Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 26 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:20991Zaaknummer C/09/706515 / FA RK 26-5613

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/706515 / FA RK 26-5613
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz - aansluitende zorgmachtiging voor 12 maanden. Opname is grillig verlopen. De rechtbank stelt vast dat monitoring noodzakelijk is om decompensatie te voorkomen

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 juni 2027;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Bouwman, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Standpunten ter zitting
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/706515 / FA RK 26-5613

Datum beschikking: 26 juni 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],

advocaat: mr. B.J. de Bruijn te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 05 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 18 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een zorgkaart van 29 mei 2026;

- een zorgplan van 11 mei 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 5 juni 2026;

- een brief van de officier van justitie van 4 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden, waarnemend voor de advocaat;

- de waarnemend arts, [naam 2];

- de ambulant behandelaren, [naam 3] en [naam 4].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven dat het goed met haar gaat. Haar vrijheden zijn uitgebreid en er wordt gewerkt aan haar terugkeer naar huis. Betrokkene ziet geen reden om de zorgmachtiging te verlengen door de duur van twaalf maanden. De noodzakelijk geachte zorg kan binnen het vrijwillig kader worden voortgezet.

De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene ziet geen redenen voor zorg en wil haar leven oppakken. Mocht er ondersteuning nodig zijn vanuit het ambulant team zal zij haar medewerking hieraan verlenen binnen het vrijwillig kader. Indien de rechtbank overgaat tot toewijzing van het verzoek, merkt de advocaat ten aanzien van de vormen van verplichte zorg op om de opname in de accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid af te wijzen. Betrokkene zal haar verblijf op vrijwillige basis voortzetten tot de behandelaren instemmen met het ontslag. Daarbij is zij sinds februari 2026 niet meer ingesloten geweest. Hierdoor is het niet voorzienbaar dat dit op korte termijn noodzakelijk zal zijn. Meer subsidiair pleit de advocaat om de duur van de zorgmachtiging te bekorten tot zes maanden om betrokkene perspectief te bieden. Betrokkene wil laten zien dat zij het zelf kan.

De arts heeft naar voren gebracht dat het sinds de opname een stuk beter gaat met betrokkene. Bij opname was er sprake van een ernstige decompensatie. Betrokkene is langdurig ingesloten geweest in de periode van december 2025 tot en met januari 2026. Hierbij ontving betrokkene intensieve 1-op-1-begeleiding om haar veiligheid te kunnen waarborgen. Daarbij was er sprake van ernstige zelfbeschadiging. Gezien de ernst en de duur van de crisis is het voorzienbaar dat er bij decompensatie opnieuw zal moeten worden overgaan tot insluiting. Op dit moment wordt er toegewerkt naar de terugkeer naar huis. Om de noodzakelijk geachte zorg ook binnen het ambulant kader te kunnen voortzetten, is de inzet van verplichte zorg noodzakelijk. Betrokkene is langdurig opgenomen geweest en er was sprake van een ernstig toestandsbeeld. Het is noodzakelijk dat de situatie van betrokkene in de aankomende twaalf maanden kan worden gemonitord.

Het ambulant team heeft hierop aangevuld dat zij maanden zijn bezig geweest om betrokkene in zorg te krijgen. Bij opname is zijn in zelfdestructief gedrag gevallen. Binnen het kader van de zorgmachtiging kan er bij decompensatie sneller en efficiënter worden ingegrepen om een nieuwe crisis te voorkomen.

Beoordeling

Op 23 december 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 23 juni 2026.

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornissen, te weten katatonie, een psychotische stoornis, posttraumatische stressstoornis en een persoonlijkheidsstoornis.

Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

-ernstige verwaarlozing;

-maatschappelijke teloorgang.

Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene geruime tijd is opgenomen bij [zorginstelling]. In de aanloop naar de opname was sprake van zelfverwaarlozing, ondervoeding en zelfbeschadigend gedrag waarbij zij meerdere malen in de sloot is gesprongen. Indien de psychische problematiek niet wordt behandeld bestaat er een risico op levensgevaar en lichamelijk letsel ten gevolge van zelfbeschadiging, suïcide en ondervoeding. Daarbij is er een risico op psychische schade voor betrokkene zelf. Langdurige psychoses kunnen leiden tot blijvende neurocognitieve schade. Voorafgaand aan de opname was er sprake van zelfverwaarlozing. Betrokkene heeft al haar kleding weggegooid, liep 4 maanden in dezelfde kleding en hield het huishouden niet bij. Betrokkene is op dit moment onvoldoende in staat om voor zich te zorgen en haar belangen te behartigen. Door haar zorgmijdend gedrag is een reëel risico dat zij ook bij ouders wederom uit beeld raakt en verder maatschappelijk teloorgaat.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Op dit moment is het toestandsbeeld van betrokkene gestabiliseerd door inzet van verplichte zorg. Gelet op de afwezigheid van ziektebesef en -inzicht ziet betrokkene geen redenen om de zorg te continueren binnen het verplichte kader. Om duurzaam herstel te bereiken en de hulpverlening voort te kunnen zetten binnen het ambulant kader, is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene.

Uit hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene in februari 2026 voor het laatst ingesloten is geweest en dat er sindsdien sprake is van een stabieler toestandsbeeld. Hierdoor is niet gebleken dat de inzet van deze vormen van zorg direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

De rechtbank stelt vast dat betrokkene langdurig opgenomen is geweest. Voorafgaand aan de opname was het niet mogelijk om betrokkene in zorg te krijgen binnen het brijwillig kader. Er is sinds korte tijd sprake van een pril herstel. De rechtbank ziet, mede gelet op het ernstige verloop en de lange duur van de opname, op dit moment geen mogelijkheden om de zorg binnen het vrijwillig kader te continueren. Indien betrokkene decompenseert kan er direct en effectief worden ingegrepen middels de zorgmachtiging. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 juni 2027;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Bouwman, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.