Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 30 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:17766Zaaknummer NL25.36394 en NL25.36399

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
NL25.36394 en NL25.36399
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Plakvovo's

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Vooraf
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.36394 en NL25.36399

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1], verzoekster 1,geboren op [geboortedatum 1], van Amerikaanse nationaliteit, V-nummer: [v-nummer 1],

[naam 2], verzoekster 2,

geboren op [geboortedatum 2],

van Amerikaanse nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer 2],

gezamenlijk: verzoeksters,

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr A.E. Geçer).

Vooraf

1. De rechtbank overweegt eerst het volgende. In deze uitspraak gebruikt de rechtbank de vrouwelijke aanspreekvorm voor verzoekster 2. Het is de rechtbank bekend dat verzoekster 2 inmiddels als man wenst te worden aangesproken en als [naam 3] door het leven gaat. Hoewel op zitting gehoor is gegeven aan deze wens, zoekt de rechtbank in deze uitspraak aansluiting bij de officiële registratie in het dossier.

Procesverloop

2. De minister heeft met de bestreden besluiten van 31 juli 2025 de asielaanvragen van verzoeksters afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeksters hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.1.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, samen met de behandeling van de beroepen[_3b532b5a-ecde-4050-b2d2-61293f83f46e], op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeksters, de gemachtigde van verzoeksters en de gemachtigde van de minister. Ook was een tolk aanwezig. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van 10 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

3.1.

Gelet op de uitkomst van de bodemzaken veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeksters gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.