Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 24 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:17588Zaaknummer NL26.19671

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
NL26.19671
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopige voorziening, geen griffierecht betaald, verzoek niet-ontvankelijk

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

24 juni 2026

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Overwegingen
  3. Beslissing
  4. Documentcode: [Documentcode]
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.19671

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.M. Bell),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend op 8 april 2026.

Overwegingen

  • De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
  • Iemand die een verzoekschrift indient, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht

€ 200,-.

3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan verzoeker niets kan doen.

4. De rechtbank heeft verzoeker op 14 mei 2026 een aangetekende nota gestuurd, waarin staat dat verzoeker het griffierecht binnen twee weken, dus uiterlijk op 28 mei 2026, moet betalen aan de rechtbank. In deze nota staat ook dat de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk kan verklaren als verzoeker het griffierecht niet of niet tijdig betaalt. Uit de Track & Trace van PostNL blijkt dat de nota op 22 mei 2026 om 11.32 uur is afgehaald, waarbij is getekend voor ontvangst.

5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoeker heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.

6. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:82, derde lid, van de Awb).

7. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

24 juni 2026

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.