Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 7 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:22012Zaaknummer C/09/684102 / FA RK 25-3052
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Publicatiedatum
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/684102 / FA RK 25-3052
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gezag, omgang/zprgregeling, tussenbeschikking na onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats], voorlopig onder begeleiding van oma (vaderszijde) bij de vader zal zijn:
- de ene week op zaterdagmiddag van 10.00 uur tot 18.00 uur;
- de andere week op zondagmiddag van 10.00 uur tot 18.00 uur;
welke omgangsregeling onder regie van [zorginstantie] te [plaats] kan worden uitgebreid;
*
bepaalt dat (de advocaten van) de ouders de rechtbank vóór na te melden pro forma datum zullen informeren over het verloop van de hulpverlening en de uitkomsten van het onderzoek door [zorginstantie], door toezending aan de rechtbank van een rapportage van [zorginstantie];
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de definitieve omgangsregeling dan wel zorgregeling en de definitieve kinderalimentatie aan tot 1 februari 2027 pro forma.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op openbare zitting van 7 juli 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3052
Zaaknummer: C/09/684102
Datum beschikking: 7 juli 2026
Gezag, hoofdverblijfplaats, omgangsregeling/zorgregeling
Beschikking op het op 18 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.P.M. Duijndam te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Dreiling te Leiden.
Procedure
Bij beschikking van 26 juni 2025 van deze rechtbank, voor zover hier van belang:
- zijn de ouders verwezen voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling;
- is de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
- is bepaald dat de minderjarige [minderjarige] voorlopig onder begeleiding van [naam 1] (tante vaderszijde) of opa (vaderszijde) bij vader zal zijn:
- de ene week op zaterdagmiddag van 14.00 uur tot 17.00 uur;
- de andere week op zondagmiddag van 14.00 uur tot 17.00 uur;
- is de door de vader, met ingang van de datum van de beschikking, voorlopig te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] op € 228,- per maand bepaald, vanaf de datum van de beschikking maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen;
- is iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de definitieve omgangsregeling dan wel zorgregeling en de definitieve kinderalimentatie aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
- de brief van de Raad van 17 juli 2025;
- de brief van de Raad van 6 augustus 2025;
- de brief van 29 oktober 2025, met bijlagen, van de moeder;
- het rapport en advies van de Raad van 16 januari 2026, kenmerk KZ-1-66CH4LR;
- het bericht van 23 januari 2026 van de moeder;
- de brief van 11 februari 2026 van de vader;
- de brief van 13 februari 2026 van de moeder;
- de brief van 22 mei 2026, met bijlagen, van de vader;
- de brief van 25 mei 2026 van de moeder;
- het F9D bericht van 27 mei 2026, met bijlagen, van de vader.
Op 5 juni 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam 2] namens de Raad.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Omgangs- c.q. zorgregeling
De Raad adviseert in haar rapport om de beslissing over de definitieve omgangsregeling aan te houden voor de duur van negen maanden, zodat in de tussenliggende periode hulpverlening kan worden ingezet. Uit het rapport komt verder het volgende naar voren. De grootste zorg van de Raad is het zeer verstoorde contact tussen de ouders. De ouders erkennen volgens de Raad dat er in het verleden tussen hen sprake is geweest van huiselijk geweld. De moeder zegt dat zij mishandeld werd door de vader. De vader stelt dat er geweld heeft plaatsgevonden vanuit beide kanten. De moeder geeft aan dat zij nog steeds ernstige angst ervaart voor de vader. Deze angst zorgt voor lichamelijke en mentale klachten bij haar. De psychologische behandeling van de moeder kan volgens de huisarts niet worden voortgezet omdat zij door de omgangsregeling in contact blijft met de vader en dit haar trauma’s activeert. De moeder heeft door het verleden geen vertrouwen in de vader als opvoeder en verzorger van [minderjarige]. De Raad stelt vast dat ondanks de spanningen tussen de ouders de ontwikkeling van [minderjarige] op dit moment grotendeels positief verloopt.
