Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 6 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21847Zaaknummer C/09/684848 / FA RK 25-3429

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
24 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/684848 / FA RK 25-3429
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgregeling en informatie- en consultatieregeling; hervatting omgagnsbegeleiding bij 't Zorghuisje

Beslissing

De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 13 augustus 2025 –:

*

bepaalt een voorlopige zorgregeling, waarbij de vader en de drie kinderen iedere zaterdag, voor vier weken lang, contact hebben met elkaar bij [zorginstantie], waarna [zorginstantie] zal bepalen of het contact tussen de vader en de kinderen, met uitzondering van de overdrachtsmomenten, onbegeleid kan worden voortgezet. Daarbij bepaalt de rechtbank dat niemand anders dan de ouders, de kinderen en [zorginstantie], bij de overdrachtsmomenten aanwezig zullen zijn. Ook bepaalt de rechtbank dat de vader tijdens de begeleide overdrachtsmomenten en de begeleide contactmomenten geen filmpjes van de kinderen mag maken en geen telefonisch contact mag zoeken met derden;

*

bepaalt dat de vrouw een dwangsom van € 50,- verbeurt voor iedere dag dat zij de hierboven genoemde voorlopige zorgregeling niet nakomt, tot een maximum van € 1.500,-;

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en de informatie- en consultatieregeling aan tot 15 november 2026 pro forma;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Zorgregeling en informatie- en consultatieregeling
  2. Procedure
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-3429

Zaaknummer: C/09/684848

Datum beschikking: 6 juli 2026

Zorgregeling en informatie- en consultatieregeling

Beschikking op het op 8 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech in 's-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Gopal in 's-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 13 augustus 2025 van deze rechtbank is iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en de informatie- en consultatieregeling aangehouden, in afwachting van het raadsonderzoek.

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

  • het raadsrapport van 6 februari 2026;
  • het F9-formulier van 24 februari 2026 van de zijde van de man, met bijlage;
  • het F9-formulier van 11 maart 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 28 mei 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 3 juni 2026 van de zijde van de man, met bijlagen.

Op 8 juni 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:

  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat bij de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.

Zorgregeling

Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende duidelijk geworden. Op 25 november 2025 heeft er een eerste contactmoment plaatsgevonden tussen de vader en de kinderen bij [zorginstantie], nadat de ouders dat op de kort geding zitting van 30 oktober 2025 zijn overeengekomen. Vervolgens heeft de moeder een klacht ingediend bij [zorginstantie] en de omgangsbegeleiding stopgezet. De ouders hebben tijdens de kort geding zitting van 3 december 2026 afspraken gemaakt over het hervatten van de omgangsbegeleiding bij [zorginstantie]. Na deze kort geding zitting heeft de moeder opnieuw een klacht ingediend bij [zorginstantie] en de omgangsbegeleiding stopgezet. Vervolgens heeft er op 9 februari 2026 een derde kort geding zitting plaatsgevonden. Tijdens die zitting zijn de ouders overeengekomen dat zij zich opnieuw zullen aanmelden bij [zorginstantie]. Verder zijn zij overeengekomen dat de vader, totdat de omgangsbegeleiding bij het [zorginstantie] kan worden gestart/hervat, wekelijks contact heeft met de kinderen bij het tuincentrum [bedrijfsnaam].

De rechtbank constateert dat de ouders de contactmomenten bij het tuincentrum hebben uitgevoerd, maar anders hebben ervaren. Ook hebben zij een andere visie op welke vervolgstappen er moeten worden genomen. De vader stelt dat de contactmomenten bij het tuincentrum goed zijn verlopen en dat de kinderen zelfs al een keer bij hem thuis zijn geweest om kleding op te halen. Volgens de vader zijn de kinderen toe aan onbegeleid contact met de vader. Omgangsbegeleiding bij [zorginstantie] ziet de vader dan ook als drie stappen terug. Daarentegen is de moeder van mening dat de contactmomenten bij het tuincentrum moeizaam zijn verlopen. Daarbij is het voorgekomen dat de vader niet tijdig aanwezig was, hij tussentijds wegging en dat hij überhaupt niet is verschenen. Volgens de moeder is het dan ook in het belang van de kinderen dat het contact tussen de vader en de kinderen wordt begeleid door [zorginstantie].

De Raad heeft zowel in het raadsrapport van 6 februari 2026 als op de zitting geadviseerd om de omgangsbegeleiding bij [zorginstantie] (weer) op te starten, alvorens er onbegeleid contact kan plaatsvinden tussen de vader en de kinderen.

