Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 31 maart 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:17565Zaaknummer C/09/701303 / FA RK 26-2520

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/09/701303 / FA RK 26-2520
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging.

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 31 maart 2027;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 maart 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
  2. Standpunten ter zitting
  3. Beoordeling
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/701303 / FA RK 26-2520

Datum beschikking: 31 maart 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. J.I. Echteld te Gouda.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een op 11 maart 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een zorgkaart van 24 februari 2026;

- een zorgplan van 3 maart 2026;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 12 maart 2026;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een brief van de officier van justitie van 20 februari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de casemanager, [naam 2];

- de casemanager, [naam 3].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met hem, maar dat hij last heeft van de bijwerkingen van de medicatie. Hij heeft liever geen medicatie en geen zorgmachtiging. Hij kan door zelfanalyse voorkomen dat hij nog een keer psychotisch wordt.

De advocaat heeft primair verzocht om het verzoek af te wijzen. Betrokkene wenst geen medicatie te gebruiken. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om een deskundige te horen voor een second opinion. In het verleden is gebleken dat betrokkene ook zonder medicatie psychosevrij kan zijn. De episodes die betrokkene heeft gehad, waren met lange intervallen. Het staat dus niet in verhouding dat betrokkene de rest van zijn leven medicatie dient te slikken. Er bestaan dus twijfels rondom de diagnose en welke behandeling passend is.

Ten aanzien van de wilsonbekwaamheid is er sprake van een cirkelredenering. Het standpunt en het argument zijn inhoudelijk gelijk. Het zorgplan toont namelijk dat betrokkene inzicht toont in zijn problematiek.

Wat betreft de vormen van verplichte zorg dienen – indien de zorgmachtiging wordt toegewezen – uitsluitend de vormen te worden toegewezen zoals bij de vorige machtiging.

De casemanagers hebben aangegeven dat de zorgmachtiging nodig is voor het continueren van de medicatie. Zonder zorgmachtiging zal betrokkene geen medicatie meer innemen. Er is al iets afgebouwd met de medicatie wegens de bijwerkingen. Aangezien de bijwerkingen niet afnemen, bestaat het vermoeden dat deze bijwerkingen restverschijnselen van de psychose zijn. In verband met de psychosegevoeligheid van betrokkene is het op dit moment niet de bedoeling om de medicatie volledig af te bouwen. Na iedere periode van drie maanden zal worden geëvalueerd hoe het gaat met de medicatie. Tevens wordt er door de psychiater in gesprek gegaan met betrokkene over de diagnose. Verder staat betrokkene hoog op de lijst van forensisch wonen, wat ook invloed zou kunnen hebben op betrokkene.

Wat betreft de vormen van verplichte zorg is slechts nodig wat bij de vorige machtiging is toegewezen.

Beoordeling

Op 24 oktober 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 24 april 2026.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizofreniespectrumstoornis. De rechtbank heeft geen enkele reden of aanwijzing om de diagnose, die door de onafhankelijk psychiater is gesteld in de medische verklaring, niet over te nemen.

Op basis van hetgeen de advocaat naar voren heeft gebracht over de juistheid van de diagnose, is dit onvoldoende aanleiding om een second opinion te gelasten. Uit de medische verklaring blijkt voldoende dat er een stoornis aanwezig is. De rechtbank wijst het verzoek van de advocaat om een second opinion dan ook af.

De stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- ernstig lichamelijk letsel;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene is vanwege een psychotische kwetsbaarheid en sociaal-maatschappelijke problematiek steeds verder vastgelopen in zijn leven. Door dergelijke problematiek, in combinatie met sociaal isolement, is er sprake van een verhoogd risico op psychotische ontregeling met gewelddadig gedrag tot gevolg. Het probleeminzicht is beperkt en betrokkene ontkent dat hij kwetsbaar is voor forse ontregeling. Tijdens de meest recente psychotische episode was er bij betrokkene sprake van erge achterdocht en paranoïde wanen. Deze wanen hadden onder meer betrekking op zijn moeder: betrokkene dacht dat zijn moeder was overgenomen door een slechte ‘entiteit’. Hij was ervan overtuigd dat zij niet zijn moeder was. Tijdens deze psychotische episode is betrokkene fysiek agressief geweest naar moeder. Hij is ook fysiek agressief geweest tegen politieagenten. Daarnaast kan betrokkene ook zelfbeschadigend gedrag vertonen bij psychoses. Het ernstig nadeel is dus onverminderd aanwezig.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Er bestaat zorg dat betrokkene zonder zorgmachtiging geen medicatie meer zal accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig.

De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles.

Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.

Gelet op hetgeen ter zitting is besproken, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het kunnen toepassen van overige verzochte vormen van verplichte zorg, nu dit niet noodzakelijk is gebleken. Voor het overige acht de rechtbank de verplichte vormen van zorg wel voorzienbaar en noodzakelijk.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 31 maart 2027;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, bijgestaan door mr. E.J. Balk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 maart 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.