Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 22 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:20449Zaaknummer C/09/702242 / FA RK 26-3046

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
11 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/702242 / FA RK 26-3046
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorzieningen. Uitsluitend gebruik echtelijke woning aan de vrouw toegekend. Toevertrouwing van mj daarom ook aan de vrouw. Geen zorgregeling met de man vastgesteld.

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarige:

- [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats].

aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong - Kwestro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 22 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 26-3046

Zaaknummer: C/09/702242

Datum beschikking: 22 juni 2026

Voorlopige voorzieningen

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Bhulai in ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.

Op 8 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, de man en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2010 in [plaats].
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats].
  • Zij zijn tevens de ouders van de jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2007.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt, bij wijze van voorlopige voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:

  • de vrouw bij uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het voortgezet gebruik van de huurwoning met bijbehorende inboedel, althans om toewijzing van het voortgezet gebruik van de woning aan de [adres], met het bevel aan de man de woning te verlaten en deze niet meer te betreden;
  • [de minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd;
  • er een voorlopige zorgregeling tussen [de minderjarige] en de man zal gelden, inhoudende dat [de minderjarige] elke week van vrijdagmiddag 17.30 uur tot zondagavond 19.30 uur bij de man zal zijn, totdat de man een eigen woning heeft.

De man heeft mondeling verweer gevoerd.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing [de minderjarige]

De vrouw verzoekt om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen en [de minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. De man is het hier niet mee eens en heeft op de zitting voorgesteld om uitvoering te geven aan een birdnest-regeling waarbij partijen om de week met [de minderjarige] in de echtelijke woning verblijven.

Partijen zijn het erover eens dat de huidige situatie, waarin zij gezamenlijk in de woning verblijven, tot veel spanningen leidt en daarom niet langer houdbaar is. De rechtbank zal daarom een regeling moeten vaststellen waarbij partijen niet meer gezamenlijk in de woning verblijven. Een birdnest-regeling kan een fijne constructie zijn voor kinderen, maar vraagt tegelijkertijd veel van de ouders. Onderlinge afstemming en communicatie zijn daarbij essentieel. Op de zitting is gebleken dat de verstandhouding tussen partijen ernstig is verstoord. Er is al langere tijd geen sprake van enige vorm van communicatie. Daarnaast speelt er op dit moment veel in het leven van partijen, waardoor zij al (zwaar) belast worden. Zij krijgen beiden hulp om met hun (persoonlijke) problemen om te leren gaan. Ook hebben partijen aanzienlijke schulden en zitten zij in een schuldsaneringstraject. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank het niet haalbaar dat partijen uitvoering gaan geven aan een birdnest-regeling. Daarom zal de rechtbank een belangenafweging moeten maken en beoordelen welke partij op dit moment het meeste belang heeft bij verblijf in de woning.

De rechtbank komt na een belangenafweging tot het oordeel dat het belang van de vrouw om in de echtelijke woning te verblijven zwaarder weegt dan dat van de man. Voor de rechtbank weegt zwaar mee dat de vrouw ook nog huisvesting biedt aan twee andere (meerderjarige) kinderen. Hoewel de vrouw wellicht (een gedeelte van de week) bij het gezin van haar nichtje in Zeeland zou kunnen verblijven, is het een wezenlijke andere vraag of haar kinderen daar ook terecht kunnen. De vrouw heeft geen mogelijkheden om in de buurt onderdak te krijgen. Een verblijf in Zeeland zou meebrengen dat de vrouw haar EMDR-therapie niet kan volgen en het met het oog op de toekomst van belangen dat zij deze therapie volgt. Ook zou het contact met [de minderjarige] worden bemoeilijkt. Daar staat tegenover dat het voor de man wel mogelijk is om (tijdelijk) ergens anders in de buurt van de gezamenlijke woning te verblijven. Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen toewijzen. Dat houdt in dat de vrouw voorlopig in de echtelijke woning mag blijven wonen en dat de man deze woning moet verlaten en daarna verder niet mag betreden.

Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij toegewezen.

Omdat de rechtbank het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw zal toekennen, zal zij het verzoek van de vrouw om [de minderjarige] aan haar toe te vertrouwen, toewijzen.

Voorlopige zorgregeling

De vrouw heeft een regeling voorgesteld waarbij [de minderjarige] elke week in het weekend bij de man is. Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij nog niet kan overzien waar hij precies zal verblijven en hoe hij het contact met [de minderjarige] kan gaan vormgeven. De vrouw heeft verklaard dat zij nooit in de weg zal staan aan het contact tussen de man en [de minderjarige] en dat zij elkaar zo vaak kunnen zien als [de minderjarige] dat wil.

Gelet op de onzekere situatie van de man, zal de rechtbank in deze procedure geen voorlopige zorgregeling vastleggen. De komende periode zal moeten blijken hoe en op welke momenten de man de zorg voor [de minderjarige] op zich kan nemen. De rechtbank gaat er vanuit dat beide ouders zich in het belang van [de minderjarige] zullen inspannen om het contact tussen [de minderjarige] en de man op regelmatige basis te laten plaatsvinden, bij voorkeur meerdere keren per week. Dit brengt met zich mee dat de ouders met elkaar in overleg moeten treden. De rechtbank benadrukt, zoals ook op de zitting besproken, dat het belangrijk is om niet alleen voor de periode tot de echtscheidingsprocedure, maar ook op langere termijn goede afspraken te maken over het contact tussen [de minderjarige] en de man.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

bepaalt dat de minderjarige:

- [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats].

aan de vrouw zal worden toevertrouwd;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong - Kwestro, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 22 juni 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.