Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:21315Zaaknummer C/09/694943 / FA RK 25-8789

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
20 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/694943 / FA RK 25-8789
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eenhoofdig gezag vader, afwijzen raadsonderzoek naar omgang

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Beoordeling
  5. BeslissingDe rechtbank:

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-8789

Zaaknummer: C/09/694943

Datum beschikking: 30 juni 2026

Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 20 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S.A. Ray, te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Loonstein te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

­ het verzoekschrift van 20 november 2025, met bijlagen;

­ het F9-formulier van 27 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlage;

­ het F9-formulier van 27 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;

­ het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van 28 mei 2026, met bijlagen;

­ het F9-formulier van 28 mei 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen.

­ het verweer tegen het zelfstandig verzoek.

Op 2 juni 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met mr. J.R. Núñez Casanova, waarnemend voor de advocaat van de moeder;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Feiten

  • Partijen hebben met elkaar een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1],

- [de minderjarige] woont bij de vader.

- De vader en de moeder zijn gezamenlijk met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] belast.

Verzoek en verweer, tevens zelfstandig verzoek

De vader verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –:

  • primair tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en te bepalen dat hij voortaan uitsluitend met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] wordt belast;
  • subsidiair te bepalen dat de moeder tijdelijk wordt geschorst in het gebruik van het gezag alsmede te bepalen dat er in de tussentijd een raadsonderzoek wordt gelast en dat, nadat het raadsonderzoek afgerond is, een eindbeslissing zal worden genomen rondom het verzoek van de vader over het eenhoofdig gezag en de ontzegging van de omgang;
  • meer subsidiair enkel een raadsonderzoek te gelasten.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Zij heeft zelfstandig verzocht om een raadsonderzoek te gelasten over de vaststelling van een zorgregeling. Zij verzoekt daarbij om na ontvangst van het advies van de Raad een zorgregeling vast te stellen. Een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De vader heeft tegen het zelfstandige verzoek van de moeder verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Gezag

Wettelijk kader

Het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Ontvankelijkheid

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, omdat de vader sinds november 2024 de volledige dagelijkse zorg draagt voor [de minderjarige] en de moeder inmiddels geen contact meer met [de minderjarige] heeft. Gelet hierop kan de vader worden ontvangen in zijn verzoek.

Standpunt van de vader

De vader voert aan dat er tot oktober 2024 een co-ouderschapsregeling tussen de ouders gold. Vanwege zorgen bij de moeder is [de minderjarige] in november 2024 volledig bij de vader en zijn partner komen wonen. Tussen de moeder en [de minderjarige] is al ruim een jaar (bijna) geen contact geweest. De communicatie tussen de ouders verloopt niet goed. Op advies van de hulpverleningsinstanties communiceert de vader nu enkel via de e-mail met de moeder. Het lukt niet om gezamenlijk bepaalde gezagsbeslissingen te nemen. De vader stelt dat de moeder niet meewerkt aan verzoeken zoals het overschrijven van de zorgverzekering van [de minderjarige] naar de vader of aan verzoeken over schoolzaken, medische handelingen of buitenlandse reizen. Binnenkort moeten er belangrijke beslissingen worden genomen over [de minderjarige], zoals waar hij straks naar de middelbare school gaat. De vader verwacht niet dat er binnen afzienbare tijd voldoende verbetering in de situatie zal optreden, omdat de moeder een wisselende indruk wekt en afwisselend terughoudend en meewerkend is. Hij is daarom op dit moment ook niet bereid om mee te werken aan ouderschapsbemiddeling. De vader maakt zich zorgen dat [de minderjarige] klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en vraagt daarom om alleen te worden belast met het gezag over hem.

Standpunt van de moeder

De moeder voert aan dat zij tot haar grote verdriet geen contact meer heeft met [de minderjarige]. Alle pogingen die zij doet om contact met hem te zoeken worden door de vader zonder gegronde reden afgehouden. De moeder is bereid om toestemming te verlenen in het belang van [de minderjarige] voor vakanties of andere zaken. Zij heeft het gevoel dat haar door de vader en anderen steeds dingen worden opgelegd. In plaats daarvan wil zij graag in overleg afspraken maken. Wat betreft de zorgverzekering is de oplossing wat de moeder betreft simpel, namelijk door een nieuwe huisarts te zoeken. Volgens haar is het prematuur om het gezamenlijk gezag te beëindigen, mede gelet op de complexe dynamiek tussen partijen. De moeder is ook bereid om hiervoor mee te werken aan ouderschapsbemiddeling. De moeder verzoekt een onderzoek door de Raad te gelasten om de gezagssituatie te onderzoeken en het verzoek van de vader voor het overige af te wijzen.

Oordeel van de rechtbank

Het verzochte eenhoofdig gezag over [de minderjarige] bij de vader wordt toegewezen, omdat uit de stukken voldoende feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen waaruit blijkt dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat [de minderjarige] bij uitoefening van het gezamenlijk gezag klem of verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Immers, uit de stukken en de verklaringen op de zitting concludeert de rechtbank dat er tussen de ouders en tussen de moeder en [de minderjarige] veel is gebeurd en dat [de minderjarige] op dit moment ieder contact met de moeder afwijst. De ouders communiceren momenteel alleen per e-mail met elkaar. Uit de door hen overgelegde correspondentie volgt dat die communicatie zeer moeizaam verloopt. Dat leidt ertoe dat [de minderjarige] al een tijd geen huisarts heeft. [de minderjarige] heeft in het kindgesprek zelf aangegeven dat hij een wrat onder zijn voet heeft, maar dat dat niet verholpen kan worden omdat hij niet naar de huisarts kan. Ook heeft de moeizame communicatie ertoe geleid dat pas kort voor het vertrek voor een vakantie in augustus 2025 toestemming door de moeder is verleend. De rechtbank vindt het zeer zorgwekkend dat een kind van elf jaar oud op deze manier wordt belast met zaken waarvoor zijn ouders samen verantwoordelijk zijn. Op de zitting is gebleken dat het partijen niet lukt om nader tot elkaar te komen in het belang van [de minderjarige]. De vader is degene die [de minderjarige] nu feitelijk verzorgt en opvoedt. De rechtbank vindt het van belang dat de juridische situatie in lijn wordt gebracht met hoe de situatie feitelijk is. Gelet op deze omstandigheden, zal de rechtbank de vader belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige].

