Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 15 juli 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:19514Zaaknummer NL26.63714

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
NL26.63714
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Asiel - identiteit, Eritrese nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig - geen documenten - beroep ongegrond - mondelinge uitspraak

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 6 juni 2024 zijn asielaanvraag gedaan. Eiser heeft gesteld dat hij is geboren op [geboortedag] 1998, dat hij de Eritrese nationaliteit heeft en dat hij tot de Tigrinya-groep en de Amhaarse bevolkingsgroep behoort. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond, omdat verweerder de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig acht.

2. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om zijn identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken en zich in te spannen om documenten te verkrijgen die deze gegevens kunnen onderbouwen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht gesteld dat eiser onvoldoende inspanning heeft verricht om dergelijke documenten te verkrijgen. Daarbij neemt verweerder terecht mee dat eiser op zijn achttiende nog in Ethiopië woonde en van hem mocht worden verwacht dat hij zich in ieder geval vanaf dat moment tot aan zijn vertrek in december 2023 zou inzetten voor het verkrijgen van documenten. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder uit Ethiopië komt en zij had eiser daarbij kunnen helpen.

3. Verder oordeelt de rechtbank dat terecht niet aannemelijk is geacht dat eiser geen documenten heeft gekregen of heeft kunnen krijgen in Ethiopië. Eiser heeft immers verklaard dat hij naar school is geweest en enkele jaren heeft gewerkt. Dat eiser ook financiële steun van vrienden nodig had, maakt dat niet anders.

4. De rechtbank volgt eisers stelling dat hij geen belang heeft bij het noemen van een andere geboortedatum. Het is mogelijk dat het verschil te verklaren is door een omzettingsprobleem van de Ge’ez kalender naar de Gregoriaanse. Dit betekent alleen niet dat daarmee eisers identiteit, herkomst en nationaliteit wel aannemelijk worden gemaakt. De (overige) tegenwerpingen van verweerder blijven immers overeind staan.

5. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.63714

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Spijkerman).

Procesverloop

Met het besluit van 2 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep 15 juli 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 6 juni 2024 zijn asielaanvraag gedaan. Eiser heeft gesteld dat hij is geboren op [geboortedag] 1998, dat hij de Eritrese nationaliteit heeft en dat hij tot de Tigrinya-groep en de Amhaarse bevolkingsgroep behoort. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als ongegrond, omdat verweerder de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig acht.

2. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om zijn identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk te maken en zich in te spannen om documenten te verkrijgen die deze gegevens kunnen onderbouwen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht gesteld dat eiser onvoldoende inspanning heeft verricht om dergelijke documenten te verkrijgen. Daarbij neemt verweerder terecht mee dat eiser op zijn achttiende nog in Ethiopië woonde en van hem mocht worden verwacht dat hij zich in ieder geval vanaf dat moment tot aan zijn vertrek in december 2023 zou inzetten voor het verkrijgen van documenten. Eiser heeft verklaard dat zijn moeder uit Ethiopië komt en zij had eiser daarbij kunnen helpen.

3. Verder oordeelt de rechtbank dat terecht niet aannemelijk is geacht dat eiser geen documenten heeft gekregen of heeft kunnen krijgen in Ethiopië. Eiser heeft immers verklaard dat hij naar school is geweest en enkele jaren heeft gewerkt. Dat eiser ook financiële steun van vrienden nodig had, maakt dat niet anders.

4. De rechtbank volgt eisers stelling dat hij geen belang heeft bij het noemen van een andere geboortedatum. Het is mogelijk dat het verschil te verklaren is door een omzettingsprobleem van de Ge’ez kalender naar de Gregoriaanse. Dit betekent alleen niet dat daarmee eisers identiteit, herkomst en nationaliteit wel aannemelijk worden gemaakt. De (overige) tegenwerpingen van verweerder blijven immers overeind staan.

5. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.