Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Den Haag, 19 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19498Zaaknummer K/4502/11891665
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 maart 2026
- Publicatiedatum
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- K/4502/11891665
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beslissing over proceskosten na vermindering van eis.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 605,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.C. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
MvE (B/C)
Zaaknummer: 11891665 \ RL EXPL 25-17432
Vonnis van 19 maart 2026
in de zaak van
STICHTING KESSLERPERSPEKTIEF,
te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: KesslerPerspektief,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor Over de Vest,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. A.C.H. Walkate.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 september 2025 met zes producties;- de conclusie van antwoord van 17 november 2025 met twee producties;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Op de mondelinge behandeling was namens KesslerPerspektief aanwezig de heer [naam], werkzaam bij Gerechtsdeurwaarderskantoor Over de Vest. [gedaagde] is op de mondelinge behandeling niet verschenen. Haar gemachtigde, mr. Walkate, was wel aanwezig.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
KesslerPerspektief is een maatschappelijke instelling die voorzieningen biedt op het gebied van opvang, begeleid wonen en dagbesteding.
KesslerPerspektief heeft aan [gedaagde] met ingang van 17 april 2025 een zelfstandige woonruimte verhuurd aan het adres [adres] in [plaats] (verder: het gehuurde). In de huurovereenkomst is de einddatum van de huur bepaald op 30 december 2025.
[gedaagde] heeft de huurovereenkomst met ingang van 27 juli 2025 opgezegd. Zij heeft echter het gehuurde op die datum niet verlaten.
Bij vonnis van 16 januari 2026 heeft de kantonrechter van deze rechtbank in een kort geding op vordering van KesslerPerspektief [gedaagde] veroordeeld om het gehuurde te ontruimen. Medio februari 2026 heeft [gedaagde] het gehuurde verlaten en aan KesslerPerspektief opgeleverd.
3 Het geschil
KesslerPerspektief vorderde bij dagvaarding, samengevat weergegeven, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair:
I. [gedaagde] veroordeelt tot ontruiming van het gehuurde;
subsidiair:
II. de huurovereenkomst ontbindt, met veroordeling van [gedaagde] om het gehuurde te ontruimen,
een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
KesslerPerspektief heeft daaraan in de dagvaarding het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagde] heeft per 27 juli 2025 de huur opgezegd en moet daarom het gehuurde ontruimen. Subsidiair, voor het geval geoordeeld zou worden dat aan de opzegging geen rechtsgevolg toekomt, moet de huurovereenkomst op grond van diverse tekortkomingen worden ontbonden en moet [gedaagde] op die voet worden veroordeeld tot ontruiming. [gedaagde] heeft diverse keren medewerkers en bewoners uitgescholden. Verder heeft [gedaagde] in de gemeenschappelijke ruimte een kind bij zijn geslachtsdeel gegrepen en heeft zij in de algemene woonkamer van het complex een persoon met fysiek geweld aangevallen. Daarnaast had [gedaagde] in strijd met de huisregels een huisdier en liet zij in strijd met deze regels geregeld logees in het gehuurde overnachten. Op de mondelinge behandeling heeft KesslerPerspektief aan het voorgaande nog toegevoegd dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan haar betalingsverplichtingen.
KesslerPerspektief heeft vordering I en II op de mondelinge behandeling ingetrokken. Zij vordert nu alleen nog een proceskostenveroordeling.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Na het kortgedingvonnis 16 januari 2026 had KesslerPerspektief geen belang meer bij de in deze procedure primair gevorderde ontruiming. De intrekking van vordering I en II (wat de kantonrechter beschouwt als een vermindering van eis in de zin van artikel 129 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) vloeit daaruit voort. Bij deze stand van zaken hoeft alleen nog een beslissing genomen te worden over de proceskosten. Die kosten hebben betrekking op de deurwaarderskosten voor het uitreiken van de dagvaarding, het griffierecht en het salaris van de gemachtigde. Op de mondelinge behandeling heeft KesslerPerspektief gemeld dat zij alleen salaris vordert voor het opstellen van de dagvaarding en niet ook voor het bijwonen van de mondelinge behandeling.
De kantonrechter zal de gevorderde proceskosten toewijzen. Uit de overgelegde stukken volgt dat [gedaagde] haar huurovereenkomst per 27 juli 2025 heeft opgezegd. Toen [gedaagde] vervolgens weigerde het gehuurde te verlaten, had KesslerPerspektief een toereikende grondslag voor de primair ingestelde vordering tot ontruiming. Maar ook als, zoals [gedaagde] in de conclusie van antwoord bepleit, de huuropzegging buiten beschouwing zou moeten worden gelaten, had KesslerPerspektief met de aan [gedaagde] verweten tekortkomingen, waaronder ook de betalingsachterstand, voldoende grondslag voor de subsidiair ingestelde vorderingen tot ontbinding en ontruiming. Omdat intussen een kortgedingvonnis is gewezen en [gedaagde] het gehuurde heeft verlaten, heeft KesslerPerspektief haar eis in deze procedure verminderd, maar in het licht van het voorgaande had zij dus voldoende grondslag en belang om deze procedure te starten. Daarom wordt [gedaagde] voor de toekenning van de proceskosten aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij en wordt zij veroordeeld in de proceskosten van KesslerPerspektief.
Die proceskosten (inclusief de nakosten) worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 145,45 | |
| - griffierecht | € | 135,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 217,00 | (1 punt × € 217,00) |
| - nakosten | € | 108,50 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 605,95 |
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 605,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.C. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.