Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 28 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21089Zaaknummer NL25.41297
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 28 juli 2026
- Publicatiedatum
- 28 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.41297
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandeling
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
plakvovo, afwijzing na uitspraak beroep, samenhangende zaken
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41297
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
geboren op [datum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E. Ebes),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. Ö. Sari).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft op 15 april 2022 een herhaalde asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het besluit van 22 augustus 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep[_8d62dd0b-82ec-459e-8835-f3c2b3a2d1b1], op
9 oktober 2025 op zitting behandeld. Op de zitting zijn ook het beroep en de voorlopige voorziening van de echtgenote van verzoeker behandeld.[_4128bd08-1378-4882-930c-0e0d3f30a2c4] Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.41296, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat sprake is van samenhangende zaken en de voorzieningenrechter de minister in de voorlopige voorziening van de echtgenote al heeft veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.