Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 17 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19859Zaaknummer C/09/706195 / FA RK 26-5425
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Publicatiedatum
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/09/706195 / FA RK 26-5425
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg, art. 7:11 wvggz. Geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juni 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juli 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/706195 / FA RK 26-5425
Datum beschikking: 17 juni 2026
Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats], [land],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie van GGZ [accommodatie] te [plaats],
advocaat: mr. D.Z. Peters te Zoetermeer.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 1 juni 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 31 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 26 mei 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 1 juni 2026;
- een afschrift van de politiemutaties;
- een brief van de officier van justitie van 11 mei 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Engelse taal;
- de arts, [naam 2];
- de verpleegkundig specialist, [naam 3];
- de zus van betrokkene, [naam 4].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat hij het liefst wil terugkeren naar huis en daar de benodigde zorg wil ontvangen. Betrokkene was overbelast door de mantelzorg voor zijn vader, waardoor hij nauwelijks tijd voor zichzelf had. Inmiddels beschikt betrokkene over een eigen woning, een baan en een betrokken netwerk bestaande uit familieleden. Ook zonder verplicht kader wil hij in behandeling blijven, bij voorkeur op basis van een zelfbindingsverklaring. De advocaat stelt dat op dit moment onvoldoende sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De recente ontregeling was het gevolg van uitzonderlijke omstandigheden. Inmiddels is betrokkene weer wilsbekwaam en erkent hij dat hij hulp nodig heeft. Daarnaast bestaat een minder ingrijpend alternatief in de vorm van een zelfbindingsverklaring en wil betrokkene samen met de artsen een signaleringsplan opstellen, zodat een eventuele terugval tijdig kan worden herkend en zodoende voorkomen kan worden dat hij weer ontregelt. De advocaat verzoekt daarom namens betrokkene om het verzoek af te wijzen. Indien de rechtbank een zorgmachtiging noodzakelijk acht, verzoekt de advocaat wat betreft de vormen van zorg om enkel toedienen van medicatie, verrichten van medische controles, andere medische handelingen en therapeutische maatregelen en aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten toe te wijzen.
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene inmiddels is gestabiliseerd en ingesteld op medicatie. Momenteel wordt zijn verlof stapsgewijs uitgebreid en wordt er toegewerkt naar ontslag, zodat hij met ondersteuning van een wijkteam en familie kan terugkeren naar huis. De zorgmachtiging blijft echter noodzakelijk, nu dit de tweede psychotische ontregeling is en in beide gevallen een klinische opname noodzakelijk is gebleken. Wanneer betrokkene ontregelt, kan de situatie escaleren en leidt dit tot ernstig nadeel. Tijdens een periode van ontregeling werkt hij niet mee aan de behandeling, waardoor verplichte zorg noodzakelijk is. Daarnaast is betrokkene ambivalent ten aanzien van de medicatie, omdat hij meerdere keren heeft gevraagd of zijn medicatie afgebouwd kon worden. Indien betrokkene medicatie blijft gebruiken, is de kans op ernstig nadeel klein. Bij cannabisgebruik bestaat echter een reëel risico op een nieuwe ontregeling, maar op dit moment is geen sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. De behandelaren hebben de door betrokkene opgestelde zelfbindingsverklaring doorgelezen en zijn voornemens deze na de zitting te ondertekenen.
De verpleegkundig specialist heeft ter zitting naar voren gebracht dat zorgen bestaan over de ambivalente houding van betrokkene ten aanzien van de medicatie. Het risico bestaat dat betrokkene de medicatie thuis niet zal innemen.
De zus van betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat de ontregeling het gevolg was van een opeenstapeling van stress en triggers. Betrokkene had destijds zelf contact opgenomen met de psychiater, omdat hij inzag dat het niet goed ging met hem en dat hij hulp nodig had. Betrokkene krijgt veel steun van familieleden die in de directe omgeving wonen en hem kunnen ondersteunen.
Beoordeling
Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene ten opzichte van het moment waarop de opname startte zodanig is opgeknapt dat geen sprake meer is van een risico op ernstig nadeel. Betrokkene werd opgenomen nadat hij psychotisch ontregeld was geraakt, vermoedelijk als gevolg van een combinatie van cannabisgebruik, slaapdeprivatie en psychosociale belasting na het overlijden van zijn vader, voor wie hij langdurig mantelzorger was. De rechtbank leidt uit de stukken af dat sprake was van een veelheid aan ongunstige factoren en bijzondere omstandigheden die ertoe hebben geleid dat betrokkene ontregelde. Betrokkene is inmiddels voldoende gestabiliseerd en wil de behandeling in een vrijwillig kader voortzetten. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat reeds een zelfbindingsverklaring is opgesteld, die gereed ligt om ondertekend te worden door de behandelaren. Daarnaast is betrokkene gemotiveerd om mee te werken aan het opstellen van een signaleringsplan en heeft hij een betrokken steunsysteem dat bereid is om betrokkene te helpen.
Gelet op het dat er niet langer sprake is van een risico op ernstig nadeel en er geen sprake meer is van verzet tegen voortzetting van een behandeling waardoor er voldoende vertrouwen is dat betrokkene in een vrijwillig kader de benodigde zorg kan ontvangen, is niet voldaan aan de criteria voor een zorgmachtiging. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juni 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juli 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.