Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21329Zaaknummer C/09/703450 / FA RK 26-3790

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/703450 / FA RK 26-3790
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vervangende toestemming

De rechtbank:

*stelt vast dat de ouders, te weten:[de moeder] (de moeder),

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en

[de vader] (de vader),wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

*verleent de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor aanmelding voor hulpverlening vanuit schoolmaatschappelijk werk;

*verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.J.A. Olthoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezagsuitoefening
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-3790

Zaaknummer: C/09/703450

Datum beschikking: 30 juni 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 16 april 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.M. Krommendijk te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M. de Bluts te Zoetermeer.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
  • het bericht van 1 juni 2026 van de vader, inhoudende een wijziging van de zelfstandige verzoeken.

Op 2 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- de moeder met haar advocaat;

- de vader met zijn advocaat.

Na de terechtzitting zijn de volgende stukken ontvangen:

  • het bericht van 2 juni 2026 van de vader, met bijlage;
  • het bericht van 2 juni 2026 van de moeder, met bijlage.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats].

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1].

- De moeder heeft uit een eerdere relatie nog twee minderjarige kinderen, namelijk:

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2013 te [geboorteplaats],

- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2014 te [geboorteplaats].

- Bij beschikking van deze rechtbank van 8 mei 2024 is aan de vader vervangende toestemming verleend om met [de minderjarige 1] naar Spanje, Catalonië, te reizen.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 4 juni 2024:

- is bepaald dat [de minderjarige 1] de hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben;

- is zowel een reguliere zorgregeling als vakantieregeling vastgesteld;

- zijn partijen doorverwezen voor deelname aan het traject ouderschapsbemiddeling.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 6 maart 2025 is [de minderjarige 1] met ingang van 6 maart 2025 tot 6 juni 2025 voorlopig onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden (hierna Jbw).

- Bij beschikking van deze rechtbank van 27 maart 2025 is, voor zover hier van belang, de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten.

- Bij beschikking van deze rechtbank van 23 december 2025 is de regeling inzake de vakanties gewijzigd.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt te bepalen dat:

- aan haar – ter vervanging van de toestemming van de vader – toestemming wordt gegeven om met [de minderjarige 1] af te reizen naar Italië en aldaar te verblijven van 20 juli 2026 tot en met 1 augustus 2026;

- aan haar – ter vervanging van de toestemming van de vader – toestemming wordt gegeven om voor [de minderjarige 1] een Europese identiteitskaart aan te vragen;

- aan haar – ter vervanging van de toestemming van de vader – toestemming wordt gegeven voor het laten plaatsvinden van een BMR vaccinatie van [de minderjarige 1];

- aan haar – ter vervanging van de toestemming van de vader – toestemming wordt gegeven voor een aanmelding schoolmaatschappelijk werk ten behoeve van [de minderjarige 1],

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de vader, na wijziging zelfstandig verzocht:

- aan hem vervangende toestemming te verlenen om met [de minderjarige 1] op vakantie te gaan naar Turkije van 12 augustus 2026 tot en met 23 augustus 2026;

- aan hem vervangende toestemming te verlenen om ten behoeve van [de minderjarige 1] een ID-kaart aan te vragen,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Ouderschapsbemiddeling

Op de zitting hebben ouders aangegeven dat het eerdere traject ouderschapsbemiddeling is gestrand. Beide ouders hebben de bereidheid uitgesproken om alsnog deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling om te werken aan de verbetering van hun onderlinge communicatie. De rechtbank zal de ouders nogmaals in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.

Vervangende toestemming vakantie Italië

De moeder wil in de periode van 20 juli 2026 tot en met 1 augustus 2026 met [de minderjarige 1] en haar twee andere kinderen naar Italië reizen en de vader wil in de periode van 12 augustus 2026 tot en met 23 augustus 2026 met [de minderjarige 1] naar Turkije reizen. Na de zitting is gebleken dat beide partijen de benodigde toestemmingsformulieren voor de over en weer verzochte vakanties hebben ondertekend. De rechtbank beschouwt daarom de verzoeken van partijen tot het verlenen van vervangende toestemming voor de vakanties als ingetrokken, zodat op deze verzoeken niet meer hoeft te worden beslist.

