Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Den Haag, 9 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19031Zaaknummer C/09/701531 / KG ZA 26-278
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Publicatiedatum
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- C/09/701531 / KG ZA 26-278
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Mondelinge uitspraak
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Mondeling vonnis; nakoming zorgregeling; geen aanleiding de zorgregeling in kort geding te wijzigen.
2 De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie
veroordeelt de moeder tot nakoming van de in het ouderschapsplan van 5 juni 2024 overeengekomen zorg- en contactregeling;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
wijst de vorderingen af;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
WAARVAN PROCES-VERBAAL,
…………………………………. …………………………………
mr. A.M. van der Wal-de Zoeten mr. S.J. Hoekstra-van Vliet
Volledige tekst
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/701531 / KG ZA 26-278
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 9 juni 2026
in de zaak van
[de vader] te [woonplaats],
eiser in conventie, gedaagde in reconventie,
advocaat mr. W.P.A. Vos te Amsterdam,
tegen:
[de moeder] te [woonplaats],
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
advocaat mr. C.M. Emeis te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vader’ en ‘de moeder’.
Aanwezig is mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A.M. van der Wal-de Zoeten, griffier.
Tevens zijn aanwezig beide partijen, vergezeld van hun advocaat, en [naam] namens de Raad voor de kinderbescherming.
De voorzieningenrechter heeft voorafgaand aan de zitting in raadkamer gesproken met de kinderen van partijen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.
1 De gronden van de beslissing
Feiten
Partijen zijn getrouwd geweest. Zij zijn de ouders van [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2]. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Partijen zijn in het ouderschapsplan van 5 juni 2024, voor zover hier van belang, een zorgregeling overeengekomen, waarbij de kinderen elke week van zondag 10.00 uur tot en met woensdag 18.00 uur bij de moeder zijn en 1 keer per maand van zaterdag 18 uur tot woensdag 18.00 uur. De andere dagen zijn de kinderen bij de vader (hierna: de zorgregeling).
De moeder heeft in haar e-mail van 15 januari 2026 aan de vader laten weten dat zij samen met haar huidige [nationaliteit] partner een toekomst in [land] wil opbouwen en dat zij structureel 3 weken met hem in [land] wil verblijven en 1 week met de kinderen in Nederland. De moeder wenst de huidige zorgregeling hierop aan te passen. Partijen hebben hierover schriftelijk gecommuniceerd, waarbij er alternatieve voorstellen zijn gedaan om de zorgregeling aan te passen. Partijen zijn er in onderling overleg niet uitgekomen.
Het geschil
De vader vordert in conventie, zakelijk weergegeven, nakoming van de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan, op straffe van een dwangsom en de moeder te veroordelen in de proceskosten en de nakosten. De moeder voert verweer tegen de vorderingen van de vader.
De moeder vordert in reconventie, zakelijk weergegeven, wijziging van de zorgregeling in die zin dat de kinderen drie weken van zondag tot woensdag bij de moeder verblijven en de resterende tien dagen van de maand bij de vader verblijven. De vader voert verweer tegen de vordering van de moeder.
Inhoudelijke beoordeling
in conventie en in reconventie
Omdat de vorderingen van de ouders nauw met elkaar samenhangen worden ze hierna gezamenlijk besproken.
Uitgangspunt is dat een tussen partijen overeengekomen zorgregeling (hier het door partijen opgestelde ouderschapsplan) moet worden nagekomen. Als een van partijen wijziging van de zorgregeling wil, in dit geval de moeder, moet dat in beginsel op grond van het bepaalde in artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek in een bodemprocedure bij de familierechter (de zogenoemde 1:253a procedure) aan de orde worden gesteld. De moeder heeft (nog) geen bodemprocedure die strekt tot wijziging van de zorgregeling aanhangig gemaakt.
De vraag die in dit kort geding voorligt is of er sprake is van spoedeisende en zwaarwegende omstandigheden die op dit moment onverkorte nakoming van de zorgregeling in de weg staan. Van het bestaan van dergelijke feiten en omstandigheden is in dit kort geding echter voorshands niet gebleken.
De moeder heeft, in het licht van de betwisting door de vader, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij vanwege haar fysieke en mentale klachten niet langer in staat is om de huidige zorgregeling, waarbij ze elke week een aantal dagen achter elkaar voor de kinderen zorgt, na te komen. Dit blijkt ook niet uit de (medische) stukken die zij heeft overgelegd. Evenmin is aannemelijk geworden dat de kinderen tijdens de omgang met de moeder niet de juiste zorg en aandacht (kunnen) krijgen. Gebleken is dat de moeder bij haar omgangsmomenten ook hulp kan inschakelen. Zij wordt regelmatig door haar vriend ondersteund en de vader heeft op de zitting te kennen gegeven de moeder desgewenst meer te kunnen ondersteunen met (buitenschoolse) activiteiten van de kinderen als zij bij de moeder verblijven. Het is de voorzieningenrechter, mede doordat zij voorafgaand aan de zitting zelf een kindgesprek heeft gevoerd met [minderjarige 1] en [minderjarige 2], bovendien duidelijk geworden dat het op dit moment ook overigens niet in het belang van de kinderen is dat de huidige zorgregeling wordt gewijzigd. Aan die regeling zijn de kinderen gewend en uit het kindgesprek is gebleken dat de kinderen niet willen dat de moeder voortaan lang achter elkaar bij haar vriend in [land] verblijft. Zij zullen haar dan naar hun zeggen erg missen en zij vinden het ook niet fijn dat zij dan maandelijks veel langer achtereen bij de vader zullen moeten verblijven.
De vraag of de zorgregeling moet worden gewijzigd, zoals de moeder in reconventie heeft gevorderd, dient, voor zover de moeder die wijziging wil doorzetten, zorgvuldig in een 1:253a-procedure te worden beoordeeld. De moeder heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een procedure bij de familierechter niet kan benutten en afwachten. Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de uitkomst van een dergelijke procedure in dit geval niet kan worden afgewacht.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de moeder zich moet houden aan de in het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling, totdat de bodemrechter meer of anders beslist of partijen anders overeenkomen. De voorzieningenrechter ziet geen reden voor oplegging van een dwangsom aan de moeder als stimulans tot nakoming van de zorgregeling. Zij gaat ervan uit dat de moeder zich na deze uitspraak aan de zorgregeling zal houden.
De voorzieningenrechter benadrukt voor de goede orde nog, dat de moeder tevens een informatieplicht heeft jegens de vader betreffende het wel en wee van de kinderen en dat zij ook niet naar het buitenland mag afreizen zonder de vader hierover te informeren. Tevens moet de moeder het de vader laten weten als zij tijdens haar omgangsmomenten de zorg voor de kinderen voor langere tijd overlaat aan haar ouders of iemand anders.
De slotsom is dat de vordering van de vader in conventie, die strekt tot nakoming van de zorg- en contactregeling, wordt toegewezen. De vordering van de moeder in reconventie, die strekt tot wijziging van de zorgregeling, wordt afgewezen.
In de omstandigheid dat partijen ex-partners zijn en dit geschil hun kinderen betreft, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, zowel in conventie als in reconventie.
2 De beslissing
De voorzieningenrechter:
in conventie
veroordeelt de moeder tot nakoming van de in het ouderschapsplan van 5 juni 2024 overeengekomen zorg- en contactregeling;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
wijst de vorderingen af;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
WAARVAN PROCES-VERBAAL,
…………………………………. …………………………………
mr. A.M. van der Wal-de Zoeten mr. S.J. Hoekstra-van Vliet
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.