Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 24 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20811Zaaknummer C/09/688540 / FA RK 25-5361
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/688540 / FA RK 25-5361
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Man is niet-ontvankelijk in verzoek tot nihilstelling/wijziging kinderalimentatie. Wijziging van omstandigheden is onvoldoende gesteld en onderbouwd.
De rechtbank:
verklaart de man niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 juni 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5361
Zaaknummer: C/09/688540
Datum beschikking: 24 juni 2026
Wijziging alimentatie
Beschikking op het op 15 juli 2025 ingekomen verzoek van:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.A.V. Hoogerduyn in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.T. Vogelaar in Maasdijk,
en
[jongmeerderjarige],
de jong-meerderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.T. Vogelaar in Maasdijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen, namens de man;
- de brief van 11 augustus 2025 namens de man;
- het bericht van 25 augustus 2025, met bijlage, namens de man;
- het verweerschrift namens de vrouw en de jong-meerderjarige.
Op 27 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat, en de vrouw en de jong-meerderjarige met hun advocaat.
Feiten
- De man en de vrouw zijn gehuwd geweest van [dag 1] 1997 tot [dag 2] 2006.
- Zij zijn de ouders van de inmiddels meerderjarige kinderen:
- [meerderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2000 in [geboorteplaats 1];
- [jongmeerderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2003 in [geboorteplaats 1].
- In 2006 is bepaald dat de man een bedrag van € 254,50 per maand per kind aan kinderalimentatie dient te voldoen.
- De man is op [dag 3] 2021 gehuwd met [naam], welk huwelijk door haar overlijden is ontbonden op [dag 4] 2022.
- De minderjarige dochter van mevrouw [naam], [minderjarige], geboren op [geboortedatum 3] 2009 in [geboorteplaats 2], verblijft bij de man.
Verzoek en verweer
De man verzoekt met ingang van [dag 4] 2022 de door hem aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van [meerderjarige] en [jongmeerderjarige] op nihil te stellen, althans op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw en de jong-meerderjarige voeren verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Ontvankelijkheid
De rechtbank kan op grond van artikel 1:401 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de eerder vastgestelde kinderalimentatie opnieuw vaststellen wanneer bij de eerdere vaststelling is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, of als de omstandigheden zijn gewijzigd sinds het moment dat de alimentatie is vastgesteld. Niet iedere wijziging van omstandigheden is voldoende voor een wijzing van de vastgestelde alimentatie. Het moet gaan om een wijziging waardoor het aanvankelijk vastgestelde bedrag niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet.
De man stelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Onder andere als gevolg van het overlijden van mevrouw [naam] kampt de man met ernstige psychische klachten waarvoor hij onder behandeling is bij de GGZ. Dit is ook de reden dat de man zich niet eerder tot de rechtbank heeft kunnen wenden. De man heeft geen draagkracht om de kinderalimentatie te voldoen. De man is zijn werk verloren en per oktober 2025 ontvangt de man geen Ziektewetuitkering meer. Inmiddels leeft hij onder bijstandsniveau. Ook is de man nog een oude schuld aan het aflossen middels betalingen aan het LBIO in opdracht van de vrouw.
De vrouw en de jong-meerderjarige menen dat er onvoldoende is gesteld en overgelegd om te komen tot een wijziging van omstandigheden en betwisten hetgeen door de man hierover is gesteld.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat het op de weg van de man ligt om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en zo mogelijk met stukken te onderbouwen dat sprake is van gewijzigde omstandigheden en wat daarvan de gevolgen zijn. De man stelt weliswaar dat sprake is van gewijzigde omstandigheden en dat hij niet langer over voldoende draagkracht beschikt, maar onderbouwt op geen enkele manier wat er ten opzichte van het moment dat de kinderalimentatie werd vastgesteld is gewijzigd of op welke wijze dat doorwerkt in zijn draagkracht. Zo is de rechtbank niet geïnformeerd over de gegevens op basis waarvan de kinderalimentatie destijds is vastgesteld, van welke inkomensgegevens bij de man is uitgegaan en of daarin een relevante wijziging is opgetreden. De man heeft daar onvoldoende over gesteld en hetgeen hij wel heeft gesteld is onvoldoende met stukken onderbouwd. Aan zijn stelling dat hij nog een schuld van € 34.053,35 bij het LBIO aan het aflossen is heeft hij een brief van het LBIO ten grondslag gelegd, maar deze brief dateert van 12 september 2024. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat er bij het LBIO nog een bedrag van € 6.019,- openstaat. In het licht van de stelling van de man dat hij geen enkele draagkracht heeft wekt dat bevreemding. De rechtbank kan niet vaststellen dat er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden. De rechtbank zal daarom de man niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Daarmee komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot nihilstelling van de vastgestelde kinderalimentatie.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart de man niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 juni 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.