Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 6 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21856Zaaknummer C/09/705008 / FA RK 26-4726

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/705008 / FA RK 26-4726
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening uitsluitend gebruik, toevertrouwing, voorlopige zorgregeling

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vader bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de moeder die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarige:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1];

aan de vader zal worden toevertrouwd;

bepaalt dat de minderjarigen:

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats 2];

aan de moeder zullen worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat er voorlopig geen zorgregeling tussen de moeder en de minderjarige [minderjarige 1] wordt vastgesteld;

*

bepaalt dat de vader voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij zich te hebben:

  • in de oneven weken van donderdag 16:00 uur tot zondag 16:00 uur;
  • in de even weken van donderdag 16.00 uur tot zaterdag 10.30 uur;

waarbij de moeder [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op donderdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op zaterdag dan wel zondag weer naar de moeder brengt;

daarnaast:

- haalt de vader [minderjarige 2] in de even weken op dinsdag om 16:00 uur op voor de

zwemles (17:00 uur – 17:45 uur) en brengt hem daarna weer om 19:00 uur terug naar de moeder;

- begeleidt de vader [minderjarige 2] op zaterdag naar de voetbal, ook als dat in het weekend

van de moeder is;

- voor het overige is de ouder waar het minderjarige kind op dat moment verblijft

verantwoordelijk voor het halen en brengen naar de sportactiviteiten;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-4726

Zaaknummer: C/09/705008

Datum beschikking: 6 juli 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 8 mei 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.J. Verdult te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het verweerschrift, tevens verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van 16 juni 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen;

- het F9-formulier van 17 juni 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen;

- het F9-formulier van 18 juni 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen.

Op 22 juni 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- De vader en de moeder zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan op

[dag] 2021.

- Zij zijn de ouders van drie minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1];

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats 2].

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vader strekt ertoe dat:

- de vader gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres], met het bevel dat de moeder die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

- de minderjarige kinderen van partijen aan de vader worden toevertrouwd;

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, waarbij de kinderen bij de moeder verblijven de ene week vanaf zaterdag 10.30 uur tot woensdag 16.00 uur en de andere week van zondag 16.00 uur tot woensdag 16.00 uur en voorts te bepalen dat de vader [minderjarige 2] in de even weken op dinsdag naar zwemles zal begeleiden en voorts te bepalen dat de vader [minderjarige 2] op zaterdag naar de voetbal zal begeleiden ook als dat in het weekend van de moeder is en dat de moeder [minderjarige 3] naar dansles zal begeleiden, ook als dat in het weekend van de vader is;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert – onder referte voor het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning – verweer tegen de verzochte toevertrouwing en zorgregeling, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens verzoekt de moeder zelfstandig dat:

- de minderjarige kinderen van partijen aan de moeder worden toevertrouwd;

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, waarbij:

- de vader voorlopig [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij zich zal hebben om de week een weekend van zaterdag 10:30 uur tot en met zondag 16:00 uur, waarbij de vader het halen en het brengen voor zijn rekening neemt;

- de vader om de week [minderjarige 2] op dinsdag ophaalt om 16:00 uur en hem meeneemt naar de zwemles van 17:00 uur tot 17:45 uur en hem om 19:00 uur weer terugbrengt naar de moeder, alsmede iedere donderdag van 16:00 uur tot 19:00 uur waarbij de vader het halen en het brengen voor zijn rekening neemt;

- [minderjarige 1] voorlopig de helft van de tijd bij de vader en de helft van de tijd bij de moeder verblijft met een wissel op de zondag 17:00 uur met een opbouwregeling waarbij [minderjarige 1] de eerste week een paar uur met de moeder leuke dingen onderneemt, de tweede week een dag met de moeder leuke dingen onderneemt en in de derde week, op het tempo van [minderjarige 1], een weekend bij de moeder verblijft met een uitbouw naar een co-ouderschap;

- de moeder voorlopig dagelijks kan videobellen met [minderjarige 1] voor het slapen gaan,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader voert verweer tegen de verzochte toevertrouwing en zorgregeling, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning

De vader verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan hem toe te wijzen. De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader. Zij woont op dit moment met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij haar moeder en zij verwacht dat zij snel een eigen woning toegewezen zal krijgen. De rechtbank zal het verzoek van de vader daarom als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Voorlopige toevertrouwing

Beide partijen hebben verzocht om toevertrouwing van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] aan hen.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de moeder sinds het incident tussen de ouders en sinds dat de ouders uit elkaar zijn met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij haar moeder inwoont. De vader is samen met [minderjarige 1] in de echtelijke woning gebleven.

