Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 26 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:20968Zaaknummer C/09/707697 / FA RK 26-6344

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/707697 / FA RK 26-6344
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wzd - afwijzing voortzetting van de inbewaringstelling. Er zijn alternatieven om het ernstig nadeel af te wenden.

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Bouwman, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/707697 / FA RK 26-6344

Datum beschikking: 26 juni 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking naar aanleiding van het op 23 juni 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt],

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling]

te [plaats],

advocaat: mr. E.H. van den Pol te Purmerend.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 juni 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de [gemeente] van 22 juni 2026;

- de op 22 juni 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;

- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 2 februari 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;

- de specialist ouderengeneeskunde, [naam 2];

- de echtgenote van cliënt, [naam 3];

- de dochter van cliënt, [naam 4].

Standpunten ter zitting

Cliënt heeft naar voren gebracht dat hij niet achter de opname staat. Cliënt is op een schandalige wijze opgenomen en kan zich niet vinden in de zorgen zoals gesteld in de medische verklaring.

De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Uit hetgeen de familie naar voren heeft gebracht blijkt dat zij niet overbelast zijn en de zorg graag in de thuissituatie willen realiseren. Daarbij is de medische verklaring gebaseerd op incidenten uit het verleden en is er geen sprake van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

De specialist ouderengeneeskunde heeft naar voren gebracht dat er uitgebreid is gesproken met cliënt en zijn familie. Zij zijn overrompeld door de procedure. Daarbij blijkt uit de medische verklaring niet dat er op dit moment sprake is van een ernstige en acute situatie. De familie heeft de opname als een time-out gezien om te kijken hoe de zorg in de thuissituatie kon worden vormgegeven. Het ernstig nadeel ziet voornamelijk op het dwalen en dit kan worden ondervangen door het gebruik van een GPS-tracker. Er is in de thuissituatie gestart met de inzet van medicatie om de agitatie te verminderen, maar dit zal de gedragsveranderingen niet tegenhouden.

De familie heeft naar voren gebracht dat er voorafgaand aan de opname wijzigingen zijn doorgevoerd in de medicatie. Sindsdien slaapt hij beter en wordt er een duidelijke verbetering waargenomen. Cliënt is in beeld gekomen bij de hulpdiensten na een melding van omstanders. Echter weet de familie altijd waar cliënt zich bevindt. Daarbij erkennen zij dat cliënt op termijn niet langer thuis zou kunnen wonen maar hier is op dit moment nog geen sprake van.

Beoordeling

De rechtbank leidt uit hetgeen ter zitting is besproken dat er geen wettelijke basis is voor toewijzing van de voortzetting van de inbewaringstelling. De specialist ouderengeneeskunde heeft naar voren gebracht dat geen sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Daarbij heeft de familie van cliënt naar voren gebracht dat zij de zorg in de thuissituatie willen en kunnen vormgeven. Zij zagen de tijdelijke opname als een time-out. De rechtbank stelt, mede gelet op voorgaande, vast dat er op dit moment geen sprake is van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat de voortzetting van de inbewaringstelling rechtvaardigt. Daarbij zijn er op dit moment alternatieven waardoor de zorg in de thuissituatie kan worden vormgegeven. De rechtbank komt tot een afwijzing van het verzoek.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Bouwman, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juni 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.