Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 24 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20802Zaaknummer C/09/687513 / FA RK 25-4797
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 juni 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/687513 / FA RK 25-4797
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Tussenbeschikking: aanhouding in afwachting of partijen overeenstemming bereiken over de voorliggende verzoeken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4797
Zaaknummer: C/09/687513
Datum beschikking: 24 juni 2026
Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling
Beschikking op het op 25 juni 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. van der Heide-Boertien in Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het bericht met bijlagen van 11 mei 2026 van de vader;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de moeder;
- het bericht met bijlagen van 27 mei 2026 van de vader.
Op 27 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats],
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats].
- De vader heeft de kinderen erkend.
- De moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Bij proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 februari 2026 bij de voorzieningenrechter, hebben de ouders de volgende afspraken gemaakt:
“
1. De omgangsregeling zal met ingang van heden luiden:
- de kinderen zullen op de oneven weken op woensdagmiddag uit school bij de vader zijn tot 19:00 uur, de vader zal zorgdragen voor het avondeten en de kinderen terugbrengen bij de moeder;
- [de minderjarige 2] zal op dinsdagavond om 18:30 uur door de vader worden opgehaald en bij uitzondering door zijn partner indien hij niet op tijd thuis is en de nacht bij zijn vader doorbrengen, vader zal hem de volgende ochtend naar school brengen samen met [de minderjarige 1] die hij daartoe bij de moeder ophaalt;
- de kinderen zullen in de oneven weken van zaterdag op zondag bij de vader zijn van 15:30 uur tot 19:00 zondagavond. In de even weken zullen de kinderen bij de vader zijn van vrijdag 19:00 uur tot zondag 19:00 uur. Voor [de minderjarige 1] geldt dat zij desgewenst pas op zaterdagmiddag naar de vader kan gaan indien zij andere plannen heeft;
2. partijen zullen ieder voor zich zorg dragen voor de veiligheid van de kinderen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de kinderen in een autogordel dienen te zitten bij vervoer in de auto en dat zij slechts gebruik mogen maken van goedgekeurde vervoersmiddelen;
3. partijen zullen over en weer respectvol jegens elkaar gedragen en zoveel mogelijk vroegtijdig communiceren indien de zorg voor de kinderen dat vereist.
(…)”
Verzoek en verweer
De vader verzoekt, na aanvulling en zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- te bepalen dat de vader, gezamenlijk met de moeder, met het gezag over de kinderen zal worden belast;
- te bepalen dat de zorg c.q. omgangsregeling in het randnummer 21 van het aanvullend verzoekschrift zal gelden en zal worden uitgevoerd.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig:
- een omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en de kinderen zoals te lezen in haar verweerschrift;
- een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten aangaande de verzochte wijziging van het gezag alsmede te onderzoeken of een jeugdbeschermingsmaatregel is aangewezen.
Beoordeling
Op de zitting is uitgebreid met de ouders en de zittingsvertegenwoordiger van de Raad gesproken over de verzoeken van ouders.
De ouders hebben vervolgens afgesproken dat zij samen met hun advocaten in overleg zullen gaan om te kijken of zij het eens kunnen worden over het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag en het vaststellen van een zorg- c.q. omgangsregeling en de opname daarvan in een ouderschapsplan.
Anders dan op de zitting afgesproken, zal de rechtbank de zaak niet aanhouden tot 31 juli 2026 maar tot 1 augustus 2026 pro forma. De ouders dienen op deze datum de rechtbank te informeren of het gelukt is om (gedeeltelijk) overeenstemming te bereiken, en over welke verzoeken de rechtbank een beslissing moet nemen.
BeslissingDe rechtbank:
*houdt iedere beslissing ten aanzien van het gezag, de zorg- c.q. omgangsregeling en het raadsonderzoek aan tot 1 augustus 2026 pro forma.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 juni 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.