Ter onderbouwing van zijn verzoek stelt de vader dat het in het belang van de kinderen is dat zij aan hem worden toevertrouwd. Op 4 april 2026 heeft een geweldsincident tussen de ouders plaatsgevonden. De moeder heeft de vader daarbij met een mes in zijn arm en lende gestoken en de vader is levensgevaarlijk gewond geraakt. De moeder is opgepakt, maar zij is weer vrijgelaten en mag de inhoudelijke behandeling van de strafzaak in vrijheid afwachten. Haar voorlopige hechtenis is geschorst onder de voorwaarde dat zij op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen met de vader, tenzij de reclassering daar toestemming voor geeft. Het incident heeft een grote impact op met name [minderjarige 1] gehad. Op dit moment is er rust in de thuissituatie nodig en de vader is een betrokken vader en kan de kinderen een veilige leefruimte bieden in hun eigen vertrouwde omgeving in de echtelijke woning. Daarnaast is er hulpverlening bij het gezin betrokken, eerst via het Crisis Interventie Team (CIT) en nu via het Jeugdteam. De vader zelf krijgt hulp via de Brijder.

De moeder daarentegen stelt dat het in het belang van de kinderen is dat zij aan haar worden toevertrouwd. De moeder heeft vanaf de geboorte van de kinderen altijd de zorg voor hen gedragen. De moeder heeft vanwege het incident en het contactverbod de echtelijke woning moeten verlaten. Zij verblijft sindsdien met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij haar moeder. Het gaat goed met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de moeder zorgt goed voor hen. [minderjarige 1] woont nu bij de vader, maar de moeder hoopt dat zij snel weer contact met de moeder zal opnemen en bij haar komt wonen. De moeder is thuismoeder en kan (zodra ze een eigen woning heeft) dan alle toeslagen voor de kinderen aanvragen. Het klopt dat er hulpverlening bij het gezin is betrokken, eerst het CIT en nu het Jeugdteam, en de moeder werkt daar ook goed aan mee. De moeder zelf krijgt hulp via de Waag.

De rechtbank stelt vast dat niet het mogelijk is gebleken om in overleg met de ouders tot een afspraak met betrekking tot [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te komen. Daarom zal de rechtbank beslissen wat haar, de omstandigheden en belangen van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de ouders afwegend, het meest wenselijk voorkomt. De rechtbank zal in het kader van deze voorlopige voorziening aansluiten bij de huidige situatie. Gelet op deze situatie, waarin [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met de moeder bij haar moeder verblijven, acht de rechtbank toevertrouwing van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] aan de moeder op dit moment het meest in hun belang. Zij verblijven nu in een voor hen veilige omgeving, wat rust biedt. Gelet op de situatie van [minderjarige 1], zij verblijft op dit moment bij de vader, acht de rechtbank toevertrouwing van [minderjarige 1] aan de vader op dit moment het meest in haar belang. Dit biedt voor nu de meeste rust voor haar. Voorts is er begeleiding en hulpverlening voor het gezin vanuit het Jeugdteam aanwezig en de rechtbank gaat ervanuit dat zij samen met de ouders de situatie blijven monitoren en dat zij gelet op de nog in te dienen bodemprocedure samen definitieve afspraken over de hoofdverblijfplaats van de kinderen zullen maken, waarbij ook de financiële aspecten in de overwegingen kunnen worden meegenomen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader tot toevertrouwing van [minderjarige 1] aan hem en het verzoek van de moeder tot toevertrouwing van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] aan haar toewijzen, onder afwijzing van de overige verzoeken ten aanzien van de toevertrouwing.

Voorlopige zorgregeling

De vader stelt dat [minderjarige 1] op dit moment volledig bij hem verblijft en heeft aangegeven voorlopig nog geen contact met de moeder te willen. De vader acht het daarom in het belang van [minderjarige 1] dat haar voorlopig even rust wordt gegund en dat er, ook gelet op haar leeftijd, rekening wordt gehouden met haar wensen en behoeftes, ook omdat zij tijd nodig heeft om het gebeuren te verwerken. Het gezin krijgt inmiddels hulpverlening via het Jeugdteam en zij willen aan contactherstel tussen de moeder en [minderjarige 1] gaan werken. De moeder is een goede moeder en de vader hoopt dat [minderjarige 1] binnenkort weer open staat voor contact met haar. Voorts acht de vader het ook in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] dat er rust in de situatie komt. Op dit moment maken de ouders door bemiddeling van het CIT steeds ad hoc afspraken over de zorgverdeling over [minderjarige 2] en [minderjarige 3]. De vader acht die situatie te onrustig en acht het in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] dat een meer gestructureerde zorgregeling wordt getroffen, waarbij de zorg voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gelijk tussen de ouders wordt verdeeld. Daarnaast zou de vader graag zien dat de kinderen hun huidige sportactiviteiten kunnen blijven uitoefenen en dat beide ouders hen daarbij blijven begeleiden.

