Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Den Haag, 29 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21904Zaaknummer C/09/705138 / KG ZA 26/508
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 29 juni 2026
- Publicatiedatum
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/705138 / KG ZA 26/508
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Procedure over de vraag of de NVWA eiseres toestemming moet verlenen voor de import van een zeeleeuw. Volgt afwijzing van het gevorderde omdat eiseres niet-ontvankelijk is. Voor eiseres staat bij de bestuursrechter een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang open.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verklaart Snavelhof niet-ontvankelijk in haar vorderingen;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026.
ddg
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/705138 / KG ZA 26/508
Vonnis in kort geding van 29 juni 2026
in de zaak van
BREEDING FARM SNAVELHOF B.V. te Veeningen,
eiseres,
advocaat mr. R.J. de Nekker te Wolvega,
tegen:
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) te Den Haag,
gedaagde,
advocaten mrs. W.J. Poot en N.J. Louis te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Snavelhof’ en ‘de Staat’.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 juni 2026 met producties;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 14;
- de van de zijde van Snavelhof overgelegde productie 7;
- de op 15 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij namens de Staat pleitnotities zijn overgelegd.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Snavelhof is een bedrijf dat (sier)vogels en andere exotische dieren importeert en exporteert. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bewaakt in Nederland de publieke belangen diergezondheid en dierenwelzijn.
Snavelhof heeft vanaf eind november 2025 contact gehad met de NVWA over de voorgenomen import van twee Californische zeeleeuwen vanuit Japan naar Nederland met als doel een opvolgende export van deze zeeleeuwen naar China. Snavelhof heeft daarvoor verschillende documenten aangeleverd bij de NVWA, waaronder een importcertificaat en een exportcertificaat. Op 27 februari 2026 heeft de NVWA Snavelhof per brief meegedeeld dat de voorgenomen import niet wordt toegestaan:
“(…)
Deze brief is bedoeld om het standpunt van de NVWA met u te delen en dat is dat de voorgenomen import van de twee Californische zeeleeuwen van 2 maart 2026 aanstaande niet wordt toegestaan. Hierna wordt dit toegelicht.
Op grond van de aankondiging over de geplande import, zoals hiervoor genoemd op 2 maart 2026, hebben wij opnieuw gegevens bij u opgevraagd voor deze im- en export. Dit omdat deze diersoort niet op de huis- en hobbydierenlijst staat en uw onderneming alleen kan vallen onder de vrijstelling zoals opgenomen in het Besluit huis- en hobbydierenlijst, artikel 2 onder g.
Parallel is dit voorgenomen transport besproken binnen de NVWA, aangezien onder andere de onnodige transportbeweging via Nederland als zeer onwenselijk wordt gedefinieerd. Dit transport wordt gedefinieerd als ongewenst en schadelijk gedrag in de zin van de dierenwelzijn; dit transport past niet in de geest van de relevante regelgeving.
De argumenten hiervoor zijn dat:
- De onnodige transportbewegingen en afstanden leiden tot onnodige extra aantasting van dierenwelzijn;
- In de NVWA-visie op dierenwelzijn is sprake van een dierwaardig bestaan voor elk dier, te allen tijde. Deze totale transportbeweging doet afbreuk aan genoemde dierwaardigheid.
(…)”
Bij brief van 9 april 2026 heeft de advocaat van Snavelhof de NVWA geantwoord en pro forma bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de NVWA:
“Voor cliënte is het onduidelijk of deze brief een officieel besluit is. Uit uw brief volgt namelijk geen rechtsmiddelenverwijzing, zoals gebruikelijk bij een besluit bij een bestuursorgaan.
Volledigheidshalve stel ik hierbij alsnog pro forma bezwaar in tegen de beslissing van de NVWA inzake de afwijzing om twee zeeleeuwen te importeren. (…)
Mocht de brief van de NVWA niet als een besluit gelden, dan heeft cliënte alsnog recht op een formeel besluit ten aanzien van de afwijzing van de import door de NVWA, zodat zij alsnog de gerechtelijk geldende procedure kan volgen. Cliënte ziet uw besluit dan alsnog tegemoet op korte termijn.
