Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19883Zaaknummer C/09/696063 / HA RK 25-726
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Publicatiedatum
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/696063 / HA RK 25-726
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vaststelling staatloosheid. Verzoek toegewezen. Relevante landen: Palestijnse Gebieden en Egypte.
De rechtbank:
stelt vast dat verzoeker staatloos is.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 18 juni 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: HA RK 25-726
Zaaknummer: C/09/696063
Datum beschikking: 18 juni 2026
Vaststelling van staatloosheid
Beschikking op het op 8 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,volgens het Marriage Contract Document: [verzoeker] en volgens de vertaling van de identiteitskaart: [verzoeker],
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.G. Grigorjan in ’s-Hertogenbosch.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,
zetelende in ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. K. Kana.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het e-mailbericht van 16 april 2026 van de Staat;
- het e-mailbericht van 23 april 2026 van verzoeker, met bijlagen;
- het bericht van 27 mei 2026 van de Staat.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.
Feiten
De volgende feiten blijken uit het dossier:
- Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1992 in Gaza.
- Verzoeker heeft tot 12 oktober 2023 in Gaza gewoond en is daarna vertrokken naar Rafah. Verzoeker heeft tot 24 april 2024 in Rafah verbleven en is op 25 april 2025 naar Egypte vertrokken. Verzoeker heeft tot augustus 2025 in Egypte verbleven.
- Verzoeker heeft op 28 augustus 2025 asiel aangevraagd.
- Bij beschikking van 24 november 2025 is aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd verleend van 27 augustus 2025 tot 27 augustus 2030.
- Verzoeker is in het bezit van de volgende documenten:
- een originele identiteitskaart afgegeven door de Palestijnse Autoriteit;
- een originele consulaire verklaring afgegeven door de Palestijnse Missie in Nederland;
- een kopie van een Palestijns paspoort afgegeven door de Palestijnse Autoriteit;
- een kopie van de geboorteakte;
- een kopie van de UNRWA familiekaart;
- een kopie van de UNRWA familiekaart met echtgenote.
- De identiteitskaart en de consulaire verklaring zijn onderzocht op echtheid door Bureau Documenten van de IND en positief beoordeeld.
Verzoek en het advies van de Staat
Verzoeker verzoekt vast te stellen dat hij staatloos is.
De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.
Beoordeling
Juridisch kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs).
Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker een onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.
Relevante landen
Gelet op de overgelegde stukken, zal de rechtbank de Palestijnse Gebieden en Egypte bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoeker een andere nationaliteit kan hebben verkregen.[_d7916e73-29c7-40fc-9749-f38749a31ab0]
Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?
Gelet op de door verzoeker overgelegde stukken, waarvan de originele documenten door Bureau Documenten van de IND zijn onderzocht op echtheid en positief zijn beoordeeld, is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is.
Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende. Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.
Wordt verzoeker als onderdaan van Egypte beschouwd?
Verzoeker heeft verklaard dat hij na zijn vertrek uit Rafah op 25 april 2025 naar Egypte is gereisd en daar tot augustus 2025 heeft gewoond.
Artikel 4 van de Egyptische nationaliteitswet bepaalt dat de Egyptische nationaliteit kan worden verleend aan iedere vreemdeling die gedurende tien achtereenvolgende jaren onmiddellijk voorafgaand aan het indienen van een verzoek om naturalisatie zijn gewone verblijfplaats in Egypte had, indien hij meerderjarig is en aan de in §4 van die wet genoemde voorwaarden voldoet.
Nu verzoeker volgens zijn verklaring maar korte tijd in Egypte heeft verbleven acht de rechtbank het, net als de Staat van mening is, niet aannemelijk dat verzoeker de Egyptische nationaliteit heeft verkregen.
Conclusie
De rechtbank stelt, gelet op al het voorgaande, de staatloosheid van verzoeker vast.
Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat verzoeker staatloos is.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Sluijmer griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 18 juni 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.