De vader stelt dat hij hulp heeft gezocht en een behandeling heeft gevolgd voor zijn middelengebruik en dat hij geen middelen meer gebruikt. De vader kan de kinderen een veilige omgeving en zorgregeling bieden. Verder is de vader zelfstandig ondernemer en kan hij zijn werk zo inrichten, dat hij voor de kinderen kan zorgen. Bovendien kan hij voor hulp terugvallen op zijn familie.

De moeder stelt voorop dat de ouders met behulp van het CIT een voorlopige zorgregeling hebben afgesproken. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven hierbij om het weekend bij de vader van zaterdag 10:30 uur tot zondag 16:00 uur. Daarnaast haalt de vader iedere dinsdag [minderjarige 2] om 16:00 uur op voor de zwemles (17:00 uur – 17:45 uur) en brengt hem daarna weer om 19:00 uur terug en iedere donderdag haalt de vader [minderjarige 3] en [minderjarige 2] op om 16:00 uur om bij hem te komen eten en brengt ze weer om 19:00 uur terug naar moeder. Deze regeling wordt door de ouders op dit moment naar behoren uitgevoerd en dient volgens de moeder voorlopig zo te worden vastgesteld. [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn nu ook aan deze regeling gewend. De door de vader voorgestelde regeling maakt dat de aanwezige duidelijkheid en voorspelbaarheid weer overhoop wordt gehaald. Voorts maakt de moeder zich zorgen over het middelengebruik en daarmee de thuissituatie van de vader. Het contact moet voor de kinderen veilig zijn en daar is op dit moment nog onvoldoende zicht op, aldus de moeder. Daarnaast is de moeder thuismoeder en heeft zij altijd voor de kinderen gezorgd. De vader heeft een eigen onderneming die vergt dat hij voltijds aan het werk is. De zorgregeling die de vader voorstelt waarbij de zorg tussen de ouders gelijk is verdeeld is daarom niet realistisch. De door de vader verzochte zorgregeling dient dan ook te worden afgewezen.

Voorts heeft de moeder aangegeven dat zij [minderjarige 1] enorm mist. [minderjarige 1] heeft aangegeven dat zij voorlopig geen contact met haar wil en dat zij zelf met de moeder contact zal opnemen, zodra zij daar aan toe is. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij zich berust in deze wens van [minderjarige 1] en [minderjarige 1] de ruimte zal geven die zij nodig heeft. De moeder hoopt wel dat er snel met een opbouwregeling voor het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] kan worden gestart, met enkele uren contact per week en iedere dag videobellen.

Namens de Raad is naar voren gebracht dat het van belang is dat er nu rust in de situatie voor de kinderen komt en dat dit hopelijk kan worden bereikt door het vastleggen van een duidelijke voorlopige zorgregeling. Verder is het fijn dat eerst het CIT en nu het Jeugdteam bij de ouders is betrokken en dat de ouders zich daaraan goed committeren. Via het Jeugdteam en bijvoorbeeld ook via de Waag kan verdere hulp voor de ouders worden ingeschakeld.

De rechtbank overweegt als volgt. In april heeft een ernstig geweldsincident tussen de ouders plaatsgevonden. De moeder is daarvoor opgepakt en in voorlopige hechtenis genomen. Deze voorlopige hechtenis is vervolgens geschorst onder de voorwaarde dat zij op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen met de vader, tenzij de reclassering daar toestemming voor geeft. Met behulp van het CIT hebben partijen een voorlopige zorgregeling voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] afgesproken. Ten aanzien van [minderjarige 1] is nog geen zorgregeling afgesproken. Inmiddels heeft het Jeugdteam de hulpverlening aan het gezin van het CIT overgenomen. Het Jeugdteam wil aan het contactherstel tussen de moeder en [minderjarige 1] gaan werken. Zoals ter zitting ook is gebleken zijn de emoties van de ouders nog heel hoog. Beide ouders moeten proberen een nieuw evenwicht in de situatie te vinden en het zal enige tijd in beslag nemen voordat de ouders weer op een constructieve manier met elkaar kunnen omgaan. De voorlopige zorgregeling dient daarom in deze onrustige situatie zoveel mogelijk rust en duidelijkheid voor zowel de kinderen als de ouders te bieden. De rechtbank overweegt daarbij dat het voor zich spreekt dat beide ouders de veiligheid van de kinderen voorop moeten stellen en geen middelen gebruiken als zij de zorg voor de kinderen dragen.

