Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21348Zaaknummer C/09/706879 / FA RK 26-5834
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 30 juni 2026
- Publicatiedatum
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/706879 / FA RK 26-5834
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vervangende toestemming voor vakantie naar Turkije toegewezen, maar wel voor een kortere periode dan verzocht.
De rechtbank:
verleent toestemming aan de vader – die de toestemming van de moeder vervangt – om met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats], in de periode van 4 juli 2026 tot en met 15 augustus 2026 voor de duur van drie weken op vakantie te gaan naar Turkije;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis - Evers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 30 juni 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5834
Zaaknummer: C/09/706879
Datum beschikking: 30 juni 2026
Vervangende toestemming vakantie
Beschikking op het op 10 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Arslan in [geboorteplaats].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F. Uzumcu in ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 20 juni 2026, van de moeder.
Op 23 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en tolk M. Ates.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2022 tot [datum 2] 2026.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige].
- Blijkens uittreksels uit de Basisregistratie personen heeft de vader de Turkse nationaliteit en de moeder de Bulgaarse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 18 december 2025 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het aangehechte ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking. In het ouderschapsplan is vastgelegd:
- [de minderjarige] heeft zijn hoofverblijfplaats bij de vader;
- gedurende de werktijd van de vader, zal de moeder in de woning voor de minderjarige zorgen en omgang hebben met de minderjarige. Daarnaast zal de moeder twee nachten per week bij de minderjarige kunnen overnachten in de woning. Zodra de moeder een zelfstandige woonruimte heeft, zullen partijen, onder begeleiding van de hulpverlening, toewerken naar het feit dat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder krijgt en dat er een passende zorgregeling tussen de vader en de minderjarige wordt vastgesteld.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- te bepalen dat de moeder toestemming zal verlenen door een toestemmingsverklaring te tekenen dat de minderjarige op 4 juli 2026 tot en met 15 augustus 2026 naar Turkije kan afreizen;
- te bepalen dat de uitspraak van de rechtbank in plaats komt van de toestemmingsverklaring.
De moeder heeft mondeling verweer gevoerd.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de vader.
Inhoudelijke beoordeling
De vader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek, verkort weergegeven, het volgende aangevoerd. De vader wenst met [de minderjarige] op vakantie te gaan naar [plaats], Turkije. Hij wil zijn familie daar bezoeken en [de minderjarige] met hen laten kennismaken. De vader heeft de reis al geboekt en kan deze, gelet op zijn werkrooster, niet meer wijzigen. De vader en [de minderjarige] kunnen bij familie in huis verblijven. De vrees van de moeder dat hij na de vakantie niet met [de minderjarige] zal terugkeren naar Nederland is onterecht. Hij woont al vijftien jaar in Nederland, heeft zich juist ingespannen om hier een verblijfsvergunning te verkrijgen, beschikt over een vaste baan en een eigen woning en heeft hier een sociaal netwerk van familie en vrienden opgebouwd. Daarbij is de vader al twee keer eerder naar Turkije geweest en is hij beide keren teruggekeerd naar Nederland.
De moeder verweert zich. Zij vreest voor een kinderontvoering omdat de vader haar daar in het verleden mee heeft gechanteerd. Gelet op de Turkse nationaliteit van [de minderjarige], zal het, mocht de vader niet met [de minderjarige] terugkomen, ingewikkeld worden om [de minderjarige] via de Turkse autoriteiten terug te halen naar Nederland. Daarnaast is de moeder van mening dat het niet in het belang van [de minderjarige] is om de betrokken hulpverlening en de (opbouwende) omgang tussen haar en [de minderjarige] voor een periode van zes weken te onderbreken. Momenteel hebben [de minderjarige] en de moeder wekelijks op maandag één uur contact met elkaar, maar de betrokken hulpverlening is voornemens dit contact uit te breiden naar een extra moment op vrijdagmiddag.
De rechtbank overweegt als volgt.
