Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 9 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18967Zaaknummer C/09/700477 / FA RK 26-2035
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Publicatiedatum
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- C/09/700477 / FA RK 26-2035
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening. Vakantieregeling en gebruiksvergoeding echtelijke woning.
Beslissing
De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2025 – :
bepaalt dat de ouders voorlopig gedurende de vakanties gerechtigd zijn om de minderjarigen de helft van de tijd bij zich te hebben;
bepaalt dat de vakanties in het schooljaar 2026/2027 voorlopig als volgt verdeeld worden:
- kerstvakantie: de kinderen zijn de hele vakantie bij de man;
- meivakantie: de kinderen zijn de hele vakantie bij de vrouw;
- zomervakantie: de kinderen zijn 3 weken bij de man en 3 weken bij de vrouw;
bepaalt dat de vakanties in het schooljaar 2027/2028 voorlopig als volgt verdeeld worden:
- kerstvakantie: de kinderen zijn de hele vakantie bij de vrouw;
- meivakantie: de kinderen zijn de hele vakantie bij de man;
- zomervakantie: de kinderen zijn 3 weken bij de man en 3 weken bij de vrouw;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. J.M. van der Zwan als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026. |
| De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2035
Zaaknummer: C/09/700477
Datum beschikking: 9 juni 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 27 februari 2026 ingekomen verzoek van:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.A.A. Bakker te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.J. Robbers te ’s-Gravenhage.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen.
[minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar hij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Op 26 mei 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2014 te [plaats].
- Uit het huwelijk zijn de volgende, nog minderjarige kinderen geboren:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats];
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats];
- Partijen hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 20 november 2025 is – voor zover in deze procedure van belang –:
- vastgesteld dat de minderjarigen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2017 te [geboorteplaats];
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats];
aan de vrouw worden toevertrouwd;
- een voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld, waarbij de kinderen de ene week bij de man verblijven en de andere week bij de vrouw
Verzoek en verweer
De man verzoekt thans:
- een voorlopige verdeling van de vakanties en feestdagen te bepalen, conform het door de man in zijn verzoekschrift opgenomen schema, waarbij geldt dat:
De ouder bij wie de kinderen gaan verblijven tijdens een vakantie, de kinderen op de laatste schooldag voorafgaand aan de vakantie van school ophaalt en de kinderen na afloop van de vakantie op maandagochtend weer naar school brengt, waarna het reguliere schema wordt hervat;
Indien een feestdag in een vakantie valt, de vakantieregeling voorgaat op de feestdagregeling.
- te bepalen dat de vrouw met ingang van juni 2025, dan wel met ingang van oktober 2025, een gebruiksvergoeding verschuldigd is gelijk aan het aandeel van de man in de maandelijkse eigenaarslasten voor de echtelijke woning, te weten € 770 per maand, totdat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, dan wel totdat de echtelijke woning is verkocht en geleverd aan één van partijen, dan wel een derde indien de levering eerder plaatsvindt dan de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, dan wel een gebruiksvergoeding en een ingangsdatum die uw rechtbank in goede justitie juist acht;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
Beoordeling
Vakantieregeling
Ter zitting hebben partijen overeenstemming bereikt over de verdeling van de vakanties. Uitgangspunt daarbij is dat de vakanties bij helfte worden gedeeld, waarbij beide ouders ieder schooljaar één tweeweekse vakantie met de kinderen hebben en één van de vakanties van één week en drie aaneengesloten weken in de zomer. Over de verdeling van de meivakantie, de kerstvakantie en de zomervakantie hebben partijen ter zitting concrete afspraken gemaakt. Uitgangspunt is dat de vakanties worden afgewisseld, dus dat de ouder die de kinderen het ene schooljaar in de kerstvakantie bij zich heeft gehad, hen in het volgende schooljaar in de meivakantie heeft. Partijen hebben de rechtbank verzocht de overeengekomen verdeling van de vakanties vast te leggen. Partijen verwachten dat zij ook in onderling overleg overeenstemming zullen bereiken over de verdeling van de overige vakanties en feestdagen en hebben daarom geen behoefte aan een beslissing van de rechtbank daaromtrent.
Nu partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de vakanties en niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen deze afspraken verzet, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen.
Gebruiksvergoeding
De rechtbank stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is gericht op het verkrijgen van een ordemaatregel in een situatie waarin een beslissing in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht en waarin een zekere mate van spoedeisendheid aan de orde is. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie geen sprake is.
De rechtbank neemt daarbij allereerst in aanmerking dat ter zitting is gebleken dat de vrouw inmiddels alle lasten van de echtelijke woning voldoet en dat zij die lasten ook gedurende de echtscheidingsprocedure zal blijven voldoen.
De rechtbank gaat voorbij aan het ter zitting door de man ingenomen standpunt dat hij nog altijd belang heeft bij onderhavige procedure, omdat de vrouw geen vergoedingsrechten opbouwt als de lasten die zij betaalt voor de echtelijke woning worden gekwalificeerd als gebruikerslasten. Gesteld noch gebleken is echter dat van de man niet kan worden gevergd dat hij de beslissing in de hoofdzaak over dit vraagstuk afwacht. De rechtbank overweegt voorts dat deze procedure zich niet leent voor een nader onderzoek naar de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk. De rechtbank zal ook daarom niet vooruitlopen op de beslissing in de bodemprocedure op dit punt.
Hetgeen partijen verder hebben aangevoerd – onder meer ten aanzien van de vraag of het verzoek van de man valt onder de in artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering limitatief opgesomde voorlopige voorzieningen – kan niet tot een andere beslissing leiden en hoeft daarom niet nader te worden besproken.
Beslissing
De rechtbank – met aanvulling in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2025 – :
bepaalt dat de ouders voorlopig gedurende de vakanties gerechtigd zijn om de minderjarigen de helft van de tijd bij zich te hebben;
bepaalt dat de vakanties in het schooljaar 2026/2027 voorlopig als volgt verdeeld worden:
- kerstvakantie: de kinderen zijn de hele vakantie bij de man;
- meivakantie: de kinderen zijn de hele vakantie bij de vrouw;
- zomervakantie: de kinderen zijn 3 weken bij de man en 3 weken bij de vrouw;
bepaalt dat de vakanties in het schooljaar 2027/2028 voorlopig als volgt verdeeld worden:
- kerstvakantie: de kinderen zijn de hele vakantie bij de vrouw;
- meivakantie: de kinderen zijn de hele vakantie bij de man;
- zomervakantie: de kinderen zijn 3 weken bij de man en 3 weken bij de vrouw;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. J.M. van der Zwan als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026. |
| De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.