De rechtbank overweegt als volgt. Tussen de ouders bestaat nog steeds veel strijd, hetgeen spanning en onrust met zich meebrengt. De kinderen voelen deze strijd en hebben hier last van. Gelet daarop ziet de rechtbank, net als de Raad, op dit moment geen ruimte om het contact tussen de vader en de kinderen onbegeleid te laten plaatsvinden. De rechtbank is van oordeel dat de omgangsbegeleiding bij [zorginstantie] (weer) opgestart moet worden. De ouders hebben zich al opnieuw aangemeld bij [zorginstantie] en staan daar op de wachtlijst.

[zorginstantie] heeft de ouders laten weten dat zij op zaterdagochtend ruimte hebben om het contact tussen de vader en de kinderen te begeleiden. Daarbij hebben beide ouders op de zitting aangegeven dat de omgangsbegeleiding bij [zorginstantie] met alle drie de kinderen tegelijkertijd kan plaatsvinden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank een voorlopige zorgregeling bepalen, waarbij (alle drie) de kinderen en de vader iedere zaterdag contact hebben met elkaar bij [zorginstantie]. Deze regeling zal in beginsel voor vier zaterdagen gelden, waarna [zorginstantie] zal bepalen of het contact tussen de vader en de kinderen, met uitzondering van de overdrachtsmomenten, zonder begeleiding kan plaatsvinden. De rechtbank denkt daarbij aan een hele zaterdag (onbegeleid), maar geeft [zorginstantie] de ruimte om tot een andersluidende zorgregeling te komen.

Verder constateert de rechtbank dat het betrekken van familieleden tijdens de contactmomenten voor veel onrust tussen de ouders zorgt. De rechtbank zal dan ook bepalen dat er tijdens de overdrachtsmomenten niemand aanwezig is, anders dan de ouders, de kinderen en [zorginstantie]. Ook zal de rechtbank bepalen dat de vader tijdens de begeleide overdracht en tijdens de begeleide contactmomenten met de kinderen geen filmpjes van hen maakt en geen telefonisch contact zoekt met derden, zodat hij zich volledig kan richten op het contact met de kinderen.

De rechtbank zal de beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aanhouden voor de duur van zes maanden, in afwachting van de omgangsbegeleiding bij [zorginstantie].

Informatie- en consultatieregeling

De voorlopige informatie- en consultatieregeling, zoals is bepaald bij beschikking van 13 augustus 2025, loopt door. De rechtbank zal de beslissing ten aanzien van de definitieve informatie- en consultatieregeling eveneens aanhouden voor de duur van zes maanden, in afwachting van de omgangsbegeleiding bij [zorginstantie].

Dwangsom

De rechtbank heeft het verzoek van de vader om een dwangsom te verbinden aan – onder meer – de nakoming van de zorgregeling eerder afgewezen. De vader heeft op de zitting – zo begrijpt – de rechtbank (opnieuw) een verzoek gedaan om aan de nakoming van de (voorlopige) zorgregeling een dwangsom te verbinden. De moeder wil dat dit verzoek wordt afgewezen. Omdat de moeder de omgangsbegeleiding bij [zorginstantie] twee keer eerder heeft stopgezet, ziet de rechtbank aanleiding om aan de nakoming van de voorlopige zorgregeling een dwangsom te verbinden. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de moeder een dwangsom van € 50,- verbeurt voor iedere keer dat zij de voorlopige zorgregeling niet nakomt, tot een maximum van € 1.500,-. De rechtbank merkt op dat als de vrouw ontevreden is over [zorginstantie] de oplossing door haar moet worden gezocht in overleg daarover met [zorginstantie] en niet in het stopzetten van de omgangsbegeleiding.

Beslissing

De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 13 augustus 2025 –:

*

bepaalt een voorlopige zorgregeling, waarbij de vader en de drie kinderen iedere zaterdag, voor vier weken lang, contact hebben met elkaar bij [zorginstantie], waarna [zorginstantie] zal bepalen of het contact tussen de vader en de kinderen, met uitzondering van de overdrachtsmomenten, onbegeleid kan worden voortgezet. Daarbij bepaalt de rechtbank dat niemand anders dan de ouders, de kinderen en [zorginstantie], bij de overdrachtsmomenten aanwezig zullen zijn. Ook bepaalt de rechtbank dat de vader tijdens de begeleide overdrachtsmomenten en de begeleide contactmomenten geen filmpjes van de kinderen mag maken en geen telefonisch contact mag zoeken met derden;

*

bepaalt dat de vrouw een dwangsom van € 50,- verbeurt voor iedere dag dat zij de hierboven genoemde voorlopige zorgregeling niet nakomt, tot een maximum van € 1.500,-;

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en de informatie- en consultatieregeling aan tot 15 november 2026 pro forma;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.