Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 2 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21502Zaaknummer C/09/702499 / FA RK 26-3197

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/702499 / FA RK 26-3197
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voorlopige voorzieningen

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 5 maart 2025 – :

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om [de minderjarige] bij zich te hebben:

- om de week van woensdag uit school tot zondag 18.00 uur;

verleent toestemming aan de man – welke toestemming die van de vrouw vervangt – voor het reizen naar Italië in de periode van 25 juli 2026 tot en met 2 augustus 2026 met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Verzoek en verweer
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-3197

Zaaknummer: C/09/702499

Datum beschikking: 2 juli 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 31 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. P. Vellekoop te Honselersdijk, gemeente Westland.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. J.S. Bijsterbosch te Maasdijk, gemeente Westland.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift.

Op 18 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de man met zijn advocaat;
  • de vrouw met haar advocaat.

Verzoek en verweer

Bij beschikking van deze rechtbank van 5 maart 2025 is – voor zover hier aan de orde –:

  • bepaald dat de man gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres];
  • bepaald dat het minderjarige kind van partijen aan de vrouw wordt toevertrouwd;
  • vastgesteld dat partijen zijn doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling;
  • een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van het minderjarige kind van partijen vastgesteld, in die zin dat de man voorlopig gerechtigd is de minderjarige bij zich te hebben:

- in oneven weken van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur;

- in de even weken op zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 321,- per maand vastgesteld, met ingang van 14 januari 2025, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

De man verzoekt voormelde beschikking te wijzigen in die zin dat de rechtbank:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van het minderjarige kind van partijen vaststelt, als volgt:

- gedurende de eerste zes maanden: een keer per twee weken van woensdag uit school tot zondag 18.00 uur;

- daarna een co-ouderschap waarbij de minderjarige dochter [de minderjarige] in de oneven weken bij de man verblijft en in de even weken bij de vrouw met een wissel op zondagavond 18.00 uur;

- in de meivakantie van maandag 4 mei 10.00 uur tot zondag 10 mei 18.00 uur (in Nederland);

- in de zomervakantie van 19 juli 18.00 uur tot zondag 2 augustus 18.00 uur en vervangende toestemming om met [de minderjarige] in deze periode naar Italië te reizen;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man doet zijn verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden na de dagtekening van de beschikking zijn gewijzigd.

De vrouw heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Wijziging zorgregeling

De man heeft zijn verzoek als volgt gemotiveerd. Partijen zijn in de vorige voorlopige voorzieningenprocedure verwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor het traject van ouderschapsbemiddeling. Dit traject is niet van de grond gekomen. Volgens de man is de vrouw gestopt voordat het traject daadwerkelijk kon starten. Aangezien de rechtbank in de vorige beschikking heeft bepaald dat partijen met behulp van de hulpverlening konden toewerken naar een regeling die past bij de man en [de minderjarige], is de zorgregeling niet uitgebreid. Er is volgens de man nu sprake van een wijziging van omstandigheden, namelijk het niet starten van het traject, die maakt dat de rechtbank opnieuw een zorgregeling moet vaststellen. De man wil [de minderjarige] graag meer zien en hij ervaart dat elk extra moment dat hij vraagt door de vrouw wordt afgewezen. De man vindt gelijkwaardig ouderschap belangrijk, maar heeft nu het gevoel dat de vrouw zichzelf een doorslaggevende rol toekent in beslissingen bijvoorbeeld in het contact met de school van [de minderjarige]. De man verzoekt een uitbreiding van de zorgregeling, met als doel om tot een 50/50-verdeling te komen. Daarnaast verzoekt hij vervangende toestemming om met [de minderjarige] naar Italië te gaan, waarbij op de zitting dat verzoek is gewijzigd in vervangende toestemming voor de periode van 27 juli tot 9 augustus.

Door de vrouw is allereerst naar voren gebracht dat zij vindt dat de man niet ontvankelijk is in zijn verzoek, omdat er geen sprake is van een wijziging van omstandigheden. De vrouw vindt het op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] om de zorgregeling uit te breiden. De vrouw heeft zorgen over [de minderjarige] en hoe zij op dit moment meekomt op school. Daarnaast komt [de minderjarige] volgens de vrouw na elk omgangsmoment als een ander kind terug. [de minderjarige] laat regressief gedrag zien en heeft meerdere dagen nodig om weer zichzelf te worden. Volgens de vrouw is door meerdere instanties, waaronder school en de BSO, aan de man aangegeven dat hij in de weekenden rustiger aan moet doen, zodat [de minderjarige] niet te moe terugkomt bij de vrouw. Daar geeft de man geen gehoor aan. Omdat het op dit moment nog niet helemaal duidelijk is wat er precies aan de hand is met [de minderjarige], dit is immers nog niet onderzocht, vindt de vrouw het beter om de situatie te laten zoals het is.

Het verzoek van de man moet daarom afgewezen worden. Hetzelfde geldt voor het verzoek met betrekking tot de vervangende toestemming. De vrouw vindt een vakantie op dit moment niet in het belang van [de minderjarige]; de vrouw gaat zelf ook niet met [de minderjarige] op vakantie.

De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 824 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een beschikking inhoudende voorlopige voorzieningen kan worden gewijzigd of ingetrokken indien de omstandigheden na het geven van de beschikking zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorlopige voorzieningen niet in stand kan blijven.

De rechtbank oordeelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. Partijen zouden ouderschapsbemiddeling volgen en in dat kader de zorgregeling uitbreiden, maar dat is niet gebeurd. De situatie is nu anders dan de rechtbank bij de vorige beschikking voor ogen had en dus is er een wijziging van omstandigheden. De rechtbank beslist daarom op het verzoek.

De rechtbank acht het op dit moment in het belang van [de minderjarige] om de zorgregeling uit te breiden. De rechtbank gaat daarbij, gelet op de vorige beschikking, uit van het feit dat er op dit moment geen zorgen zijn over [de minderjarige] die aan een uitbreiding van de zorgregeling in de weg staan; mede in het licht van de betwisting door de man. Het had op de weg van de vrouw gelegen om eventuele zorgen die zij heeft nader te onderbouwen. Uit de vorige beschikking blijkt dat [de minderjarige] het fijn heeft bij de man. De vrouw betwist dat ook niet, maar zegt enkel dat [de minderjarige] anders terugkomt. Alles overwegende is een uitbreiding van het contact op dit moment in het belang van [de minderjarige]. De rechtbank acht een uitbreiding zoals door de man voor de eerste zes maanden verzocht redelijk. Deze uitbreiding komt neer op een wijziging van ongeveer 2,5 dagen per twee weken naar ongeveer 3,5 dagen per twee weken.

Naast een uitbreiding van de zorgregeling, zal de rechtbank vervangende toestemming verlenen aan de man om in de periode van 25 juli 2026 tot en met 2 augustus 2026 samen met [de minderjarige] naar Italië te reizen. Het is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat een vakantie in Italië, waar [de minderjarige] langere tijd heeft gewoond, te veel voor haar zal zijn.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 5 maart 2025 – :

bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om [de minderjarige] bij zich te hebben:

- om de week van woensdag uit school tot zondag 18.00 uur;

verleent toestemming aan de man – welke toestemming die van de vrouw vervangt – voor het reizen naar Italië in de periode van 25 juli 2026 tot en met 2 augustus 2026 met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats];

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 juli 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.