(…)”
De NVWA heeft de ontvangst van het bezwaar bevestigd:
“Op 9 april 2026 ontving ik uw bezwaar tegen mijn besluit van 27 februari 2026. (…)
Uw bezwaar is nog niet compleet. Om het in behandeling te kunnen nemen, verzoek ik u mij te verstrekken:
De gronden van uw bezwaar;
(…)”
Na een verleend uitstel heeft Snavelhof de gronden van haar bezwaar op 20 mei 2026 aangevuld.
Op 24 april 2026 heeft Snavelhof bij de NVWA een melding gedaan voor de invoer op 1 mei 2026 van één Californische zeeleeuw (hierna: de zeeleeuw) uit een dierentuin in Frankrijk naar Nederland, bestemd voor export naar China. Bij brief van 29 april 2026 heeft de NVWA Snavelhof bericht dat deze invoer niet wordt toegestaan. In de brief zijn de gronden daarvoor toegelicht. In de kern komt het erop neer dat de NVWA stelt dat het transport ongewenst en schadelijk is in het licht van dierenwelzijn en dat het transport niet in de geest van de relevante regelgeving past.
De advocaat van Snavelhof heeft bij brief van 29 april 2026 de NVWA bericht dat Snavelhof zich niet in de beslissing kan vinden. Daarbij is toegelicht dat sprake is van willekeur, dat niet gebleken is dat de beslissing is gebaseerd op wetgeving, dat Snavelhof in de problemen komt met haar bedrijfsvoering en dat de NVWA onrechtmatig handelt. Verder is namens Snavelhof aangevoerd:
“Tevens is cliënte van mening dat uw brief een beslissing is, dan wel een besluit, maar heeft u nagelaten om een rechtsmiddelenverwijzing toe te voegen. Uw brief is daarmee gebrekkig. Namens cliënte verzoek ik u daarom aan te geven of dit een besluit is waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.
Tevens zal ik namens cliënte een kort geding starten tegen de NVWA. Eventuele vervolgschade zal in een aparte procedure op uw organisatie worden verhaald. (…)”
Bij brief van 2 juni 2026 is namens Snavelhof pro forma bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de NVWA van 29 april 2026 tot afwijzing van de import van de zeeleeuw. Op 2 juni 2026 heeft de NVWA de ontvangst van het pro forma bezwaar bevestigd en verzocht om uiterlijk 2 juli 2026 de gronden van het bezwaar te verstrekken zodat het bezwaar in behandeling genomen kan worden.
Het transport voor de zeeleeuw is geannuleerd.
De NVWA heeft contact gehad met de Franse Service Santé et Protection Animales van het departement van de Somme (de Franse autoriteit). De Franse autoriteit heeft de NVWA op 4 juni 2026 bericht dat de zeeleeuw een nieuwe bestemming heeft: het Verenigd Koninkrijk.
3 Het geschil
Snavelhof vordert – zakelijk weergegeven – bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de Staat te veroordelen om Snavelhof toestemming te verlenen voor de import van de zeeleeuw vanuit Frankrijk, binnen 7 dagen na de dag van de uitspraak in dit kort geding, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag of dagdeel waarop zij daaraan niet voldoet, met een maximum van € 250.000; en
II. de Staat te veroordelen om over te gaan tot een voorscreening van de quarantainelocatie, binnen 7 dagen na de dag van de uitspraak in dit kort geding, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag of dagdeel dat zij daaraan niet voldoet, met een maximum van € 250.000;
III. de Staat te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten;
IV. de Staat te veroordelen in de proceskosten.
Daartoe voert de Snavelhof – samengevat – het volgende aan.
De NVWA heeft geen juridische onderbouwing gegeven voor haar besluit om geen toestemming te geven voor het transport van de zeeleeuw uit Frankrijk naar Nederland. Zo is ook niet toegelicht waarom het transport zeer onwenselijk zou zijn. de NVWA handelt onrechtmatig jegens Snavelhof. Snavelhof heeft zich contractueel verbonden voor de import en export van de zeeleeuw. Door het handelen van de NVWA wordt de bedrijfsvoering van Snavelhof aangetast met hoge financiële kosten tot gevolg. De aard en omvang van de inbreuk op de bedrijfsvoering maken dat Snavelhof een spoedeisend belang heeft bij een beslissing.
