Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 17 juni 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:17767Zaaknummer AWB 25/15687
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 juni 2026
- Publicatiedatum
- 1 juli 2026
- Zaaknummer
- AWB 25/15687
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
MOB – geen procesbelang – niet-ontvankelijk
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan 17 juni 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/15687
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft een aanzegging gedaan om eiser over te plaatsen naar een reguliere opvangvoorziening.
Tegen de aanzegging is eiser in bezwaar gegaan.
Bij besluit van 10 juli 2025 heeft verweerder het bezwaarschrift van eiser van 17 april 2025 kennelijk ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Het beroep van eiser ziet op de aanzegging van het verweerder om eiser over te plaatsen naar een reguliere opvangvoorziening.
2. Op 19 november 2025 heeft verweerder gemeld dat eiser met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Eiser en zijn gemachtigde hebben dit – ondanks dat de rechtbank daartoe gelegenheid heeft geboden – niet weersproken. Uit de brief van gemachtigde van eiser van 3 december 2025 blijkt dat hij in september 2025 voor het laatst contact heeft gehad met eiser. Niet gebleken is dat de gemachtigde nog contact heeft met eiser. De rechtbank leidt hieruit af dat eiser blijkbaar geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het besluit en de door hem tegen dat besluit ingestelde rechtsmiddelen. Gelet hierop is het procesbelang aan het beroep komen te ontvallen. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan 17 juni 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.