Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 1 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21421Zaaknummer C/09/690124 / FA RK 25-6170

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/690124 / FA RK 25-6170
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgregeling en kinderalimentatie. Overeenstemming ouders op de zitting.

De rechtbank:

*

stelt als zorgregeling voor de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] vast dat:

  • [de minderjarige] bij de vader is om de week van woensdag uit school tot zondag om 17.00 uur;
  • [de minderjarige] iedere dinsdag, donderdag en zaterdag om 18.30 uur belt met de ouder waar zij op dat moment niet verblijft;
  • in de zomervakantie van 2026 [de minderjarige] bij de vader is van 6 t/m 16 augustus,

waarbij de ouders de intentie hebben om toe te werken naar een co-ouderschapsregeling en een verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte, waarvan de opbouw hiernaartoe en de invulling worden besproken in het hulpverleningstraject bij het Kenniscentrum Kind en Scheiding;

*

bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van heden, een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 270,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezagsuitoefening en kinderalimentatie
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-6170

Zaaknummer: C/09/690124

Datum beschikking: 1 juli 2026

Gezagsuitoefening en kinderalimentatie

Beschikking op het op 14 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L.T.C.M. Geurts in Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. T. Kahya-Ekinci in Rijswijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
  • het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken en met bijlagen, namens de vader;
  • het verweer tegen de zelfstandige verzoeken, met bijlagen, namens de moeder;
  • het bericht van 5 november 2025 namens de moeder;
  • het bericht van 12 maart 2026, met intrekking van het verzoek voor vervangende toestemming voor inschrijving op school en met bijlage, namens de moeder;
  • het bericht van 2 juni 2026, met bijlagen, namens de moeder;
  • het bericht van 2 juni 2026, met bijlagen, namens de vader.

Op 17 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en tolk A. Glinka, de vader met zijn advocaat en tolk A. Polak, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het nu nog minderjarige kind:
  • [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats].
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit volgens een aantekening in het gezagsregister van 11 september 2023.
  • De ouders en [de minderjarige] hebben de Poolse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:

  • een zorgregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] iedere week van maandag 17:00 uur (na kinderopvang) door de vader wordt opgehaald en dan op dinsdag door de vader in de ochtend naar de kinderopvang wordt gebracht, althans een zodanige regeling vast te stellen die de rechtbank in het belang van [de minderjarige] juist acht;
  • een door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie van – bij gebrek aan wetenschap – € 500,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans te bepalen dat de vader met ingang van een zodanige datum een zodanig bedrag in de kosten en opvoeding van [de minderjarige] dient te voldoen als de rechtbank in goede justitie acht, telkens bij vooruitbetaling te voldoen op de eerste dag van de maand,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig:

  • een zorgregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige]:
  • totdat de vader geschikte woonruimte heeft gevonden in de nabijheid van [de minderjarige] in [plaats]: eenmaal per twee weken bij de vader verblijft, van vrijdag na de opvang tot zondag omstreeks 17.00 uur;
  • zodra de vader geschikte woonruimte heeft gevonden in de nabijheid van [de minderjarige] in [plaats]: de ene week bij de vader en de andere week bij de moeder verblijft;
  • te bepalen dat er drie keer per week videocontact zal plaatsvinden tussen de vader en [de minderjarige], tussen 18.30 uur en 19.30 uur, waarbij in onderling overleg tussen de ouders zal worden afgestemd op welke dagen dit contact plaatsvindt;
  • te bepalen dat de vakanties en bijzondere dagen bij helfte tussen de ouders zullen worden verdeeld en in goed overleg worden vastgesteld;
  • te bepalen dat, gelet op de beperkte financiële draagkracht van de vader, de door de moeder verzochte bijdrage in het levensonderhoud van [de minderjarige] op nihil wordt gesteld, althans – indien de rechtbank niettemin een bijdrage zal vaststellen – de ingangsdatum daarvan te bepalen op de datum van de te wijzen beschikking in deze procedure;
  • althans een zodanige beschikking te wijze als de rechtbank in goede justitie juist acht,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Zorgregeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Aangezien de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling voor kind.

Inhoudelijke beoordeling

Gebleken is dat de ouders al enige tijd uitvoering geven aan een zorgregeling waarbij [de minderjarige] bij de vader is één keer in de veertien dagen van vrijdag om 18:00 uur (na de kinderopvang) tot en met zondagmiddag (rond 17:00 uur). Ook is gebleken dat de ouders zich in bij het Kenniscentrum Kind en Scheiding hebben aangemeld voor gezinsvertegenwoordiging, welke hulpverlening binnenkort zal starten.

Op de zitting zijn de ouders overeengekomen dat [de minderjarige] bij de vader zal zijn om de week van woensdag uit school tot zondag om 17.00 uur. Op die woensdag zal de vader met [de minderjarige] naar logopedie en dansles gaan. Verder hebben de ouders afgesproken dat [de minderjarige] elke dinsdag, donderdag en zaterdag om 18.30 uur belt met de ouder waar zij op dat moment niet verblijft. Met betrekking tot vakanties zijn de ouders voor de aankomende zomervakantie overeengekomen dat [de minderjarige] van 6 t/m 16 augustus 2026 bij de vader verblijft. De rechtbank zal conform de overeenstemming van de ouders beslissen, omdat zij dat ook in het belang van [de minderjarige] acht.

De ouders hebben aangegeven dat zij de intentie hebben om toe te werken naar een co-ouderschapsregeling en een verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte. De opbouw hiernaartoe en de invulling hiervan kunnen de ouders bespreken in het hiervoor genoemde hulpverleningstraject bij het Kenniscentrum.

Kinderalimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Aangezien de ouders en [de minderjarige] in Nederland wonen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige].

Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] zal de rechtbank, op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

Gebleken is dat de vader op dit moment maandelijks € 270,- aan de moeder betaalt als bijdrage voor de kinderopvang van [de minderjarige]. Ook is gebleken dat de vader een hoog bedrag aan schulden heeft uit zijn ondernemingen.

Op de zitting zijn de ouders overeengekomen dat de huidige maandelijkse bijdrage van de vader vanaf heden als kinderalimentatie zal worden aangemerkt. De rechtbank zal conform de tussen de ouders bereikte overeenstemming beslissen, nu zij deze overeenstemming niet in strijd met de wettelijke maatstaven acht.

Proceskosten

Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

stelt als zorgregeling voor de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] vast dat:

  • [de minderjarige] bij de vader is om de week van woensdag uit school tot zondag om 17.00 uur;
  • [de minderjarige] iedere dinsdag, donderdag en zaterdag om 18.30 uur belt met de ouder waar zij op dat moment niet verblijft;
  • in de zomervakantie van 2026 [de minderjarige] bij de vader is van 6 t/m 16 augustus,

waarbij de ouders de intentie hebben om toe te werken naar een co-ouderschapsregeling en een verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte, waarvan de opbouw hiernaartoe en de invulling worden besproken in het hulpverleningstraject bij het Kenniscentrum Kind en Scheiding;

*

bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van heden, een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 270,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 juli 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.