Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 1 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:17868Zaaknummer C/09/705431 / FA RK 26-4979

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
C/09/705431 / FA RK 26-4979
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg, art. 6:4 wvggz. Onderzoek aan kleding of lichaam en Onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen toegewezen vanwege dwangmatig gedrag.

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteland],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 december 2026.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Standpunten ter zitting
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/705431 / FA RK 26-4979

Datum beschikking: 1 juni 2026

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteland],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie van GGZ [regio] te [plaats],

advocaat: mr. M.F. Laning te 's-Gravenhage.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 19 mei 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 7 mei 2026 ondertekende medische verklaring van S.N. Bouvy, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een blanco zorgkaart;

- een zorgplan van 30 april 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 18 mei 2026;

- een afschrift van de politiemutaties;

- een brief van de officier van justitie van 24 april 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de regiebehandelaar, [naam].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat hij zich kan vinden in het verzoek, maar hij betwist dat hij boos wordt wanneer zijn kamer wordt gecontroleerd. De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

De regiebehandelaar heeft ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene kamercontroles meestal toelaat en dat hij over het algemeen erg behulpzaam en vriendelijk is. Het is echter wel eens voorgekomen dat betrokkene controles weigert. Omdat medebewoners bang worden wanneer betrokkene hun kamer betreedt en zij vervolgens spullen kwijt zijn is het van belang dat snel kan worden gecontroleerd of betrokkene deze spullen heeft meegenomen. Dat voorkomt escalaties tussen de bewoners.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizofreniespectrumstoornis en een ongespecificeerde obsessieve compulsieve stoornis. Daarnaast is sprake van een licht verstandelijke beperking.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstige materiële schade;

- ernstige financiële schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Betrokkene verblijft momenteel in een vrijwillig kader in de accommodatie. De afgelopen tijd is sprake van toenemend dwangmatige handelingen vanuit zijn psychiatrische stoornis, waarbij hij spullen meeneemt van medepatiënten op de afdeling. Zo heeft hij onder meer rookwaar, geld, eten, een gouden ketting, een foto van een overleden vader en schoon linnen meegenomen. Betrokkene heeft deze spullen vervolgens weggegooid. Daarnaast is hij éénmalig fysiek agressief geworden toen zijn rookwaar werd ingenomen. Zijn dwangmatige gedrag vraagt dagelijks veel sturing en begeleiding. Snelle controle van zijn kamer en persoon is noodzakelijk wanneer er spullen kwijt zijn. De verpleging zal betrokkene laten weten wanneer zij die controle hebben uitgevoerd.

Om het ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft in het verleden controles geweigerd. Om die reden is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteland],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 december 2026.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.