Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 25 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20867Zaaknummer C/09/693301 / FA RK 25-7915
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 25 juni 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/693301 / FA RK 25-7915
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek gezamenlijk gezag.
De rechtbank:
*
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7915
Zaaknummer: C/09/693301
Datum beschikking: 25 juni 2026
Gezag
Beschikking op het op 16 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr S.O. Zengin te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.C. Carli-Lodder te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen;
- het schriftelijke standpunt van de gecertificeerde instelling, van 21 mei 2026;
- het F9-formulier van 22 mei 2026, met bijlagen, van de moeder.
De minderjarige [minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek. [minderjarige 2] heeft een brief geschreven aan de rechtbank.
Op 28 mei 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarigen kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats];
- De minderjarigen zijn door de vader erkend.
- De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarigen belast.
- Bij de beschikking van 16 oktober 2025 zijn de minderjarigen onder toezicht gesteld van 16 oktober 2025 tot 16 oktober 2026.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt te worden met belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2], zodat de ouders het gezamenlijk gezag over hen uitoefenen, met voor zover mogelijk uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt het verzoek van de vader af te wijzen en te bepalen dat de moeder het eenhoofdig gezag over de kinderen behoudt.
Beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253c lid 1 van het Burgerlijke Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten.
Standpunt vader
De vader wil het gezamenlijk gezag over beide kinderen. De vader stelt dat beide ouders de afgelopen jaren tijdens hun relatie in de praktijk het gezag hebben uitgeoefend over de kinderen alsof er sprake was van gezamenlijk gezag, ondanks dat de toestemming van de vader voor het nemen van gezagsbeslissingen niet noodzakelijk was. Er is volgens hem geen sprake van een van de afwijzingsgronden voor gezamenlijk gezag. Dat er conflicten zijn tussen de ouders maakt niet dat zij onvoldoende in staat zijn tot een behoorlijke communicatie over gezagsbeslissingen. De vader geeft aan dat hij wil werken aan de communicatie met de moeder, maar dat hij niet goed weet hoe. Juist nu de gecertificeerde instelling betrokken is kan zicht worden gehouden op de uitoefening van het gezamenlijk gezag en de onderlinge communicatie tussen de ouders. Het belasten van de vader met het gezag zou daarbij ook helpend zijn voor de gecertificeerde instelling, omdat deze de vader dan – indien dit nodig is – ook een schriftelijke aanwijzing zou kunnen geven. De vader betreurt het dat het traject bij Impegno is mislukt en heeft het vermoeden dat de moeder dit bewust heeft bewerkstelligd om zo te voorkomen dat de vader belast wordt met het gezag. De vader is zeer betrokken bij de kinderen. Het probleem is dat hij in veel zaken omtrent de kinderen niet betrokken wordt, omdat hij geen gezag heeft over hen. De vader stelt ook dat de moeder weinig structuur biedt aan de kinderen. Hij maakt zich daar zorgen over en benoemt dit de kinderen wel te kunnen bieden. De vader wenst erkend te worden als volwaardige ouder van de kinderen en gelijkwaardig te blijven in de opvoeding en verzorging van de kinderen.
Standpunt moeder
De moeder wil het eenhoofdig gezag over beide kinderen behouden. De moeder stelt dat zij het gezag nimmer met de vader heeft uitgeoefend. De ouders moeten voor gezamenlijk gezag in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en in gezamenlijk overleg tot beslissingen kunnen komen. Dit is volgens de moeder niet mogelijk. Het lukt de ouders niet om met elkaar te communiceren, ook niet met de inzet van de meest intensieve professionele begeleiding en de betrokkenheid van een jeugdbeschermer. [minderjarige 1] wordt doordat het contact tussen de ouders onmogelijk is soms, tot onvrede van de moeder, ingezet als boodschapper tussen de ouders. De moeder maakt zich daarnaast zorgen over de emotie-regulatieproblemen van de vader. De vader volgt zijn behandelingen bij de Brijder niet langer en gebruikt zijn voorgeschreven medicatie niet. De verstandhouding tussen de ouders is ernstig verstoord. De moeder wordt door de vader gediskwalificeerd en ontvangt dagelijks grote hoeveelheden berichten van hem. De moeder verwacht dat de vader bij gezamenlijk gezag gezagsbeslissingen zal frustreren waardoor de kinderen klem zullen raken.
De gecertificeerde instelling
In de schriftelijke toelichting van de gecertificeerde instelling wordt geadviseerd om het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet te delen. Dit omdat het de ouders niet lukt om in het belang van de kinderen te communiceren. De manier waarop de vader communiceert zorgt voor spanningen en stress bij de moeder wat indirect invloed heeft op de kinderen. De ouders hebben in mei 2026 afzonderlijke adviesgesprekken gehad bij Impegno voor het traject Ouderschap bij Scheiden. Impegno heeft aangegeven dat gezamenlijke gesprekken nog niet haalbaar zijn. Een andere zorg van de gecertificeerde instelling is dat de ouders niet dezelfde visie hebben over zaken omtrent de opvoeding van de kinderen, zoals in het verleden heeft gespeeld ten aanzien van onder andere de schoolkeuze en voetbalvereniging. Ook verloopt het contact en de omgang tussen de vader en de kinderen moeizaam.
De Raad
De Raad geeft aan dat voor gezamenlijk gezag goede communicatie is vereist. Het is niet de bedoeling dat er strijd ontstaat of dat deze wordt verergerd door het gezamenlijk uitoefenen van het gezag. Onder andere door de moeizame communicatie tussen de ouders is er sinds oktober 2025 een jeugdbeschermer betrokken bij het gezin. Net als de jeugdbeschermer, voorziet de Raad zorgen bij toewijzing van het gezamenlijk gezag.
Overweging rechtbank
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders samen het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind (kunnen) voordoen. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat de verstandhouding tussen de ouders ernstig verstoord is en dat het de ouders op dit moment niet lukt om samen afspraken te maken over de kinderen waardoor gezamenlijke gezagsuitoefening tot situaties kan leiden waarin [minderjarige 1] en [minderjarige 2] klem of verloren raken of anderszins in hun belangen worden geschaad.
Er is door verscheidene hulpverleningsinstanties, waaronder Impegno en het SKT, aangegeven dat het belasten van de ouders met het gezamenlijk gezag niet wenselijk is. Ook de gecertificeerde instelling en de Raad onderschrijven dit standpunt. Het is de ouders niet gelukt om hulpverlening gericht op de communicatie succesvol af te ronden. Daarnaast heeft de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling nog onvoldoende positieve weerslag gehad op de verstandhouding van de ouders. De vader is door de gecertificeerde instelling erop gewezen dat zijn manier van communicatie naar de moeder negatief en denigrerend is en daarbij zowel direct als indirect negatieve gevolgen heeft voor de kinderen. De rechtbank verwacht gelet op het patroon dat uit de stukken zichtbaar is geworden in de dynamiek tussen de ouders niet dat deze situatie op korte termijn zal verbeteren. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de vader afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door mr. I.M. Kroon als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.