Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 9 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19026Zaaknummer C/09/694119 / JE RK 25-1886
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Publicatiedatum
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- C/09/694119 / JE RK 25-1886
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
verlenging machtiging tot uithuisplaatsing, artikel 1:265c tweede lid Burgerlijk Wetboek, toetsing perspectiefbesluit
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 12 december 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 22 juni 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/694119 / JE RK 25-1886
Datum uitspraak: 9 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [de minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in 's-Gravenhage,
advocaat: mr. C.M. Emeis uit Den Haag,
[de pleegouder 1] en [de pleegouder 2],
hierna te noemen: de pleegouders,
wonende in Kwintsheul,
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te Den Haag.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 december 2025 [de minderjarige] de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 12 december 2026 en de machtiging verlengd [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 12 juni 2026. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 10 december 2025 en de daarin genoemde stukken;
- schriftelijke update van de gecertificeerde instelling met bijlagen van 12 mei 2026.
Op 9 juni 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- de pleegouders met hun advocaat;
- [naam 1] namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [naam 2], de stagiaire van de advocaat van de pleegouders, en [naam 3], de begeleidster van de moeder van KesslerPerspektief, bijzondere toestemming verleend ter zitting aanwezig te zijn als toehoorder.
2 De feiten
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 10 december 2025.
3 Het verzoek
De gecertificeerde instelling handhaaft het aangehouden verzoek dat strekt tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De gecertificeerde instelling heeft het aangehouden deel van het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Op 6 november 2025 is het NIKA-traject ter bevordering van de hechting tussen de moeder en [de minderjarige] voortijdig gestopt. De voortgang stagneerde en er werd geadviseerd dat de moeder zou starten met haar eigen behandeling. Ondanks de inspanningen van de moeder is haar behandeling nog niet gestart. Zij staat nu op een wachtlijst die een jaar tot anderhalf jaar kan duren. De begeleiding van VUHP rondom de omgang tussen de moeder en [de minderjarige] is op 26 maart 2026 gestopt. Gezien werd dat de moeder en [de minderjarige] het heel erg fijn hebben met elkaar, maar dat het voor de moeder soms nog lastig is om [de minderjarige] te begrenzen. VUHP heeft zorgen over het alcoholgebruik van de moeder, haar onverwerkte trauma’s en de slechte relatie tussen de moeder en de pleegouders, zijnde de zus van de moeder en haar partner. De pleegouders geven aan dat [de minderjarige] na de bezoeken enige tijd nodig heeft om in het ritme te komen. [de minderjarige] vindt het lastig om zich te ontspannen en open op te stellen naar haar moeder en pleegouders. Zij vertelt weinig over het weekend bij de moeder. Op 24 maart 2026 is [de minderjarige] gestart met speltherapie, gericht op het leren omgaan met traumatische gebeurtenissen uit het verleden en het beter omgaan met haar emoties en gevoelens. Deze behandeling lijkt aan te slaan. Ook zullen er systemische gesprekken komen met [de minderjarige] en de moeder zodat de moeder meer betrokken wordt bij wat er omgaat in het hoofd van [de minderjarige] en hoe zij daarbij aan zou kunnen sluiten. Voor de moeder en de pleegmoeder is er een traject gestart bij een systeemtherapeut zodat pijnpunten tussen de zussen besproken kunnen worden en gekeken kan worden hoe zij meer samen kunnen werken in het belang van [de minderjarige].
Op 14 april 2026 heeft de gecertificeerde instelling een opvoedbesluit genomen en besloten dat [de minderjarige] bij de pleegouders zal opgroeien. [de minderjarige] heeft een grote opvoedvraag en het lukt de moeder onvoldoende om hieraan te voldoen. Bij stress kan de moeder niet aansluiten bij de behoeften van [de minderjarige] en kan zij schadelijk oudergedrag laten zien. Het benodigde NIKA-traject kan niet hervat worden totdat de behandeling van de moeder is afgerond. Vanwege de kwetsbare opvoedrelatie wordt het niet als haalbaar gezien dat de moeder de volledige zorg voor [de minderjarige] kan dragen. Als de moeder haar behandeling positief heeft afgerond kan worden ingezet op het versterken van de hechtingsrelatie tussen [de minderjarige] en haar moeder. [de minderjarige] verblijft al sinds november 2021 bij het pleeggezin en de gecertificeerde instelling is van mening dat aan [de minderjarige] de duidelijkheid moet worden gegeven dat zij hier langdurig zal opgroeien. Wel is het van belang om de relatie tussen [de minderjarige] en de moeder te verstevigen en wanneer [de minderjarige] dit aan kan, de omgang uit te breiden. Idealiter zou de moeder uiteindelijk bij een stabiele situatie op momenten zorgtaken kunnen overnemen. De gecertificeerde instelling verzoekt de kinderrechter om het opvoedbesluit te toetsen.
4 De standpunten
Door en namens de moeder is ingestemd met een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing, maar is niet ingestemd met de opvoedvisie. De moeder herkent zich niet in het geschetste beeld. De moeder heeft heel erg haar best gedaan om de juiste hulpverlening te krijgen, maar wordt steeds van het kastje naar de muur gestuurd. De moeder heeft aan alle hulpverlening voor zichzelf en rondom de bezoeken met [de minderjarige] meegewerkt. De moeder heeft zich ingezet om aan de voorwaarden vanuit het NIKA-traject te kunnen voldoen en heeft het gevoel dat zij nooit een eerlijke kans heeft gekregen. Ze wil graag een uitbreiding van de omgang met haar dochter en feestelijke dagen en vakanties met haar doorbrengen. De moeder vindt dat de pleegouders onvoldoende hebben geprobeerd om met haar samen te werken in het belang van [de minderjarige]. Het belangrijkste voor de moeder is dat zij haar band met [de minderjarige] verder kan opbouwen en zij zou graag meer contact met haar willen, bijvoorbeeld door doordeweeks een keer te videobellen. Namens de moeder is aangevoerd dat het te vroeg is om een beslissing te nemen over het perspectief van [de minderjarige]. De moeder heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet en aan zichzelf gewerkt. Zij kan er niets aan doen dat er nog geen traumabehandeling is gestart en zij nu op een wachtlijst staat van circa 1,5 jaar. De moeder heeft meer tijd nodig om de geschetste opvoedvisie te kunnen accepteren.
