Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 3 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21581Zaaknummer C/09/706240 / JE RK 26-948

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/706240 / JE RK 26-948
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

verl. muhp

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 november 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. R.G. de Lange-Tegelaar, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/706240 / JE RK 26-948

Datum uitspraak: 3 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader en de moeder bijgestaan door een tolk Syrisch-Libanees;

- [naam] namens de gecertificeerde instelling.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn met elkaar gehuwd.

2.2.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 november 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 10 november 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 november 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 juli 2026.

2.5.

Ingevolge de beschikkingen van de kinderrechter in deze rechtbank van 25 augustus 2026 en volgende hebben de ouders het ouderlijk huis verlaten en is de 24 uurszorg voor zes van de acht kinderen voor de alledaagse opvoeding en verzorging opgedragen aan [zorginstantie] in het ouderlijk huis.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De zorgen bij de aanvang van de (voorlopige) ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] en haar broers en zussen waren gelegen in de langdurige en structureel onveilige thuissituatie als gevolg van migratie, oorlogservaringen en langdurige stressoren. [minderjarige] en haar andere broers en zussen hebben huiselijk geweld, kindermishandeling en verwaarlozing ervaren vanuit beide ouders. Het is in [minderjarige] haar belang om haar huidige verblijf te continueren. [minderjarige] heeft een vertrouwensband opgebouwd met de begeleiders wat een beschermende factor is voor haar psychische gesteldheid. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat de moeder een tweede kans krijgt bij GGZ [provincie] voor een samenwerkingsopname nadat in eerste instantie was beoordeeld dat de samenwerking onvoldoende was. Een gezinsopname is nodig voor een eventuele terugplaatsing en voor het beoordelen van het perspectief van de kinderen. Bij een terugplaatsing zou de moeder terugkeren naar de ouderlijke woning en zal de vader geen primaire opvoedrol vervullen. Ondanks de inzet van intensieve jeugdhulp is er nog geen sprake van een situatie waarin de veiligheid duurzaam geborgd kan worden. Gelet op het voorgaande is het noodzakelijk om de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] te verlengen.

4 De standpunten

4.1.

Door de moeder is het volgende naar voren gebracht. De moeder verblijft op verschillende plekken. De moeder vraagt aan de gecertificeerde instelling of [minderjarige] een keer in de week de kans mag krijgen om al haar zusjes tegelijk te zien. De moeder richt zich op haar tweede samenwerkingsopname bij GGZ [provincie]. De moeder is het eens met het verzoek.

4.2.

Door de vader is het volgende naar voren gebracht. De vader en de moeder wachten nog op de beslissing van de rechtbank wat betreft hun echtscheiding. De vader is het eens met het verzoek.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_1a976a54-eafc-4ec7-9164-5559e24b2c45] [minderjarige] heeft veel traumatische ervaringen meegemaakt in haar leven en het is belangrijk dat zij in een stabiele en veilige omgeving kan verblijven om de juiste hulpverlening te ontvangen. Uit de samenwerkingsopname van de moeder bij GGZ [provincie] zal nog moeten blijken wat de mogelijkheden zijn voor een thuisplaatsing. Hierom is het van belang dat [minderjarige] voor nu haar huidige verblijf kan voortzetten. De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling. Deze termijn is passend en geboden gelet de zorgen en de nog in te zetten hulpverlening.

5.2.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 november 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. R.G. de Lange-Tegelaar, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.