Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Den Haag, 10 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:18603Zaaknummer C/09/701738 / KG RK 26-524

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
C/09/701738 / KG RK 26-524
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek op grond van artikel 545 Rv toegewezen.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

bepaalt dat ABN Amro binnen twee maanden na betekening van deze beschikking moet overgaan tot executoriale verkoop of tot indiening van een verzoek tot onderhandse verkoop van de woning plaatselijk bekend [adres] te [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk];

4.2.

bepaalt dat de executie wordt voortgezet door ECP als ABN Amro de voornoemde termijn van twee maanden overschrijdt;

4.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026

type: 3384

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek en de beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK Den Haag

Team Handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/701738 / KG RK 26-524

Beschikking van de voorzieningenrechter van 10 juni 2026

in de zaak van

ECP FACTORING B.V., te Amsterdam,

verzoekster, hierna te noemen: ECP,

advocaat: mr. M.P.J. Kik,

tegen

ABN AMRO N.V., te Amsterdam,

verweerster, hierna te noemen: ABN Amro,

advocaat: mr. M.W.G. Koopmans.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met zes producties, ingekomen op 18 maart 2026;

- de brief van mr. Koopmans van 8 april 2026 met twee producties;

- de e-mail van mr. Koopmans van 20 mei 2026.

1.2.

Daarna is bepaald dat vandaag een beschikking wordt gegeven.

2 De feiten

2.1.

ECP heeft uit hoofde van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 april 2023 een vordering op de heer [naam]. Vanwege deze vordering heeft ECP op 19 september 2024 ten laste van [naam] executoriaal beslag laten leggen op het appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van de woning plaatselijk bekend [adres] te [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk] (hierna: de woning).

2.2.

Op de woning rust een recht van eerste hypotheek ten behoeve van ABN Amro.

2.3.

Bij brief van 30 september 2024 heeft ABN Amro aan ECP bericht dat zij de executie overneemt. De aanzegging van de overname van de executie door ABN Amro is op 7 oktober 2024 aan ECP betekend.

2.4.

Op 31 december 2025 heeft Flanderijn, namens ABN Amro, per e-mail aan ECP bericht dat ABN Amro de executie niet voortzet en dan ook niet tot verkoop zal overgaan.

3 Het verzoek en de beoordeling

3.1.

Het verzoek strekt ertoe dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad, bepaalt dat ABN Amro binnen twee maanden na de betekening van deze beschikking, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, over dient te gaan tot openbare verkoop of tot indiening van een verzoek tot onderhandse verkoop van de woning. Als ABN Amro de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, verzoekt ECP te bepalen dat zij als oudste executoriaal beslaglegger bevoegd is tot voortzetting van de executie van de woning over te gaan. Het bovengenoemde met veroordeling van ABN Amro in de kosten van deze procedure nu ABN Amro de executie niet met redelijke spoed voortzet.

3.2.

Op grond van het bepaalde in artikel 545 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elke beslaglegger of hypotheekhouder als de hypotheekhouder die met de executie is belast deze niet met redelijke spoed voortzet, de voorzieningenrechter verzoeken een termijn vast te stellen waarbinnen de hypotheekhouder tot de verkoop of tot indiening van een verzoek tot onderhandse verkoop moet overgaan.

3.3.

Hoewel ABN Amro in eerste instantie aangaf verweer te willen voeren, heeft zij bij e-mail van 20 mei 2026 naar voren gebracht dat partijen na overleg zijn overeengekomen dat ABN Amro geen verweer zal voeren en dat partijen ieder de eigen kosten van deze procedure zullen dragen. Aangezien uiteindelijk geen verweer is gevoerd, het verzoekschrift aan de wettelijke vereisten voldoet en er geen gronden zijn gebleken voor de afwijzing van het verzoek, zal de voorzieningenrechter het verzoek toewijzen zoals opgenomen onder de beslissing. De voorzieningenrechter zal hierbij, zoals partijen zijn overeengekomen, bepalen dat partijen hun eigen proceskosten dragen.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

bepaalt dat ABN Amro binnen twee maanden na betekening van deze beschikking moet overgaan tot executoriale verkoop of tot indiening van een verzoek tot onderhandse verkoop van de woning plaatselijk bekend [adres] te [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk];

4.2.

bepaalt dat de executie wordt voortgezet door ECP als ABN Amro de voornoemde termijn van twee maanden overschrijdt;

4.3.

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026

type: 3384

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.