Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 23 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20678Zaaknummer C/09/703143 / FA RK 26-3603
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/703143 / FA RK 26-3603
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Echtelijke woning en zorgregeling. Kind heeft persoonlijkheidsproblematiek waardoor hij meer dan gemiddeld behoefte heeft aan een rustige, gestructureerde opvoedingsomgeving. Beide ouders hebben geen alternatieve woonruimte.
De rechtbank:
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, met dien verstande dat de vrouw het gebruik van de woning toekomt op het moment dat zij de zorg voor [de minderjarige] draagt en dat de man op die momenten de woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarige bij zich te hebben iedere week van vrijdag 12.00 uur tot zaterdag 17.00 uur;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-3603
Zaaknummer: C/09/703143
Datum beschikking: 23 juni 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 13 april 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Yousef te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te Den Haag.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken, met bijlagen;
- het F9 formulier van de zijde van de man van 4 juni 2026, met bijlage;
- het F9 formulier van de zijde van de vrouw van 4 juni 2026, met als bijlage een verweer op de zelfstandige verzoeken van de man, tevens houdende een wijziging van het verzoek.
Op 9 juni 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en A. Yasin, tolk in de Arabische taal;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- De man en de vrouw zijn op [datum] 2023 te [plaats] met elkaar gehuwd.
- Uit het huwelijk is het volgende nog minderjarige kind geboren:
- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats].
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uit.
- Volgens de Basisregistratie Personen hebben de vrouw, de man en [de minderjarige] in ieder geval de Nederlandse nationaliteit;
- partijen zijn in onderling overleg overeengekomen dat [de minderjarige] voorlopig iedere week van vrijdagmiddag 12.00 uur tot zaterdagmiddag 17.00 uur bij de man is.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt er, na aanvulling, toe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres];
- [de minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;
- [de minderjarige] iedere week van vrijdagmiddag 12.00 uur tot zondagavond 17.00 uur bij de vader zal zijn;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert – onder referte voor de toevertrouwing van de minderjarige aan de vrouw – verweer tegen het verzoek om toekenning van uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens verzoekt de man zelfstandig dat:
- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres];
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [de minderjarige] wordt vastgesteld, waarbij [de minderjarige] bij de man verblijft iedere week van vrijdagmiddag uit school tot zaterdagmiddag 17.00 uur;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert verweer tegen het verzoek van de man om toekenning van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.
Beoordeling
Toevertrouwing [de minderjarige], tijdelijke zorgregeling en uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw voert het volgende aan. [de minderjarige] heeft een autisme spectrum stoornis en een globale ontwikkelingsachterstand. Hij is daarom bovengemiddeld gebaat bij een voorspelbare, gestructureerde en prikkelarme woonomgeving. De vrouw verblijft nu met [de minderjarige] in een opvanglocatie, waar zij samen een zeer kleine kamer delen en alle overige voorzieningen moeten delen met de andere bewoners van de opvanglocatie. Deze onrustige woonsituatie heeft zijn weerslag op het welzijn van [de minderjarige]. De vrouw heeft geen andere plek waar zij samen met [de minderjarige] kan wonen. Bij haar ouders kan zij niet terecht, omdat daar haar twee broers wonen die eveneens autisme hebben en daarom zorgbehoevend zijn. Het verblijf op de opvanglocatie heeft ook zijn weerslag gehad op de mentale gezondheid van de vrouw en zij kan de zorg voor [de minderjarige] op dit moment met moeite aan. Daarom zou zij graag willen dat de man een groter deel van de zorg voor [de minderjarige] op zich neemt dan hij nu doet.
De man voert het volgende aan. De man heeft de echtelijke woning in 2017 toegewezen gekregen middels een urgentieverklaring in verband met (nog altijd aanwezige) medische problematiek. De man kan de huurlasten van de echtelijke woning bovendien betalen omdat hij – anders dan de vrouw – een stabiel inkomen heeft. De man heeft geen plek waar hij kan verblijven als hij de echtelijke woning moet verlaten. De vrouw heeft dat wel, zij verblijft immers al enige tijd samen met [de minderjarige] op een opvanglocatie. De man meent daarom dat zijn belang bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning groter is dan het belang van de vrouw. De man wil dat de zorgregeling die partijen in onderling overleg overeen zijn gekomen en waaraan zij al enige tijd uitvoering geven, wordt vastgelegd in een beschikking. De man heeft en goede band met [de minderjarige] en hij wil die band behouden. De man wil [de minderjarige] graag meer bij zich hebben, maar gelet op de intensieve zorg die [de minderjarige] nodig heeft, is de man daartoe op dit moment niet in staat.
Oordeel van de rechtbank
De vrouw en de man zijn het erover eens dat [de minderjarige] aan de vrouw moet worden toevertrouwd, aangezien zij het grootste deel van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] voor haar rekening neemt. De rechtbank zal [de minderjarige] aan de vrouw toevertrouwen, nu zij dat ook in zijn belang acht.