De Raad geeft verder aan op dit moment bij beide ouders onvoldoende zicht te hebben op hun functioneren als ouder. Bij de vader is niet vast te stellen of hij over voldoende mogelijkheden beschikt om de zorg voor een jong kind vorm te geven. De Raad merkt daarbij op er wel van uit te gaan dat de vader in staat is in te spelen op de behoeftes van [minderjarige], maar dat de moeder zich daar grote zorgen over maakt. Volgens de Raad is het belangrijk dat de moeder als hoofdopvoeder hier meer vertrouwen in krijgt. Bij de moeder is onduidelijk in hoeverre haar lichamelijke en psychische problemen van invloed zijn op de opvoeding van [minderjarige]. Om meer zicht te krijgen op de situatie bij ouders thuis rondom de opvoeding en verzorging van [minderjarige] vindt de Raad het van belang dat de ouders worden aangemeld bij [zorginstantie] te [plaats]. Vanuit deze begeleiding kan worden beoordeeld in hoeverre ouders in staat zijn [minderjarige] structuur, veiligheid, emotionele beschikbaarheid en dagelijkse zorg te bieden. Pas daarna kan bezien worden of een uitbreiding van de omgang in het belang van [minderjarige] is. Wanneer dit eerder blijkt te kunnen dan de vastgestelde negen maanden, kan de hulpverlener van [zorginstantie] eerder beslissen om de contactmomenten met de vader
verder uit te breiden, aldus de Raad.
De moeder is het eens met het advies van de Raad. Zij geeft aan dat het handhaven van de huidige omgangsregeling voor haar op dit moment het maximaal haalbare is.
De vader kan zich niet vinden in het advies van de Raad. Sinds de beschikking van 25 juni 2025 loopt de omgang met [minderjarige] volgens de vader vlekkeloos. Hij wil graag uitbreiding van de omgang, op termijn ook met een overnachting, en zonder begeleiding. Er zijn volgens de vader geen contra-indicaties en bovendien kan hij steunen op een groot netwerk. De vader heeft verder naar voren gebracht dat zijn vader en zus opa [naam 3] en tante [naam 1] hebben aangegeven niet langer structureel beschikbaar te zijn om de omgangsmomenten te begeleiden. Volgens de vader wil de moeder geen toestemming geven om zijn moeder oma [naam 4] die wel beschikbaar is, de omgang te laten begeleiden.
De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij er grote moeite mee heeft dat de vader blijft ontkennen dat hij haar in het verleden heeft mishandeld. Dit maakt volgens de moeder dat er heel weinig draagkracht bij haar is voor omgang tussen [minderjarige] en de vader. Volgens de moeder verloopt de omgang nu goed omdat het maar om drie uur gaat. De moeder heeft er geen vertrouwen in dat de vader goed voor [minderjarige] zal zorgen als de omgang uitgebreid wordt, omdat er zich dan situaties zullen voordoen die meer van de vader vragen. De moeder vreest dan voor de veiligheid van [minderjarige]. Volgens de moeder keurt oma [naam 4] alles in het gedrag van de vader goed en daarom wil zij niet dat oma [naam 4] de omgang gaat begeleiden.
Op de zitting heeft de vader naar voren gebracht dat het geweld in het verleden van beide kanten kwam en dat nergens uit is gebleken dat er een gevaar voor [minderjarige] was. Als hem een uitbreiding van de uren gegund wordt, kan hij laten zien dat hij een goede vader is, aldus de vader.