Door en namens de pleegouders is ingestemd met het verzochte. Daarnaast willen zij graag dat de kinderrechter de opvoedvisie beoordeelt. De pleegouders vinden het belangrijk voor [de minderjarige], de moeder en henzelf dat duidelijk wordt waar [de minderjarige] op gaat groeien. Ook zal, als het perspectief duidelijk is, met een Words and Pictures verhaal aan [de minderjarige] kunnen worden verteld waarom de situatie is zoals deze is. De pleegouders zullen nooit het contact tussen [de minderjarige] en de moeder in de weg staan. De pleegouders proberen flexibel te zijn en mee te denken waar nodig, maar hanteren ook bepaalde grenzen. De pleegouders zien na een bezoek aan de moeder dat [de minderjarige] tijd nodig heeft om weer in het ritme te komen. Eerder is er traumatherapie en therapie ingezet, gericht op de extreme alertheid van [de minderjarige]. Deze alertheid is wat afgenomen. Op dit moment wordt speltherapie ingezet. [de minderjarige] vergelijkt zichzelf continu met andere kinderen en denkt dat andere kinderen dingen beter kunnen. De pleegouders zijn bezorgd dat [de minderjarige] op zo’n jonge leeftijd al zulke negatieve gedachten heeft. Verder vinden de pleegouders het fijn dat zij in het gedwongen kader het gevoel hebben dat er meer wordt gekeken naar wat [de minderjarige] nodig heeft en niet alleen naar de wensen van de moeder. Met de systeemtherapie hoopt de pleegmoeder te bereiken dat zij en de moeder als opvoeders weer kunnen communiceren.
5 De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.[_963c0801-ee87-4e85-a7e4-2a67ec83b60b]
[de minderjarige] heeft in haar vroege leven veel meegemaakt en woont al geruime tijd bij haar pleegouders. [de minderjarige] heeft de gebeurtenissen die zij heeft meegemaakt nog niet goed kunnen verwerken. Zij vergelijkt zichzelf veel met andere kinderen en haar hoofdje lijkt vol te zijn met (sombere) gedachtes. Het is heel positief dat de speltherapie nu bij haar aan lijkt te slaan en dat zij hulp krijgt bij het verwerken van de gebeurtenissen en bij het reguleren van haar emoties. [de minderjarige] heeft vanwege haar bovengemiddelde opvoedbehoefte opvoeders nodig die op een sensitieve wijze bij haar aan kunnen sluiten en haar de benodigde rust en stabiliteit kunnen bieden. De moeder houdt heel veel van [de minderjarige] en is bereid om overal aan mee te werken in het belang van [de minderjarige]. Ondanks de inspanningen van de moeder, is het niet gelukt om te beginnen met de voor haar noodzakelijke traumabehandeling. De moeder staat nu op een wachtlijst die naar verwachting nog een jaar tot anderhalf jaar zal duren. Zonder een succesvolle afronding van haar behandeling kan het NIKA-traject niet hervat worden. Dit traject is noodzakelijk om de hechting tussen de moeder en [de minderjarige] te bevorderen. De kinderrechter acht het desondanks wel van groot belang dat [de minderjarige] duidelijkheid krijgt over waar zij op zal gaan groeien. Gelet op de duur van het traject van de moeder, is aannemelijk dat zij niet in staat zal zijn om binnen een voor [de minderjarige] aanvaardbare termijn volledig de zorg voor haar te kunnen dragen. In het pleeggezin proberen de pleegouders zo goed en sensitief mogelijk bij [de minderjarige] aan te sluiten en hebben zij hun leven aan haar aangepast. De pleegouders bieden [de minderjarige] een stabiele basis waar zij de rust krijgt die noodzakelijk is om de speltherapie te doen slagen. Gelet op het bovenstaande, zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen en de opvoedvisie onderschrijven.
Dit betekent echter niet dat de moeder niet belangrijk zal blijven in het leven van [de minderjarige]. Zij blijft haar moeder en er zal door de gecertificeerde instelling blijvend gekeken worden hoe hun band versterkt kan worden en waar mogelijk het contact en de omgang uitgebreid kan worden. Hierbij blijft de draagkracht en het belang van [de minderjarige] leidend. Het is in het belang van [de minderjarige] om, nu er duidelijkheid is, binnen de speltherapie aan [de minderjarige] haar levensverhaal te vertellen door middel van Words and Pictures. De kinderrechter begrijpt dat de moeder tijd voor nodig zal hebben om dit te verwerken, maar spreekt de hoop uit dat zij [de minderjarige] emotionele toestemming kan geven om in het pleeggezin op te groeien. [de minderjarige] lijkt nu in een loyaliteitsconflict te geraken tussen haar moeder en de pleegouders, terwijl het juist in haar belang is om aan haar uit te dragen dat zij mag genieten van het contact met alle betrokkenen. Daarbij is het ook van belang dat de moeder en de pleegmoeder/pleegouders zich inzetten voor de systeemtherapie om de onderlinge samenwerking te verbeteren en de spanningen te verminderen in het belang van [de minderjarige].
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 12 december 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 22 juni 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.