Met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning overweegt de rechtbank als volgt. [de minderjarige] is nog heel jong, heeft een autisme spectrum stoornis en een ontwikkelingsachterstand. Hij heeft dan ook meer dan en gemiddeld kind behoefte aan structuur, rust en voorspelbaarheid. In de woonomgeving waar hij nu verblijft, kan hem niet de rustige en stabiele opvoedingsomgeving geboden worden die hij nodig heeft. [de minderjarige] heeft er dan ook belang bij dat hij in de echtelijke woning kan wonen, en dat belang weegt voor de rechtbank zwaar. Ook beide ouders hebben een duidelijk belang bij toewijzing van het gebruik van de echtelijke woning. Zij hebben beiden geen goed alternatief voor woonruimte en niet in geschil is dat zij niet langer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven.
Voor de rechtbank weegt het belang van [de minderjarige] zwaarder dan het belang van de ouders. De rechtbank zal daarom vaststellen dat sprake zal zijn van birdnesting, waarbij [de minderjarige] in zijn vertrouwde omgeving kan verblijven en de ouders om en om met hem in de echtelijke woning verblijven. De rechtbank realiseert zich dat birdnesting geen ideale situatie is voor beide partijen, maar op dit moment is dit wel de situatie die het meest in het belang is van [de minderjarige]. Aangezien de ouders in staat zijn gebleken in onderling overleg een zorgregeling voor [de minderjarige] overeen te komen en zij daaraan ook gezamenlijk uitvoering geven, verwacht de rechtbank dat zij ook in staat zullen zijn om afspraken te maken over de wisselmomenten, zodat die momenten voor [de minderjarige] met zo min mogelijk spanning gepaard gaan.
Op de lange termijn lijkt het vooralsnog in de rede te liggen dat het voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan de man wordt toegewezen, omdat hij de woning op grond van een urgentieverklaring in verband met medische problematiek heeft gekregen. De rechtbank zal daarom het voortgezet gebruik van de woning aan de man toewijzen, maar met dien verstande dat de vrouw in de woning mag verblijven op de momenten dat zij de zorg voor [de minderjarige] heeft en dat de man de woning op die momenten dient te verlaten. Op de dagen dat de man de zorg voor [de minderjarige] heeft, dient de vrouw de echtelijke woning te verlaten.
Met betrekking tot de zorgregeling overweegt de rechtbank als volgt. Uit de verklaringen op zitting is duidelijk geworden dat [de minderjarige] intensieve zorg nodig heeft en dat het beide ouders zwaar valt om volledig tegemoet te komen aan zijn zorgbehoefte. De vrouw heeft verklaard dat het mentaal slecht met haar gaat, door de onrustige situatie in de opvanglocatie waar zij woont in samenhang met de intensieve zorg voor [de minderjarige]. De man heeft op zitting toegelicht dat hij de zorg voor [de minderjarige] niet goed aan kan en dat [de minderjarige] beter naar zijn moeder dan naar hem luistert. De man zou de huidige zorgregeling graag uitbreiden, maar kan dat op dit moment niet aan. De man verwacht bovendien binnenkort meer dagen te gaan werken, en ook om die reden kan hij niet meer zorg voor [de minderjarige] op zich nemen dan hij nu doet.
De rechtbank stelt op grond van de verklaringen van partijen vast dat de zorgregeling waaraan zij de afgelopen tijd uitvoering hebben gegeven, op dit moment het meest in het belang van [de minderjarige] is. De man moet leren om [de minderjarige] de zorg, structuur, rust en duidelijkheid te bieden die hij nodig heeft. De man ziet in dat de vrouw dat beter kan dan hij. De ouders zouden eigenlijk met elkaar in gesprek moeten gaan over hoe zij [de minderjarige] in deze nieuwe situatie kunnen bieden wat hij nodig heeft. Gelet op de ex-partnerproblematiek is het op dit moment echter nog te vroeg voor dergelijke gesprekken. De rechtbank begrijpt dat de zorg voor [de minderjarige] de vrouw zwaar valt, maar verwacht dat daarin enige verlichting zal komen als zij die zorg kan geven vanuit een rustige, stabiele thuissituatie. De rechtbank zal daarom de door de man gevraagde zorgregeling vaststellen en het verzoek van de vrouw ten aanzien van de zorgregeling afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, met dien verstande dat de vrouw het gebruik van de woning toekomt op het moment dat zij de zorg voor [de minderjarige] draagt en dat de man op die momenten de woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
bepaalt dat de man voorlopig gerechtigd is om de minderjarige bij zich te hebben iedere week van vrijdag 12.00 uur tot zaterdag 17.00 uur;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.G.J. Verkennis als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.