De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op het advies van de Raad en wat op zitting is besproken, concludeert de rechtbank dat het op dit moment het meest in het belang van [minderjarige] is om de beslissing ten aanzien van de definitieve omgangs- c.q. zorgregeling voor de duur van zes maanden aan te houden. De rechtbank acht het met de Raad noodzakelijk dat in de tussenliggende periode hulpverlening wordt ingezet en dat [zorginstantie] onderzoek gaat doen naar het functioneren van zowel de vader als de moeder in hun ouderrol. De Raad adviseert in zijn rapport om in de tussentijd de huidige voorlopige omgangsregeling te handhaven, maar op de zitting heeft de Raad gezegd dat de voorlopige omgangsregeling zich wel leent voor uitbreiding. Hierbij sluit de rechtbank zich aan. Gebleken is dat de voorlopige omgangsregeling inmiddels een jaar loopt, dat [minderjarige] met plezier naar de vader gaat en dat er geen incidenten zijn gemeld. De Raad heeft bovendien uitgesproken ervan uit te gaan dat de vader in staat is in te spelen op de behoeftes van [minderjarige]. De rechtbank neemt daarbij ook mee dat de moeder het dit jaar rond de verjaardag van [minderjarige] geen probleem vond om af te spreken dat [minderjarige] eenmalig op zaterdag zes uur naar de vader zou gaan. Verder overweegt de rechtbank dat begeleiding van de omgang nog wel gewenst is. Deze is bedoeld om de draagkracht bij de moeder voor de contactmomenten tussen de vader en [minderjarige] te vergroten. Hoewel de moeder begeleiding door oma vaderszijde niet wenselijk vindt, ziet de rechtbank geen aanleiding om daarin mee te gaan. Dat oma vaderszijde zich in de strijd tussen de vader en de moeder aan de zijde van de vader heeft geschaard, is wellicht kwetsend geweest voor de moeder, maar maakt niet dat zij ongeschikt is om de omgang te begeleiden. De rechtbank zal daarom bepalen dat de contactmomenten tussen de vader en [minderjarige] zullen worden uitgebreid in die zin dat [minderjarige] voorlopig onder begeleiding van oma (vaderszijde) bij de vader zal zijn:
- de ene week op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur;
- de andere week op zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur.
De rechtbank verwacht van [zorginstantie] dat zij hierin snel hun coördinerende rol zullen pakken. De moeder heeft op de zitting laten weten dat zij [zorginstantie] al heeft benaderd, maar dat [zorginstantie] niet weet wat zij moet doen. Daarom benadrukt de rechtbank hier dat van [zorginstantie] wordt gevraagd onderzoek te doen naar de opvoedcapaciteiten van de vader en naar de invloed van de problematiek bij de moeder op de thuissituatie bij de moeder en de opvoeding van [minderjarige]. De rechtbank zal verder, overeenkomstig het advies van de Raad, de regie over een eventuele verdere uitbreiding van de contactmomenten neerleggen bij [zorginstantie]. De rechtbank verzoekt de advocaten van de ouders om vóór de na te melden pro forma datum een rapportage van [zorginstantie] in te dienen met daarin een verslag van het verloop van de hulpverlening en de uitkomsten van het onderzoek dat [zorginstantie] verricht heeft.
Gezag
Hoewel de Raad heeft geadviseerd om het verzoek van de vader om hem met het ouderlijk gezag over [minderjarige] te belasten, af te wijzen, vindt de rechtbank het nog te vroeg om hier nu al een beslissing over te nemen. Omdat de hulpverlening nog moet starten zal zij deze beslissing ook voor de duur van zes maanden aanhouden
Hoofdverblijf en definitieve kinderalimentatie
De rechtbank zal, omdat de beslissing ten aanzien van de omgangs- c.q. zorgregeling en het gezag wordt aangehouden, eveneens de beslissing ten aanzien de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] en de definitieve kinderalimentatie aanhouden.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats], voorlopig onder begeleiding van oma (vaderszijde) bij de vader zal zijn:
- de ene week op zaterdagmiddag van 10.00 uur tot 18.00 uur;
- de andere week op zondagmiddag van 10.00 uur tot 18.00 uur;
welke omgangsregeling onder regie van [zorginstantie] te [plaats] kan worden uitgebreid;
*
bepaalt dat (de advocaten van) de ouders de rechtbank vóór na te melden pro forma datum zullen informeren over het verloop van de hulpverlening en de uitkomsten van het onderzoek door [zorginstantie], door toezending aan de rechtbank van een rapportage van [zorginstantie];
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de definitieve omgangsregeling dan wel zorgregeling en de definitieve kinderalimentatie aan tot 1 februari 2027 pro forma.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op openbare zitting van 7 juli 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.