[minderjarige 1]

De rechtbank acht het met de ouders van belang dat de moeder een substantiële rol behoudt in de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1]. [minderjarige 1] heeft echter aangegeven dat zij het, door hetgeen er is gebeurd, op dit moment moeilijk vindt om contact met haar moeder te hebben. Zij wil voor nu alleen contact met haar moeder op haar eigen tempo en voorwaarden, te meer nu de moeder in de afgelopen periode over haar grenzen is heengegaan. De rechtbank heeft de indruk dat het dwingen van [minderjarige 1] tot contact met haar moeder [minderjarige 1] alsook de relatie tussen de moeder en [minderjarige 1] geen goed zal doen. De rechtbank zal daarom voor [minderjarige 1] bepalen dat er voorlopig geen vaste zorgregeling met de moeder geldt. De rechtbank gaat ervanuit dat [minderjarige 1] met hulp van de betrokken hulpverlening zal aangeven wanneer zij toe is aan contact met de moeder en dat de vader haar ook zal blijven stimuleren in het contact met de moeder. De rechtbank hoopt dat [minderjarige 1] op enig moment zal aanhaken bij de voorlopige zorgregeling, zoals de rechtbank hierna voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zal vaststellen.

[minderjarige 2] en [minderjarige 3]

De rechtbank stelt vast dat het op de zitting niet mogelijk is gebleken om in overleg met de ouders een voorlopige zorgregeling voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] vast te stellen. Beide ouders hebben goede intenties met betrekking tot de zorg voor hen. Zij zijn beiden betrokken en liefhebbende ouders. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] dat beide ouders een substantiële rol in hun leven vervullen en dat zij op regelmatige basis contact hebben met zowel hun moeder als hun vader. De rechtbank ziet daarbij onvoldoende reden om de rol van de vader in de opvoeding en verzorging van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] niet uit te breiden. De rechtbank zal een zodanige beslissing nemen als haar in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3]

het meest wenselijk voorkomt en rekening houden met een evenwichtige en passende verdeling van de zorgtaken over beide ouders.

De rechtbank zal daarom, grotendeels conform de huidige voorlopige zorgregeling zoals de ouders met behulp van het CIT hebben afgesproken en het voorstel van de vader, bepalen dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de oneven weken van donderdagmiddag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur en in de even weken van donderdag 16.00 uur tot zaterdag 10.30 uur bij de vader verblijven. Voorts zal de rechtbank bepalen dat de ouder waar het kind op dat moment verblijft verantwoordelijk is voor het halen en brengen naar de sportactiviteiten, met uitzondering van de zwemles van [minderjarige 2] op dinsdag in de even weken en de voetbal van [minderjarige 2] op zaterdag, als na te melden. Voorts zal de rechtbank bepalen dat de moeder [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op donderdag naar de vader brengt en dat de vader [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op zaterdag respectievelijk zondag naar de moeder brengt.

Verder geeft de rechtbank de ouders mee dat het goed zou zijn als zij een Ouderschapsbemiddelingstraject of een vergelijkbaar traject bij bijvoorbeeld de Waag gaan volgen. De ouders hebben zich ter zitting bereid verklaard zich daarvoor in te zetten.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vader bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de moeder die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarige:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1];

aan de vader zal worden toevertrouwd;

bepaalt dat de minderjarigen:

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2];

- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2022 te [geboorteplaats 2];

aan de moeder zullen worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat er voorlopig geen zorgregeling tussen de moeder en de minderjarige [minderjarige 1] wordt vastgesteld;

*

bepaalt dat de vader voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij zich te hebben:

  • in de oneven weken van donderdag 16:00 uur tot zondag 16:00 uur;
  • in de even weken van donderdag 16.00 uur tot zaterdag 10.30 uur;

waarbij de moeder [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op donderdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige 2] en [minderjarige 3] op zaterdag dan wel zondag weer naar de moeder brengt;

daarnaast:

- haalt de vader [minderjarige 2] in de even weken op dinsdag om 16:00 uur op voor de

zwemles (17:00 uur – 17:45 uur) en brengt hem daarna weer om 19:00 uur terug naar de moeder;

- begeleidt de vader [minderjarige 2] op zaterdag naar de voetbal, ook als dat in het weekend

van de moeder is;

- voor het overige is de ouder waar het minderjarige kind op dat moment verblijft

verantwoordelijk voor het halen en brengen naar de sportactiviteiten;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.