Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20970Zaaknummer C/09/671484 / FA RK 24-6089
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/671484 / FA RK 24-6089
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Overeenstemming over zorgregeling
De rechtbank:
*
stelt vast dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats];
bij de vader zal zijn tenminste één dag of dagdeel per maand, in de leefomgeving van de vader, en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 juni 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6089
Zaaknummer: C/09/671484
Datum beschikking: 26 juni 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 2 september 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. Lucas te Lelystad.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.J. Fakiri te ’s-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van 6 november 2024 van deze rechtbank is een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
Bij beschikking van 28 november 2025 van deze rechtbank is iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aangehouden tot 1 april 2026 pro forma.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het bericht van 28 april 2026 namens de moeder;
- het bericht van 30 april 2026 namens de vader;
- het bericht van 3 juni 2026 namens de moeder.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij de hierboven genoemde beschikkingen is overwogen en beslist, voor zover hier niet anders wordt overwogen en beslist.
Uit de berichten van de ouders blijkt dat sprake is van een positieve ontwikkeling. In het begin van het jaar hebben de vader en [minderjarige] contact gehad in het bijzijn van de moeder. De laatste maanden is er regelmatig telefonisch contact tussen de ouders en ziet de vader [minderjarige] via beeldbellen.
In zijn bericht van 30 april 2026 geeft de vader aan dat hij bereid is om zijn verzoek te wijzigen naar vastlegging van tenminste één dag of dagdeel contact per maand met [minderjarige], in zijn leefomgeving. Op die manier kunnen zij dan samen iets ondernemen. De moeder heeft bij haar bericht van 3 juni 2026 ingestemd met dit voorstel van de vader en verzoekt die regeling vast te stellen.
De rechtbank zal conform de overeenstemming van de ouders beslissen, aangezien zij omgang tussen [minderjarige] en zijn vader, op welke manier ook ingevuld, in het belang van [minderjarige] acht. De rechtbank merkt daarbij op dat het wenselijk zou zijn als de ouders tot een uitbreiding van de omgang zouden kunnen komen. De nu afgesproken omgang is een heel goed begin, maar lijkt ook beperkt. Goede ervaringen van [minderjarige] in het contact met zijn vader zouden bij [minderjarige] wellicht kunnen leiden tot de wens om zijn vader vaker te zien en de rechtbank hoopt dat de ouders daar in onderling overleg gevolg aan kunnen geven.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt vast dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats];
bij de vader zal zijn tenminste één dag of dagdeel per maand, in de leefomgeving van de vader, en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 juni 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.