Omgang en informatieregeling

Standpunt van de moeder De moeder verzoekt nu geen omgang met [de minderjarige], maar verzoekt wel om een onderzoek door de Raad te gelasten om te onderzoeken of omgang in het belang van [de minderjarige] is. De moeder voert aan dat zij [de minderjarige] mist en hem graag wil zien. De moeder heeft baarmoederhalskanker en wordt daar nu voor behandeld. Ook zal zij starten bij GGZ Rivierduinen voor behandeling. Hoewel haar aandacht nu uitgaat naar de behandeling van haar medische klachten, wil de moeder afspraken maken over de omgang waar zij naartoe kan werken. De moeder heeft nog twee kinderen, die zeer recentelijk uit huis zijn geplaatst. Ook dat doet de moeder groot verdriet. Het is voor haar moeilijk om thuis te zijn zonder haar kinderen.

De moeder erkent dat in eerdere relaties sprake was van huiselijk geweld en drugsgebruik door haar ex-partner. [de minderjarige] woonde toen bij de moeder. De moeder heeft het gevoel dat zij nu 10-0 achterstaat.

Standpunt van de vader De vader verzet zich tegen een onderzoek door de Raad. De thuissituatie bij de moeder is problematisch, omdat er sprake is van overmatig alcoholgebruik, slechte hygiëne en verbaal en huiselijk geweld. De Raad en Veilig Thuis zijn daarom betrokken bij de gezinssituatie bij de moeder. Ook is er met de hulp van Veilig Thuis geprobeerd om het contact tussen [de minderjarige] en de moeder te herstellen, maar de moeder kwam dan niet opdagen op afspraken. Hoewel de vader [de minderjarige] niet wil weghouden van de moeder, heeft hij er nu geen vertrouwen in dat de omgang goed zal verlopen.

Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt allereerst vast dat partijen op de zitting zijn overeengekomen dat de vader de moeder één keer per maand een update zal geven van hoe het met [de minderjarige] gaat, vergezeld van een foto. Ook zijn partijen op de zitting overeengekomen dat de moeder één keer per twee maanden voor [de minderjarige] aan de vader een kaartje zal sturen en dat de vader dat kaartje aan [de minderjarige] zal doorgeven. De rechtbank zal deze afspraken dan ook in deze beschikking vastleggen.

De rechtbank ziet verder geen aanleiding om de Raad opdracht te geven om een onderzoek te verrichten naar de vraag of omgang met de moeder in het belang van [de minderjarige] is. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Zoals hiervoor overwogen, heeft [de minderjarige] in de thuissituatie bij de moeder veel meegemaakt. Niet in geschil is dat er sprake was van huiselijk geweld en van drugsgebruik en dat [de minderjarige] daar ook getuige van is geweest. Ook zijn er signalen dat de moeder niet kon voorzien in de basisbehoeften van [de minderjarige], zoals voldoende voedsel en hygiëne. [de minderjarige] heeft zelf aangegeven dat hij in die tijd altijd honger had en blij te zijn dat hij zich daar nu geen zorgen meer om hoeft te maken. Hoewel de moeder heeft aangegeven dat de situatie bij haar nu anders is, is de rechtbank van oordeel dat het te vroeg is om te werken naar omgang tussen de moeder en [de minderjarige]. [de minderjarige] heeft namelijk aangegeven dat hij daar nu niet voor openstaat. Gelet op alles wat hij heeft meegemaakt, hecht de rechtbank aan zijn mening hierover grote waarde. Ook vindt de rechtbank het relevant dat de twee jongere kinderen van de moeder zeer recentelijk met spoed uit huis zijn geplaatst. Hoewel de rechtbank niet over het dossier in die zaken beschikt, is dat wel een signaal dat de situatie bij de moeder nog niet stabiel genoeg is. Dat de moeder binnenkort zal starten met behandeling bij GGZ Rivierduinen vindt de rechtbank een goede eerste stap om te proberen haar situatie te verbeteren. Als de zorgen zijn afgenomen en partijen het daarover eens kunnen worden, kunnen zij in de toekomst via de gemeente middels begeleide omgang proberen om het contact tussen de moeder en [de minderjarige] te herstellen. Daarvoor is het nu echter nog te vroeg. Bovendien vindt de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] dat er voor nu duidelijkheid komt over het contact met zijn moeder. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een raadsonderzoek te gelasten en wijst dat verzoek dan ook af.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de vader, [de vader], geboren op [geboortedatum 2] 1992 te [geboorteplaats 2], het gezag zal toekomen over de minderjarige:

- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1],

stelt vast dat partijen zijn overeengekomen dat de vader de moeder eens per maand per e-mail zal informeren over de gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van [de minderjarige], vergezeld van een foto;

stelt vast dat partijen zijn overeengekomen dat de moeder één keer per twee maanden voor [de minderjarige] aan de vader een kaartje zal sturen en dat de vader dat kaartje aan [de minderjarige] zal doorgeven;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. Nuboer, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. T.A.L. Ravenhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.