contact met [minderjarige] te ontzeggen. De vader is bereid om mee te werken aan een raadsonderzoek en omgangsbegeleiding, als dat is wat nodig is om [minderjarige] weer te zien.
De moeder stelt dat omgang niet in het belang is van [minderjarige]. De moeder stelt dat zij herhaaldelijk ernstig is bedreigd door de vader. Omdat de vader in het verleden is veroordeeld voor wapenbezit, neemt de moeder zijn bedreigingen zeer serieus. De vader wilde bovendien niet meewerken aan het maken van veiligheidsafspraken en begeleide omgang. Daarom is er in het door BZZ Welzijn opgestelde structurele veiligheidsplan opgenomen dat er geen contact kan zijn tussen [minderjarige] en zijn vader, en ook niet tussen de vader en de moeder. Er is dus geen basis voor omgang op een veilige, stabiele en voorspelbare wijze.
De raad wijst erop dat [minderjarige] nog heel jong is en zijn beide ouders nodig heeft. Begeleide omgang ligt voor de hand om de contacten tussen de vader en [minderjarige] weer op te bouwen. Gelet op de eerdere escalaties tussen de ouders is echter onduidelijk hoe de veiligheid van [minderjarige] – ook tijdens begeleide omgang – gewaarborgd kan worden. De raad adviseert daarom om een raadsonderzoek te gelasten, waarin onder meer kan worden onderzocht hoe het contact op veilige wijze kan worden hersteld en welke hulpverlening de ouders daarbij nodig hebben.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is, gelet op wat er uit het dossier en op zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat een onderzoek door de raad nodig is naar de vraag of het in [minderjarige] belang is dat er een omgangsregeling komt met zijn vader en met name ook naar de vraag hoe die omgangsregeling veilig kan worden vormgegeven. Ook als de rechtbank zou bepalen dat de omgang structureel begeleid moet worden, is de vraag wat daarbij nodig is om de veiligheid voldoende te waarborgen. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.
Niet in geschil is dat partijen een lange voorgeschiedenis met elkaar hebben, waarin veelvuldig sprake is geweest van (beschuldigingen van) huiselijk geweld, in ieder geval bestaand uit bedreigingen, verbaal geweld en vernielingen. [minderjarige] is in ieder geval getuige geweest van verbaal geweld tussen zijn ouders. In het verleden is de vader niet bereid geweest om – onder begeleiding van hulpverleningsinstanties – veiligheidsafspraken te maken. De rechtbank onderschrijft het uitgangspunt van de wetgever, dat contact met beide ouders in het algemeen in het belang is van kinderen. Als contact met beide ouders echter betekent dat een kind steeds wordt blootgesteld aan explosieve ruzies, verbaal geweld en bedreigingen, kan contact meer kwaad doen dan goed. De rechtbank acht zich op dit moment onvoldoende voorgelicht om te kunnen beoordelen wat er nodig is om de contacten tussen de vader en [minderjarige] op een veilige manier vorm te geven, dus op zo’n manier dat [minderjarige] niet geconfronteerd wordt met verdere escalaties en verbaal geweld tussen zijn ouders. De rechtbank zal daarom een raadsonderzoek gelasten.
De rechtbank verzoekt de Raad onderzoek te doen, te rapporteren en te adviseren over de volgende vragen:
- Welke mogelijkheden zijn er voor een begeleide dan wel onbegeleide omgangsregeling van [minderjarige] met de vader?
- Zijn er omstandigheden die een omgangsregeling belemmeren? Zo ja, welke komen vanuit het kind en welke vanuit de ouder(s)? Hoe en op welke termijn zijn deze omstandigheden op te heffen?
- Moeten er veiligheidsafspraken gemaakt worden en zo ja, hoe moeten die afspraken eruit zien?
- Hoe zou een omgangsregeling (vorm en frequentie) er in het belang van [minderjarige] uit moeten zien?
- In hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in voornoemde vragen, maar wel van belang zijn met betrekking tot de te nemen beslissing?
De rechtbank zal een definitieve beslissing ten aanzien van de omgangsregeling aanhouden tot 1 januari 2027 pro forma in afwachting van het verloop van het raadsonderzoek.
Beslissing
De rechtbank:
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
indien de raad van mening is dat een omgangsregeling niet in strijd is met de zwaarwegende belangen van de minderjarige terwijl er geen omgang is tussen de vader en de minderjarigen, verzoekt de rechtbank de raad een vervolgonderzoek te doen naar de wijze waarop omgang gerealiseerd kan worden, indien nodig met behulp van proefcontacten;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
houdt de behandeling aan tot 1 januari 2027 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht
aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter terechtzitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter terechtzitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
| Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.