Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 1 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21417Zaaknummer C/09/701646 / FA RK 26-2699
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 juli 2026
- Publicatiedatum
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/701646 / FA RK 26-2699
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gezagsuitoefening: doorverwijzing naar mediation.
De rechtbank:
*
verwijst de ouders naar een mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
*
houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 oktober 2026 pro forma in afwachting van de resultaten van de mediation;
*
bepaalt dat de ouders zich uiterlijk veertien dagen voor voornoemde pro forma datum schriftelijk dienen uit te laten over het resultaat van de mediation en de voortgang van deze procedure;
*
houdt iedere beslissing over de hoofdverblijfplaats, de wijziging van de zorgregeling, de vervangende toestemming voor de vakantie, het contact met de kinderen, de wijziging van de kinderopvang en de kinderbijslag aan.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 juli 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2699
Zaaknummer: C/09/701646
Datum beschikking: 1 juli 2026
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 17 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Venneman in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P. Celikkal in Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de akte wijziging verzoekschrift van 22 mei 2026 van de vader;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de moeder;
- het bericht met bijlage van 27 mei 2026 van de moeder.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich in een gesprek met de kinderrechter uitgelaten over het verzoek.
Op 27 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de nog volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 in ’s- [geboorteplaats],
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2019 in ’s- [geboorteplaats].
- De vader heeft de kinderen erkend.
- Middels een aantekening in het gezagsregister op 5 augustus 2019 oefenen de ouders gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
- Bij beschikking van 22 januari 2025 van deze rechtbank is bepaald dat de kinderen vanaf 6 maart 2025 om de week van donderdagmiddag uit school tot woensdagochtend naar school bij de vader zullen zijn, waarbij de vader het halen en het brengen doet. Daarnaast is bepaald dat de vader met ingang van 6 maart 2025 aan de moeder een kinderalimentatie betaald van € 175,- per kind per maand.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, na wijziging:
- primair: te bepalen dat [de minderjarige 2] haar hoofdverblijfplaats bij de vader heeft, en dat de vader verantwoordelijk is voor de opvangkosten van [de minderjarige 2] en de moeder voor de opvangkosten van [de minderjarige 1];
- subsidiair: te bepalen dat de moeder gehouden is om de overeenkomst met 2Samen te wijzigen en/of daarvoor vervangende toestemming te verlenen opdat de kinderen ook op vrijdag naar de opvang gaan op straffe van een dwangsom van € 500,- per week dat de moeder in gebreke blijft om deze overeenkomst te wijzigen en/of weigert 2Samen opdracht te geven tot deze wijziging;
- te bepalen dat de vader recht heeft op de helft van de kinderbijslag en te bepalen dat de moeder gehouden is mee te werken aan het verzoek aan het SVB om de kinderbijslag bij helfte aan de ouders uit te keren;
- vervangende toestemming te verlenen aan de vader, die in plaats komt van de moeder, zodat de vader in de periode van 3 augustus 2027 tot en met 23 augustus 2026 met de kinderen op vakantie kan gaan naar [bestemming] en de moeder daarbij gehouden is om uiterlijk 15 juli 2027 de paspoorten van de kinderen aan de vader te doen toekomen;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig:
- een wijziging van de zorgregeling in die zin dat de kinderen eenmaal per twee weken een weekend bij de vader verblijven, althans een regeling vast te stellen die de rechtbank juist acht;
- te bepalen dat beide ouders gedurende het verblijf van de kinderen bij de andere ouder gerechtigd zijn tot normaal contact met de kinderen;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De vader voert verweer tegen de zelfstandige verzoeken van de moeder.
Beoordeling
Zowel op de zitting als uit de stukken is gebleken dat de onderlinge verstandhouding tussen de ouders niet goed is, en dat de ouders daarbij niet goed met elkaar communiceren. De mogelijkheid tot mediation is daarom met de ouders besproken, zodat zij daar in gesprek kunnen gaan over de voorliggende verzoeken. Beide ouders hebben op de zitting ingestemd met een verwijzing naar mediation.
In afwachting van de mediation zal de rechtbank de beslissing over de hoofdverblijfplaats, de wijziging van de zorgregeling, vervangende toestemming voor de vakantie naar [bestemming] in 2027, het contact met de kinderen, de wijziging van de kinderopvang en de kinderbijslag pro forma aanhouden tot 1 oktober 2026. De ouders dienen de rechtbank in ieder geval vóór die datum ervan op de hoogte te stellen of de mediation tot overeenstemming heeft geleid of niet, onder de mededeling of de zaak op de stukken kan worden afgedaan of dat zij een nadere mondelinge behandeling wensen. De rechtbank zal daarover dan vervolgens een beslissing nemen.
Beslissing
De rechtbank:
*
verwijst de ouders naar een mediator om te trachten hun geschil door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
*
houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 oktober 2026 pro forma in afwachting van de resultaten van de mediation;
*
bepaalt dat de ouders zich uiterlijk veertien dagen voor voornoemde pro forma datum schriftelijk dienen uit te laten over het resultaat van de mediation en de voortgang van deze procedure;
*
houdt iedere beslissing over de hoofdverblijfplaats, de wijziging van de zorgregeling, de vervangende toestemming voor de vakantie, het contact met de kinderen, de wijziging van de kinderopvang en de kinderbijslag aan.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 juli 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.