Vervangende toestemming identiteitskaart

De rechtbank beschouwt het verzoek om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor het aanvragen van een identiteitskaart voor [de minderjarige 1] als ingetrokken, nu de vader zijn toestemming op de zitting alsnog heeft verleend en het benodigde toestemmingsformulier heeft ondertekend. De rechtbank hoeft daarom niet meer te beslissen om dit verzoek.

Vervangende toestemming BMR-vaccinatie

De moeder verzoekt haar vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige 1] te laten vaccineren voor BMR. De man heeft op de zitting aangegeven dat hij hiervoor alsnog – per email - zijn toestemming zal verlenen. Gelet hierop, beschouwt de rechtbank het verzoek tot het verlenen van vervangende toestemming voor het krijgen van de BMR-vaccinatie voor [de minderjarige 1] als ingetrokken.

Vervangende toestemming (medische) behandeling

De moeder verzoekt haar vervangende toestemming te verlenen om [de minderjarige 1] aan te melden voor hulpverlening door schoolmaatschappelijk werk. Zij merkt dat [de minderjarige 1] last heeft van de gespannen situatie tussen partijen. Om deze reden zou zij graag willen dat [de minderjarige 1] hierover met iemand in kan praten.

De vader betwist de noodzaak tot hulpverlening vanuit schoolmaatschappelijk werk. Volgens de vader is onvoldoende concreet gemaakt waaruit blijkt dat [de minderjarige 1] behoefte heeft aan hulpverlening door schoolmaatschappelijk werk. De vader vreest dat [de minderjarige 1] (onnodig) belast wordt met zaken die bij haar niet spelen of waar zij zich – gelet op haar leeftijd – nog niet bewust van is.

De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt alsdan een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De rechtbank leest in het borgingsplan van Jbw d.d. 6 juni 2025 dat de verstoorde relatie en communicatie tussen partijen veel spanning bij [de minderjarige 1] oplevert. Zo staat er beschreven: “De scheiding van haar ouders en de ruzies tussen hen maken indruk op [de minderjarige 1]. Ze krijgt spanningen mee, wat zich uit in boosheid, woede-uitbarstingen en nachtmerries, Ze geeft aan soms erg boos of verdrietig te zijn, maar zegt dat ze haar boosheid onder controle probeert te houden. Ze uit haar emoties heftig, soms door te schreeuwen, schelden of spullen te gooien (…) Beiden (de ouders, toevoeging rb) erkennen dat [de minderjarige 1] geraakt wordt door de situatie tussen hen, al gaan ze er verschillend mee om. Op school doet [de minderjarige 1] het goed en wordt er geen problematisch gedrag gezien. Wel maken ouders zich zorgen over haar emotionele welzijn thuis, in relatie tot de scheiding.” Jbw geeft in het borgingsplan vervolgens onder meer aan dat onderzocht moet worden of schoolmaatschappelijk werk helpend kan zijn voor [de minderjarige 1]. Hoewel partijen er daarna, bij beschikking van deze rechtbank van 23 december 2025, wederom op gewezen zijn stappen te ondernemen om hun onderlinge communicatie te verbeteren, zijn partijen hier nog niet in geslaagd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de situatie rondom [de minderjarige 1] nog niet tot rust is gekomen en ziet in onderhavige procedure daar een bevestiging van. Het is van – groot - belang dat [de minderjarige 1] de ruimte krijgt om met een neutraal persoon te kunnen praten. Omdat de vader hiervoor geen toestemming wil geven, zal de rechtbank de moeder toestemming geven, die de toestemming van de vader vervangt, om [de minderjarige 1] aan te melden voor hulpverlening door schoolmaatschappelijk werk.

Beslissing

De rechtbank:

*stelt vast dat de ouders, te weten:[de moeder] (de moeder),

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en

[de vader] (de vader),wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

*verleent de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, voor aanmelding voor hulpverlening vanuit schoolmaatschappelijk werk;

*verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.J.A. Olthoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.