Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 22 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:20451Zaaknummer C/09/702295 / FA RK 26-3074

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
13 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/702295 / FA RK 26-3074
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toevertrouwing van de kinderen, voorlopige zorgregeling, voorlopige kinderalimentatie en vakantie naar het buitenland. De man heeft op de zitting het toestemmingsformulier getekend, waarbij de rechtbank de identiteit van de man heeft vastgesteld.

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd:

*

wijst af het verzoek van de man tot vaststelling van een voorlopige zorgregeling;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum van deze beschikking, te weten 22 juni 2026, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 25,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-3074

Zaaknummer: C/09/702295

Datum beschikking: 22 juni 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 27 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L. Leenders te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. N. Bagci-Çiçek te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek van de man;
  • het F9-formulier van 8 juni 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlagen.

Op 8 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door een tolk B. Badouri.

Feiten

- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2001 te [plaats], Marokko.

- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats].

- Daarnaast zijn zij de ouders van de volgende meerderjarige kinderen:

- [naam 1], geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats],

- [naam 2], geboren op [geboortedatum 3] 2007 te [geboorteplaats].

- De vrouw en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de

Marokkaanse nationaliteit.

- De vrouw heeft op 22 juli 2025 een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank

ingediend, dat onder zaak- en rekestnummer C/09/688919 / FARK 25-5569 in

behandeling is.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt dat:

- de minderjarige [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 110,- netto per maand wordt vastgesteld;

- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 547,- bruto per maand wordt vastgesteld.

De man voert – onder referte voor het overige – verweer tegen de verzochte voorlopige kinder- en partneralimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig dat:

- de minderjarige [minderjarige] voorlopig bij de man zal zijn iedere zondag van 12:00 uur tot 16:00 uur, waarbij de man [minderjarige] zal halen en brengen;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert verweer tegen het zelfstandig verzoek van de man, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe om de wederzijdse verzoeken te beoordelen.

De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.

Toevertrouwing van [minderjarige]

De vrouw verzoekt [minderjarige] voor de duur van de echtscheidingsprocedure aan haar toe te vertrouwen. Omdat de man hiermee heeft ingestemd en niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de rechtbank daartoe overgaan.

Voorlopige zorgregeling

De man verzoekt een voorlopige zorgregeling vast te stellen, waarbij [minderjarige] en de man wekelijks van zondag 12:00 uur tot 16:00 uur contact hebben met elkaar. Hij voert daartoe het volgende aan. Omdat de vrouw het contact tussen [minderjarige] en de man niet toestaat, heeft de man [minderjarige] (en zijn dochters) sinds 5 juli 2025 niet meer gezien. De man is altijd een betrokken vader geweest en wil [minderjarige] graag weer zien en spreken. Volgens de man mist [minderjarige] het ook om tijd met de man te spenderen. De man acht het dan ook van belang dat gewerkt wordt aan contactherstel.

De vrouw voert verweer. De vrouw betwist dat zij het contact tussen de man en [minderjarige] in de weg staat. Volgens de vrouw heeft de man bij [minderjarige] een hoop goed te maken, voordat de band tussen hen kan worden hersteld.

De rechtbank stelt vast dat [minderjarige] en de man elkaar al geruime tijd niet meer hebben gezien of gesproken. Zoals op de zitting besproken heeft [minderjarige] tijdens het kindgesprek aangegeven dat hij hier op dit moment ook niet voor open staat. Omdat [minderjarige] de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, is de rechtbank van oordeel dat hij niet in het contact met zijn vader kan worden ‘gedwongen’. De rechtbank verwacht dat het opleggen van een voorlopige zorgregeling alleen maar voor meer weerstand zal zorgen bij [minderjarige] en daarom niet in het belang van [minderjarige] is. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de man het contact tussen hem en [minderjarige] wil herstellen, zal zij dan ook geen voorlopige zorgregeling vaststellen. Het verzoek van de man zal worden afgewezen.

Wel heeft de rechtbank op de zitting met partijen gesproken over het organiseren van een eerste contactmoment tussen de man en [minderjarige]. In dat kader hebben partijen afgesproken dat de man op zondag 14 juni 2026 om 13:00 uur naar de tuin van de vrouw komt om daar een contactmoment te hebben met [minderjarige]. Daarbij zal, los van de meerderjarige dochters van partijen die eventueel zullen aansluiten, niemand anders aanwezig zijn. De rechtbank gaat ervan uit dat dit eerste contactmoment inmiddels heeft plaatsgevonden. Het is verder aan de man en [minderjarige] om eventueel een vervolg te geven aan hun contact.

Voorlopige kinderalimentatie

Gelet op het feit dat de man leeft van een WW-uitkering, zijn partijen op de zitting overeengekomen dat de man aan de vrouw een voorlopige kinderalimentatie van € 25,- per maand zal voldoen. De rechtbank zal conform deze overeenstemming tussen partijen een voorlopige kinderalimentatie vaststellen, waarbij de rechtbank de ingangsdatum op de datum van deze beschikking bepaalt.

Voorlopige partneralimentatie

De vrouw heeft op de zitting haar verzoek tot het vaststellen van een voorlopige partneralimentatie ingetrokken, zodat de rechtbank hier niet meer op hoeft te beslissen.

Vakantie Marokko [minderjarige]

Op de zitting heeft de rechtbank er met de ouders over gesproken dat eerder buitenlandse vakanties van de vrouw met [minderjarige] niet door konden gaan, omdat de man het toestemmingsformulier niet tekende. De rechtbank is gebleken dat [minderjarige] na zijn examens met de vrouw op vakantie wenst te gaan naar Marokko. De man heeft op de zitting de vrouw toestemming gegeven om met [minderjarige] voor twee weken in de periode tussen juni en augustus 2026 naar Marokko te reizen. Daartoe heeft hij op de zitting een ingevuld toestemmingsformulier getekend. Echter heeft hij geen kopie van zijn identiteitsbewijs willen verstrekken. Naar het oordeel van de rechtbank wordt het ontbreken hiervan ondervangen door het feit dat de man op de zitting het toestemmingsformulier heeft getekend, waarbij de rechtbank zijn identiteit heeft vastgesteld aan de hand van een kaart waaruit zijn verblijfstitel blijkt. De rechtbank gaat ervan uit dat als de vrouw naast het getekende toestemmingsformulier deze beschikking meeneemt op reis daaruit voldoende blijkt dat de man toestemming heeft gegeven aan de vrouw om in genoemde periode met [minderjarige] naar Marokko te reizen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats], aan de vrouw zal worden toevertrouwd:

*

wijst af het verzoek van de man tot vaststelling van een voorlopige zorgregeling;

*

bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum van deze beschikking, te weten 22 juni 2026, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 25,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 22 juni 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.