Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 1 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:17857Zaaknummer C/09/704177 / FA RK 26-4244
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 juni 2026
- Publicatiedatum
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- C/09/704177 / FA RK 26-4244
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Opvolgende rechterlijke machtiging, art. 24 Wzd
De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 mei 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/704177 / FA RK 26-4244
Datum beschikking: 1 juni 2026
Opvolgende rechterlijke machtiging
Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van twaalf maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie van [instelling] te [plaats],
advocaat: mr. J.J. van Kuijk te Den Haag.
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 april 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 12 juni 2025;
- de aanvraag voor een opvolgende machtiging aan het CIZ van 15 april 2026;
- de op 20 april 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, I.P.A. Spierings-Koomen, die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- het behandelplan van 15 april 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
- de physician assistant, [naam 1];
- de verpleegkundige, [naam 2];
- de zoon en schoondochter van cliënt.
Standpunten ter zitting
Door en namens cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat zij tevreden is op de afdeling. Zij is het echter niet eens met de opname en wenst terug te keren naar huis. De advocaat verzoekt daarom namens cliënt om het verzoek af te wijzen.
De physician assistant heeft ter zitting naar voren gebracht dat de echtgenoot van cliënt onlangs wegens incidenten een locatieverbod heeft gekregen, waardoor hij momenteel niet langer welkom is op de afdeling.
De verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat cliënt met name in de avond aangeeft dat zij terug naar huis wil. Daarbij geeft zij regelmatig aan dat zij naar buiten wil of de politie wil bellen. In dergelijke situaties wordt geprobeerd om cliënt af te leiden. Daarnaast weigert zij vaak dagelijkse verzorging.
De zoon en schoondochter van cliënt hebben ter zitting naar voren gebracht dat de echtgenoot van cliënt momenteel een locatieverbod heeft en geen informatie krijgt over cliënt. Binnenkort zal een herstelgesprek plaatsvinden en zal worden besproken hoe het contact tussen cliënt en haar echtgenoot kan worden hersteld.
Beoordeling
Op 26 november 2026 is door de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verleend tot en met 26 mei 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
In de thuissituatie nam cliënt geen initiatief tot zelfzorg en had zij begeleiding nodig bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Soms herkent cliënt haar echtgenoot niet meer, waardoor zij hem in het verleden heeft bedreigd met een mes en de politie meermaals betrokken is geweest. De echtgenoot van cliënt heeft haar herhaaldelijk onttrokken aan de zorg, waardoor hij momenteel niet naar de accommodatie mag komen om cliënt te bezoeken.
Een herstelgesprek zal plaatsvinden, zodat het contact hopelijk snel hersteld kan worden.
De voortzetting van het verblijf in een accommodatie is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Bij cliënt is sprake van consistent verbaal verzet. Ter zitting is gebleken dat zij vooral in de avonden aangeeft de accommodatie te willen verlaten en de politie te willen bellen.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van twaalf maanden. Nu het verzoek na de uiterste beslisdatum is toegewezen, zal de rechtbank hier rekening mee houden en de machtiging toewijzen tot en met 26 mei 2027.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 mei 2027.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 juni 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.