Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Den Haag, 1 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21771Zaaknummer 25/802

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
21 augustus 2026
Zaaknummer
25/802
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of eiser in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ op juiste gronden tot het besluit is gekomen dat eiser geen recht heeft op zorg op grond van de Wlz. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, rechter, in aanwezigheid van

mr. V.A. Paul, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ
  3. Samenvatting
  4. Procesverloop
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Beslissing
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/802

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

wettelijk vertegenwoordigd door [wettelijk vertegenwoordiger],

en

Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ

(gemachtigde: mr. L.M.R. Kater).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of eiser in aanmerking komt voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het CIZ op juiste gronden tot het besluit is gekomen dat eiser geen recht heeft op zorg op grond van de Wlz. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wlz. Het CIZ heeft deze aanvraag met het besluit van 1 augustus 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van 20 december 2024 op het bezwaar van eiser is het CIZ bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

2.1.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

2.2.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2026. Eiser is tot de inhoudelijke behandeling van de zitting verschenen. Verder is hij vertegenwoordigd door zijn moeder als wettelijk vertegenwoordiger.. Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn wettelijk vertegenwoordiger.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank gaat bij de beoordeling van dit beroep uit van de volgende feiten en omstandigheden.

3.1.

Eiser, geboren op 14 januari 2009, is bekend met een licht verstandelijke beperking en een autismespectrumstoornis.

3.2.

Eiser heeft op 22 mei 2024 een aanvraag ingediend voor zorg vanuit de Wlz.

Op 1 augustus 2024 heeft drs. I. van der Steen een medisch advies uitgebracht. Het CIZ heeft de aanvraag vervolgens afgewezen met het primaire besluit.

3.3.

Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

3.4.

In de bezwaarfase heeft het CIZ nader onderzoek verricht. Zo heeft er op

24 oktober 2024 een huisbezoek plaatsgevonden en is er opnieuw een medisch advies gevraagd aan drs. L.E. van Otterloo (de medisch adviseur). Dit heeft geleid tot het medisch advies van 5 december 2024.

3.5.

Het CIZ heeft een concept beslissing op bezwaar voor advies aan het Zorginstituut Nederland (Zorginstituut) voorgelegd. Het Zorginstituut heeft geen aanleiding gezien om in het geval van eiser een advies uit te brengen.

3.6.

Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Het CIZ heeft hieraan ten grondslag gelegd dat uit het medisch advies van 5 december 2024 volgt dat in geval van eiser niet vastgesteld kan worden dat er sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid. De grondslag verstandelijke handicap aandoening kan worden vastgesteld. Op basis van de psychische aandoening autismespectrumstoornis is de grondslag psychische stoornis aan de orde. Eiser heeft bij bijna alle algemene dagelijkse verrichtingen ondersteuning nodig. Hij raakt snel overprikkeld. Dit leidt tot klachten als spanning en angst waardoor hij beperkt wordt in zijn functioneren. Daarnaast wordt eiser niet in staat geacht om op relevante momenten hulp in te roepen en voldoende zijn zorgbehoefte te overzien en in te schatten om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen. De medisch adviseur stelt daarom vast dat op dit moment sprake is van een noodzaak tot 24 uur zorg in de nabijheid. Echter kan niet onderbouwd worden dat eiser zich niet meer kan ontwikkelen in zijn (adaptief) functioneren. Zo is uit het begeleidingsplan van 20 augustus 2024 en het telefonisch contact van 28 oktober 2024 met de begeleider van de zorgboerderij gebleken dat eiser zich kan ontwikkelen. In korte tijd heeft eiser veel kunnen leren en is zijn lichamelijke conditie verbeterd. Niet kan worden vastgesteld dat de behandelmogelijkheden ten aanzien van stress, spanning en angst uitgeput zijn. Dit betekent dat bij eiser nog niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een blijvende behoefte aan 24 uur zorg in de nabijheid. Naast zijn jonge leeftijd kunnen de behandel- en begeleidingsmogelijkheden nog verder geoptimaliseerd worden waardoor de angst- en spanningsproblematiek kan verminderen. Het CIZ concludeert dat eiser niet voldoet aan de toegangscriteria voor de Wlz, en dat hij is aangewezen op zorg uit andere domeinen, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

4. Van de zijde van eiser wordt aangevoerd dat hij hangende het bezwaar het evaluatieverslag van Hulp op Hoeven van 20 augustus 2024 heeft aangeleverd, maar dat deze niet is meegenomen in het inhoudelijk medisch onderzoek. In het evaluatieverslag staat volgens eiser dat er doelen zijn behaald, maar dat sinds een jaar geen doelen meer behaald zijn, waardoor 24 uur per dag zorg in de nabijheid noodzakelijk is. Dit kan volgens eiser worden onderbouwd door de Esseon-R score blijkend uit de ‘Aanvulling verslag psychodiagnostisch onderzoek, NVO Orthopedagoog, augustus 2024’. Eiser wil met het beroep een nieuw medische beoordeling bewerkstelligen.

Wat oordeelt de rechtbank?

5.1.

De rechtbank stelt voorop dat de te beoordelen periode in dit geval loopt van

22 mei 2024 (datum aanvraag) tot en met 20 december 2024 (datum bestreden besluit).

5.2.

Om in aanmerking te kunnen komen voor Wlz-zorg moet worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Samengevat komt het erop neer dat iemand in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie als:

- er een grondslag is; en

- er permanent toezicht nodig is ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel of

- 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen; en

- deze zorgbehoefte blijvend is.

5.3.

Eiser is minderjarig. De grondslagen voor personen onder de 18 jaar zijn een somatische/lichamelijk handicap (LG) en een verstandelijke beperking (VG). De grondslag psychische stoornis geeft alleen toegang tot de Wlz voor personen boven de 18 jaar (artikel 3.2.1, zesde lid, van de Wlz).