De zorgen van de moeder zien met name op een mogelijk niet terugkeren naar Nederland van [de minderjarige]. De vader heeft gemotiveerd betwist dat dit een reëel risico is. Gelet op deze concrete en gemotiveerde betwisting door de vader en gelet op zijn vaste baan, woning en familie in Nederland, is de rechtbank is van oordeel dat er geen aanwijzingen bestaan die de vrees rechtvaardigen dat de vader, wanneer hij met [de minderjarige] op vakantie gaat naar Turkije, niet met [de minderjarige] naar Nederland zal terugkeren. Dat de vader uitlatingen heeft gedaan die kunnen wijzen op een ontvoering is gelet op de gemotiveerde betwisting door vader niet vast komen te staan. Het verweer van de moeder, dat de verzoeken om deze reden moeten worden afgewezen, wordt dus verworpen.
De rechtbank is van oordeel dat het in het belang is van [de minderjarige] om met zijn vader op vakantie te kunnen gaan naar [plaats], Turkije, en om zijn familie daar te leren kennen. Voldoende gebleken is dat de vader de vakantie goed heeft voorbereid.
Wel is de rechtbank van oordeel dat het belang van [de minderjarige] en de moeder ten aanzien van de voortzetting van het opbouwende contact moet worden meegewogen. Gelet op de jonge leeftijd van [de minderjarige] acht de rechtbank het niet in zijn belang om het contact met de moeder voor een periode van zes weken te onderbreken, terwijl de hulpverlening juist gericht is op de opbouw van dat contact. Gelet hierop ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat de duur van de vakantie geen zes, maar drie weken mag zijn. De omstandigheid dat de vader al een vliegticket heeft geboekt, leidt niet tot een ander oordeel, nu de vader dit ticket gekocht heeft zonder vooraf de benodigde toestemming van de moeder (dan wel de rechtbank) af te wachten. Hierdoor heeft hij in zoverre zelf het risico genomen dat hij de geboekte vlucht niet zou kunnen en mogen nemen. De kosten die een eventuele wijziging van de vlucht met zich meebrengen, komen dan ook voor rekening van de vader.
Concluderend zal de rechtbank de vader vervangende toestemming verlenen om in de periode van 4 juli 2026 tot en met 15 augustus 2026 voor de duur van drie weken op vakantie te gaan naar Turkije. Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen.
Op de zitting is gesproken over videobelmomenten tussen [de minderjarige] en de moeder gedurende de vakantie. De vader heeft aangegeven dit te kunnen en zullen regelen. De rechtbank acht het van belang dat [de minderjarige] gedurende de periode dat hij met de vader in Turkije is, wekelijks op maandagmiddag om 16.00 uur (Nederlandse tijd) met de moeder zal videobellen. Ook heeft de vader op de zitting toegezegd de moeder op de hoogte te houden van het verloop van de vakantie, waar het [de minderjarige] aangaat, inclusief foto’s en filmpjes. De rechtbank acht het van belang dat de vader de moeder gedurende de vakantie via Whatsapp wekelijks informatie zal sturen over het verloop van de vakantie en het welzijn van [de minderjarige], inclusief foto’s en filmpjes. De rechtbank geeft in overweging een vaste dag hiervoor aan te houden, bijvoorbeeld de donderdag. Nu over dit onderwerp geen verzoek is gedaan, kan de rechtbank dit niet in een beslissing opnemen. De rechtbank gaat er echter wel van uit dat de man deze contactregeling en informatieregeling, zoals hij ter zitting heeft toegezegd, zal nakomen.
Ter zitting heeft de vader gesteld dat de moeder zijn paspoort in haar bezit heeft en dat zij deze aan hem moet afgeven. De moeder heeft betwist dat zij het paspoort heeft. De rechtbank kan niet vaststellen dat de moeder het paspoort heeft en kan daarom ook niet bepalen dat de moeder gehouden is het paspoort aan de vader af te geven.
Beslissing
De rechtbank:
verleent toestemming aan de vader – die de toestemming van de moeder vervangt – om met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats], in de periode van 4 juli 2026 tot en met 15 augustus 2026 voor de duur van drie weken op vakantie te gaan naar Turkije;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis - Evers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 30 juni 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.