Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 9 juni 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:17365Zaaknummer AWB 26/7133

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
AWB 26/7133
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dublin Zwitserland. Beroep ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026.

de rechter is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/7133

uitspraak van 9 juni 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 31 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

1.1

De gemachtigde van eiseres heeft op 1 april 2026 beroep ingesteld. Bij bericht van 8 april 2026 heeft de gemachtigde van eiseres zich onttrokken.

1.2

De rechtbank heeft de behandeling van de zaak op 12 mei 2026 aangehouden omdat eiseres de uitnodiging voor de zitting niet had ontvangen. De uitnodiging is namelijk door de rechtbank retour ontvangen.

1.3

De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigde van de minister deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening (Dvo). Op grond van de Dvo neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.[_8fbd8a27-08a9-4cd8-95d7-211fdbfc401d] In dit geval heeft Nederland bij Zwitserland een verzoek om overname gedaan. Zwitserland heeft dit verzoek aanvaard.

5. Allereerst merkt de rechtbank op dat aan eiseres een uitnodiging is verstuurd voor de zitting van 27 mei 2026. In deze uitnodiging stond vermeld dat eiseres, indien zij de Nederlandse taal niet begrijpt en spreekt, een eigen tolk moest meenemen. Op de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat eiseres geen tolk heeft meegebracht. De communicatie zoals die in de zittingsaantekeningen is opgenomen is daarom via Google Translate verlopen.

6. Eiseres verzoekt de minister om haar asielaanvraag in behandeling te nemen. Zij is inmiddels gewend in Nederland.

7. De rechtbank oordeelt als volgt. Uit het dossier volgt dat eiseres een visum van Zwitserland heeft ontvangen, geldig van 17 oktober 2025 tot en met 10 november 2025. Eiseres heeft op 9 november 2025 asiel aangevraagd in Nederland. Gelet op artikel 12, tweede lid, van de Dvo is Zwitserland dan verantwoordelijk voor de asielaanvraag van eiseres. Het visum was immers nog geldig toen eiseres haar asielaanvraag in Nederland indiende. Er zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht of gebleken waardoor de minister de asielaanvraag van eiseres in behandeling had moeten nemen. Het is begrijpelijk dat eiseres graag wil dat Nederland haar asielaanvraag behandelt, omdat zij hier inmiddels gewend is. Maar dat is geen bijzondere individuele omstandigheid, die meebrengt dat de minister de asielaanvraag in behandeling had moet nemen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2026.

de rechter is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.