De Staat voert verweer. Hij voert aan dat Snavelhof niet-ontvankelijk is in haar vorderingen, dat een spoedeisend belang ontbreekt, dat van onrechtmatig handelen door de NVWA geen sprake is en dat een gebodsbevel zoals gevorderd ontoelaatbaar is, omdat dat in strijd met de wet zou zijn.
4 De beoordeling van het geschil
De vorderingen van Snavelhof zien op de zeeleeuw waarvoor bij de NVWA op 24 april 2026 een melding voor invoer is gedaan (randnummer 2.6). De Staat voert allereest aan dat Snavelhof niet-ontvankelijk is in haar vorderingen omdat de bestuursrechtelijke rechtsingang voor haar open staat. Dat verweer slaagt.
Met de brief van 29 april 2026 van de NVWA is Snavelhof geïnformeerd dat invoer van de zeeleeuw niet is toegestaan en de gronden daarvoor zijn in de brief toegelicht. Met de Staat oordeelt de voorzieningenrechter dat de beslissing om geen toestemming te verlenen een besluit is in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beslissing is gericht op een rechtsgevolg, in dit geval: de juridische status van de zeeleeuw als deze in Nederland wordt geïmporteerd en gehouden. Dat de beslissing van de NVWA een besluit is, is Snavelhof ook duidelijk gemaakt ruim voordat de dagvaarding in dit kort geding aan de Staat werd betekend. Snavelhof heeft, nadat zij voor haar aanvraag voor de import van twee zeeleeuwen het bericht ontving dat daar geen toestemming voor wordt gegeven, daartegen pro forma bezwaar gemaakt. Daarna heeft de NVWA Snavelhof een termijn gegeven voor het aanvullen van het bezwaar tegen het “besluit van 27 februari 2026”. Snavelhof is toen duidelijk gemaakt dat de afwijzing van het verzoek een besluit is, zoals zij al vermoedde getuige haar pro forma bezwaarschrift. Ook na de beslissing van 29 april 2026 betreffende de zeeleeuw heeft Snavelhof daartegen bezwaar gemaakt. Ook hiervoor is Snavelhof een termijn gegeven om haar bezwaar tegen het “besluit van 29 april 2026” aan te vullen. Dat de brief van 29 april 2026 geen rechtsmiddelenverwijzing bevat doet er niet aan af dat de beslissing van 29 april 2026 een besluit is. Het is gericht op een rechtsgevolg en Snavelhof is daarna ook bevestigd dat het een besluit is en zij heeft zo ook gehandeld.
Snavelhof kan tegen het besluit van 29 april 2026 bezwaar en beroep instellen en hangende het bezwaar (dat zij al heeft ingediend) en beroep kan zij een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter vragen. Snavelhof wil bereiken dat haar toestemming voor de import wordt gegeven. Het besluit tot afgifte van een certificaat voor zo’n toestemming is bij uitstek een bestuursrechtelijke handeling. Haar vorderingen gericht op screening van de quarantainelocatie voor de zeeleeuw en het verkrijgen van een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten hangen daarmee nauw samen. De standpunten die Snavelhof in dit kort geding naar voren heeft gebracht, kan zij dan ook bij de bestuursrechter laten toetsen. Dat betekent dat voor Snavelhof een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat en dat voor de burgerlijke rechter als restrechter geen taak is weggelegd. Snavelhof zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen. De overige verweren van de Staat hoeven dan ook niet meer besproken te worden. Daarmee kan ook in het midden blijven of het juist is, zoals de Staat stelt, dat het beoogde transport van de zeeleeuw van Nederland naar China helemaal van de baan is, zodat Snavelhof om die reden geen belang meer heeft bij haar vorderingen.
Hoewel Snavelhof niet-ontvankelijk in haar vorderingen zal worden verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Partijen hebben aan het slot van de zitting gesproken over de mogelijke niet-ontvankelijk verklaring van Snavelhof. De Staat heeft te kennen gegeven dat hij zich refereert aan het oordeel van de voorzieningenrechter als beslist zou worden dat de proceskosten worden gecompenseerd. In de omstandigheid dat de NVWA aanvankelijk onduidelijkheid heeft laten bestaan over de aard van haar beslissing, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de kosten te compenseren.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verklaart Snavelhof niet-ontvankelijk in haar vorderingen;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2026.
ddg
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.