Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 3 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:18259Zaaknummer NL25.31707 V
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 juli 2026
- Publicatiedatum
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.31707 V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzet tegen uitspraak op beroep niet tijdig beslissen (NTB), verzet ongegrond. Verzet gedaan door oorspronkelijke eiseres. Moratorium Syrië.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31707 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposante], V-nummer: [V-nummer], opposante[_9aa18111-8cfd-4727-ac46-41547b53abbb]
(gemachtigde: mr. K. Yousef),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 september 2025 in het geding tussen
opposante
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak van de rechtbank van 17 september 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposante kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Opposante heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 17 september 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel[_543f689a-7b6e-486b-a224-6ba6a5d61318] is dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het beroep van opposant
4. Het beroep van opposante ging over het niet tijdig nemen van een besluit door de minister op haar asielaanvraag van 12 augustus 2024.
De uitspraak van 17 september 2025
5. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat de ingebrekestelling prematuur was. Opposante heeft de minister bij brief van 24 juni 2025 medegedeeld dat hij in gebreke was tijdig een besluit te nemen. De beslistermijn van de aanvraag van opposante liep in beginsel tot en met 12 februari 2025. Met ingang van 11 december 2024 gold voor Syrië een besluit- en vertrekmoratorium[_3cf7697d-19eb-4269-891f-1a7dbf4487e6], waarbij de wettelijke beslistermijn van lopende asielaanvragen en asielaanvragen die tijdens het moratorium werden ingediend, is verlengd met een periode van een jaar tot ten hoogste 21 maanden. Volgens de rechtbank was de beslistermijn door het besluitmoratorium daarom op 13 februari 2026 verstreken.
De verzetsgronden van opposante
6. Opposante heeft verzet gedaan, omdat hij het niet eens is met de uitspraak van 17 september 2025. Volgens opposante was de ingebrekestelling geldig en tijdig, omdat de beslistermijn van zes maanden verliep op 12 februari 2025. Opposante verwijst naar het arrest Zimir[_b37fffdc-380d-4e25-9a64-23b19f12d578]. Ook verwijst opposante naar de reeds ingediende beroepsgronden.
De regels in verzet
7. Verzet gaat over de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van - in dit geval - het beroep van opposante. Dit betekent dat de beoordeling van de rechtbank in verzet beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder opposante op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan moet de rechter het verzet gegrond verklaren zodat nader onderzoek kan plaatsvinden.
Het oordeel van de rechtbank
8. De rechtbank is van oordeel dat terecht uitspraak is gedaan zonder opposante op zitting te horen. Daarvoor is het volgende van belang.
Onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van 29 januari 2026[_7e34b764-b3d2-4b04-be92-6c863a4439cd] neemt zij aan dat de oorspronkelijke beslistermijn van zes maanden met de ingang van het besluit- en vertrekmoratorium voor Syrië met een jaar is verlengd. In beginsel geldt dus voor alle asielaanvragen die vóór en tijdens het moratorium zijn ingediend een beslistermijn van bij elkaar opgeteld achttien maanden. Opposante heeft asiel aangevraagd op 12 augustus 2024. De beslistermijn liep in beginsel tot en met 12 februari 2025, maar door de ingang van het besluit- en vertrekmoratorium is de beslistermijn met een jaar verlengd en zou dus zijn verstreken op 13 februari 2026. In haar uitspraak van 17 september 2025 heeft de rechtbank dus terecht geoordeeld ingebrekestelling van 24 juni 2025 prematuur is. In hetgeen opposante in verzet heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om hier anders over te oordelen. Ook de verwijzing van opposante naar het arrest Zimir leidt niet tot een ander oordeel. Het betreffende arrest gaat namelijk over de verlenging van de beslistermijn als gevolg van een groot aantal derdelanders dat tegelijk asiel aanvraagt.[_84b3184f-9a4c-4bc8-8474-49a065b71ba3] Die situatie is hier niet aan de orde, nu de verlenging in deze zaak te maken heeft met het besluit- en vertrekmoratorium.[_0101837c-66bc-4725-ba6b-c5ea13ab7417]
Conclusie en gevolgen
9. De gronden van het verzet slagen niet. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 17 september 2025. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat die uitspraak in stand blijft.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.