5.4.

Op basis van de aanvraag heeft het CIZ geoordeeld dat bij eiser sprake is van de grondslag verstandelijke beperking (VG). In beroep is eiser opgekomen tegen de medische beoordeling van de zorgbehoefte voor eiser van een blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.

5.5.

Het bestreden besluit berust op het medisch advies van 5 december 2024. Het advies van de medisch adviseur is een deskundigenadvies waar het CIZ bij zijn besluitvorming op mag afgaan, mits is gebleken dat dit advies volledig is en op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Het ligt vervolgens op de weg van eiser om medische stukken over te leggen die aan de juistheid van dat medisch advies doen twijfelen. Hiertoe heeft eiser in bezwaar brieven overlegd, te weten het absentieoverzicht VSO, verslag en evaluatieverslag van Hulp op Hoeven, een aanvulling verslag psychodiagnostisch onderzoek van Kind in Context, een verslag van de school en het ontwikkelingsprofiel (OPP).

5.6.

De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat het medisch advies waarop het bestreden besluit is gebaseerd niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. De medisch adviseur heeft dossieronderzoek verricht. Anders dan eiser stelt heeft de medisch adviseur ook de overgelegde stukken bestudeerd en bij de beoordeling betrokken. Op grond hiervan is voldoende relevante informatie verzameld om een duidelijk beeld te verkrijgen. De medisch adviseur heeft vervolgens haar bevindingen naar het oordeel van de rechtbank op een heldere, inzichtelijke wijze uiteengezet.

5.7.

Uit het medisch advies blijkt dat bij eiser sprake is van een psychische stoornis (een autismespectrumstoornis) en de grondslag verstandelijk handicap (een lichtverstandelijke beperking). De grootste zorgbehoefte vloeit uit laatstgenoemde voort.

De medisch adviseur heeft opgeschreven dat in bezwaar een aanvullend onderzoek is aangeleverd (SEV, ABAS-3, ESSEON-R), waaruit blijkt dat eiser een achterstand op sociaal-emotioneel functioneren laat zien en waarbij geconcludeerd wordt dat eiser zowel door zijn lage intelligentie als de autismespectrumstoornis beperkt wordt. Eiser krijgt bij

vrijwel alle ADL-handelingen ondersteuning van zijn ouder(s). Hij is niet zelfstandig verkeersveilig. Daarnaast is hij snel overprikkeld en ervaart hij klachten van spanning en angsten, waardoor hij beperkt wordt in zijn functioneren en waardoor hij (toename van) lichamelijke klachten ervaart (overgeven en bedplassen). Eiser gaat een dagdeel naar een zorgboerderij. Er is sprake van een medische noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat eiser niet in staat geacht wordt om op relevante momenten hulp in te roepen en voldoende zijn zorgbehoefte te kunnen overzien en in te schatten, om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen. In bezwaar is ook aanvullend onderzoek naar eisers adaptieve vaardigheden aangeleverd. Op basis hiervan wordt verwacht dat veel aspecten op sociaal en emotioneel gebied moeilijk voor eiser zullen blijven. Ook blijkt in november 2024 de uitstroombestemming op de VSO bijgesteld te zijn van beschut werken naar arbeidsmarkt gerichte dagbesteding. Hoewel de (actuele) beperkingen van eiser onderschreven worden, kan daarmee - net als in medisch advies van 1 augustus 2024 - niet onderbouwd worden dat eiser zich niet meer kan ontwikkelen in zijn (adaptief) functioneren. Dat eiser zich kan ontwikkelen blijkt onder meer uit het begeleidingsplan en telefonisch onderzoek in bezwaar met de zorgboerin van de zorgboerderij waar eiser sinds april 2024 naar toe gaat. Hierbij is onder meer aangegeven dat de lichamelijke conditie van eiser verbetert en dat hij niet is uitgeleerd, maar ook dat een passende plek voor eiser belangrijk is om te kunnen leren. In het psychologisch onderzoek van 2024 wordt aangegeven dat het belangrijk is dat eiser strategieën leert om met stress en spanning om te leren gaan. Er kan niet vastgesteld worden dat de behandelingsmogelijkheden ten aanzien van stress, spanning, maar ook angst uitgeput zijn. De medisch adviseur concludeert dat eiser zich nog verder kan ontwikkelen, óók op basis van zijn nog jonge leeftijd, waarbij de behandel- en begeleidingsmogelijkheden verder geoptimaliseerd kunnen worden. Daarnaast kan de zorgbehoefte nog niet in de huidige mate voor de rest van het leven, en dus blijvend, worden vastgesteld, aldus de medisch adviseur.

5.8.

Anders dan eiser stelt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het medisch advies van 5 december 2024 dat eiser zich nog verder kan ontwikkelen. Dat de zorgbehoefte van eiser groot is en dat hij hulp nodig heeft bij allerhande dagelijkse levensverrichtingen is onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een blijvende noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht.

6. Met het vorenstaande is niet gezegd dat de rechtbank zich niet bewust is van de medische klachten van eiser. Alleen kan de rechtbank niet voorbijgaan aan de wettelijke vereisten die gelden voor een Wlz-indicatie. Die eisen zijn nu eenmaal zeer streng. Het CIZ heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser, ondanks zijn beperkingen en de daaruit voortvloeiende zorgbehoefte, niet aan die strenge eisen voldoet. Mocht de situatie van eiser in de toekomst verslechteren dan kan hij een nieuwe aanvraag indienen met de op dat moment actuele medische informatie.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, rechter, in aanwezigheid van

mr. V.A. Paul, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.